| |
Op
vrijersvoeten en hofmakerij
|
|
|
Hoe
versier je dat lekkere ding waar je een oogje op hebt. En...
hoe laat je nou heel subtiel merken dat jij de ware voor
haar bent? Dat hebben dieren heel goed in de gaten. De één
laat een parfumgeurtje achter of pronkt met kleurige veren,
de ander seint 'n geheime boodschap via lichtsignalen of
fluit de meisjes na.
En al die uitsloverij met maar één
doel: het in stand houden van hun soort.
|
|

ROMANTISCHER KAN HET NIET ;-)
De libel heeft een heel bijzondere manier van paren.
De man vult eerst, door zijn achterlijf te krommen, het
zaadreservoir dat zich meer naar voren aan de onderkant
van zijn lichaam bevindt. Dan pakt hij met de
aanhangsels van het achterlijf het vrouwtje achter haar
kop beet. Zij buigt dan haar lichaam om haar
geslachtsopening tegen het spermareservoir te brengen.
In deze 'tandemhouding' kunnen libellen zelfs vliegend
paren. Bij sommige soorten houdt het mannetje het
vrouwtje op deze manier vast totdat zij haar eieren
heeft gelegd. Die kunnen worden losgelaten op of onder
water, maar ook aan waterplanten worden vastgezet.
|
|
SENSUELE DANSJES IN DE
GLIMWORMENDISCO ;-)
Een mannetjesglimworm zit op ’n tak. Zijn achterlijf
richt zich naar de horizon en hult zich in een kort
ogenblik in een fel neongroen schijnsel. 3 Seconden
later antwoordt een eindje verderop een vrouwtje met precies zo’n flitsje.
De minnaar komt meteen af op het opwindende
lichtbaken.
Over en weer geven ze een lichtsignaal met hun
achterwerk. Het lichtspel herhaalt zich tot de minnaars
elkaar gevonden hebben. De lichtproductie vindt zijn
oorzaak in ’n chemische reactie tussen twee eiwitten: luciferine en luciferase. Ze zenden energie uit in de
vorm van ‘fotonen’: de kleine deeltjes waaruit licht
bestaat.
Rectificatie van Ole Schepp: (Ole, bedankt voor de tip)
Graag wil ik u er op attenderen dat de glimworm (Lampyris
Noctiluca) op de foto niet een mannetje is, maar het
vleugeloze vrouwtje. Glimwormen zijn kevers. De
mannetjes vliegen rond op zoek naar een vrouwtje.
Mijn complimenten voor de mooie foto.
|
|
|
|
DANSENDE VLIEGEN
Soms zie je een hele zwerm op muggen lijkende vliegen
onder de boom in de tuin. Het zijn dansvliegen. Ze
dansen met op- en neergaande bewegingen waardoor het
lijkt of ze dansen. Ze proberen met hun dans de
vrouwtjes te imponeren.
|
|
HET ZAL JE MAAR
GEBEUREN......WEL EEN ERG TRIEST EINDE HOOR!
Bijenmannetjes hebben geen leuk leven. Op het hoogtepunt
van de voortplanting is de omhelzing vaak zo krachtig
dat ze er een stuk van het achterlijf bij verliezen en
sterven. Wie toch aan de dood ontsnapt wordt de korf
uitgejaagd en komt evengoed om, want verbannen uit het
volk betekent voor bijen vaak het einde. Meestal worden
de darren bij de korfingang door werksters met hun
angels overhoop gestoken, zodat ze de gifdood sterven.
Mannetjes die hun taak hebben volbracht zijn niet meer
van nut; ze zijn dan slechts nog extra monden om te
vullen.
|
|
HOOR JE DAN NIET HOEVEEL IK VAN
JE HOU??
De meeste sprinkhanen produceren geluid door hun
vleugels tegen hun achterpoten te wrijven. Krekels doen
het door hun vleugels tegen elkaar te wrijven. De
geluidsproductie wordt versterkt door rijen knobbeltjes
of stekeltjes op de vleugels en/of poten. De oren, of
beter gehoororganen, bevinden zich bij veldsprinkhanen
op het achterlijf en bij krekels en sabelsprinkhanen in
de voorpoten. Ze zijn zodanig verbonden dat de insecten
elkaar op het gehoor kunnen lokaliseren. Ze kunnen de
oren in een bepaalde hoek opstellen, zodat ze richting
en afstand van de seinende soortgenoot waargenomen kan
worden. |
|
SPRINKHAAN
Als een mannetje en een vrouwtje elkaar op een mooie
zomerdag via getsjirp gevonden hebben kan het paren
beginnen. Het vrouwtje zet de eitjes af met haar
‘legboor, in plantenstengels, schors, of bladeren in de
grond. De eitjes overwinteren en in het voorjaar zal uit
de larven, na 4 tot 7 vervellingen, een nieuwe generatie
te voorschijn komen. Ze bereiken een leeftijd van 3 à 4
maanden. |
|
|
|

WIE HET HARDSTE KWAAKT, KWAAKT
HET SLIMSTE
Het kwaakconcert van kikkers is in alle moerassen en
sloten te horen. Kwaken is de manier waarop mannetjes de
liefde verklaren aan de vrouwtjes. Door hun opblaasbare
kwaakblazen, een flexibel stuk huid, kunnen ze hun
roepgeluiden aanzienlijk versterken en aandacht trekken
of om de vijand af te schrikken.
 |
|

VLINDERS
Het vrouwtje geeft ’n geslachtsferomoon af dat het
mannetje met receptoren op de voelsprieten kan
waarnemen. Zelfs op een afstand van 1 kilometer kan het
mannetje de geur waarnemen en wordt naar ‘n vrouwtje
gelokt. Zo kan hij het vrouwtje van zijn dromen op
sporen.
|
|
HET GEVOELIGE LIEFDESLEVEN VAN
DE EGEL

Het liefdesspel van de egel begint rond april. Dat gaat
niet van een leien dakje want ze zijn gewend solitair te
leven. Er komt heel wat vechtwerk vooraf aan te pas,
voordat de opwinding het wint. Ze paren niet buik aan
buik maar de egel bestijgt zijn vrouwtje nadat zij de
stekeltjes plat heeft gevouwen en de pootjes uitgestrekt
tegen de grond heeft gedrukt. De egel is tijdens de
paring bijzonder luidruchtig.
|
|
HEBBEN WORMEN OOK AL EEN ZADEL?
Rondom het lichaam ligt een speciale ring. Die heet
'zadel'. Hierin worden de eitjes gelegd. Elke ringworm
kan eitjes leggen want een worm is een mannetje en
vrouwtje tegelijk! In de lente gaan ze vrijen: ze liggen
dan naast elkaar: de kop van de een bij de staart van de
ander. Zo blijven ze wel 3 tot 4 uur lang liggen. De
zaadjes van het mannetjesstuk van de ene worm gaan dan
naar het zadel met de eitjes van de andere worm. Nu zijn
de eitjes bevrucht en na een week kruipen er kleine
wormpjes uit.
|
|
 |
|
WAAROM GEVEN GLIMWORMEN LICHT?
De vrouwtjes en larven hebben de stoffen 'luciferine' en
'luciferase' in hun achterlijfjes. Als er zuurstof en
water bij deze stoffen komt, ontstaat een chemische
reactie en geeft het achterste deel van het lichaampje
licht. Het licht wordt versterkt door een spiegel van
kleine kristallen.
Dit kleine spiegeltje bevindt zich
pal achter de lichtgevende stoffen.
Als het
insect in gevaar is, dooft het de gloed door de
zuurstoftoevoer te onderbreken. Het lichaam van de
glimworm gloeit natuurlijk niet zomaar. De vleugelloze
vrouwtjes lokken met hun heldere geelgroene licht de
vliegende mannetjes. Overdag schuilen ze in grotten, 's
nachts kruipen ze tevoorschijn en krult hun
achterlichaam naar boven.
Vanaf zo'n tien meter kan het
mannetje de 'schijnwerper' van het vrouwtje zien. Hij
vliegt recht op haar af en landt op haar rug om te
paren. Glimwormen zijn echte schrokoppen: de larven
proppen zich drie jaar lang vol met slakken. Als ze
eenmaal volwassen zijn, is de paringsdrift zo groot, dat
ze geen tijd meer hebben om te eten. Volwassen
glimwormen sterven binnen enkele dagen. |
|
|
|
DE LIEFDESPIJLEN VAN DE SLAK
De wijngaardslak is tweeslachtig. Tijdens het liefdespel
drukken zij de voetzolen tegen elkaar. Ondertussen
betasten ze elkaar met de voelhorens. Nadat zij haar
liefdespijlen (kalkachtige harpoentjes) in elkaars
lichaam hebben afgevuurd, komt de bevruchting tot stand.
Beide slakken kunnen dan hun eitjes leggen, waaruit het
nagelacht zich ontwikkelt.

Naaktslakken, niet voorzien van een huisje, zijn
tweeslachtig. Zij draaien, voorafgaand aan de paring,
hoog in een boom, lange tijd om elkaar heen, terwijl ze
elkaars slijm opeten. Daarna laten de partners zich in
een omstrengeling aan een slijmdraad bijna een halve
meter naar beneden zakken, waarna de zaadcellen worden
uitgewisseld.
Naaktslakken zijn hermafrodiet. D.w.z. dat ze een
geslachtsorgaan hebben dat zowel een penis als een soort
vagina bevat. Voordat ze tot paring overgaan scheiden ze
veel slijm uit. Vervolgens brengen ze beiden ! hun penis
naar buiten. Deze wikkelen ze om elkaar heen, waarna ze
allebei sperma uitwisselen. Daarna trekken ze allebei
hun penis weer in en bergen ze vervolgens het zaad van
hun partner in hun vrouwelijk orgaan, waar van ze er ook
beiden een bezitten.
|
|
JE KUNT M'N RUG OP....!!!
Tijdens de paring van kikkers en padden, vlak na de
winterslaap springt het mannetje op de rug van het
vrouwtje. Ze draagt het mannetjes soms wel enkele dagen
op haar rug. Op de rug van het vrouwtje gezeten,
bevrucht het mannetje in het water de eitjes die worden
uitgestoten.
Bij sommige soorten worden de eitjes in geleiachtige
snoeren om kiezelstenen en waterplanten gewonden. Binnen
een paar weken tot enkele maanden ontwikkelt zich via
het stadium dikkopje de jonge pad met alles erop en
eraan.
Hij laat haar pas los op het moment dat de eitjes
bevrucht zijn. Als het vrouwtje bevrucht is kan het
mannetje voor haar part ophoepelen. Hij is niet meer
nodig. Zijn taak zit er op!
|
|
STEKEL BAA(R)SJES
Met zijn felgekleurde borst en keel maakt het mannetje
een zigzagdans om het vrouwtje naar zich toe te lokken.
Lukt dit, dan wijst hij haar de weg naar de nestkoker
waar zij doorheen moet zwemmen. Op het moment dat zij
dit doet, raakt hij sidderend haar achterlijf aan,
waardoor zij haar eitjes afzet. Daarna zwemt de man over
de eitjes heen om er homvocht over uit te spreiden. De
taak van de vrouw is dan vervuld. Zij wordt meteen
weggejaagd. De man zorgt voor de broed, dat na ongeveer
5 dagen uitkomt. Hij gaat zo ver in de zorg voor de
jongen dat hij ze geval van gevaar in zijn bek neemt om
ze te beschermen. |
|
|
|
D E BUIKDANSENDE SALAMANDER
Met zijn felle kleuren, zijn opwindende dans en vooral
de geurstoffen die hij haar met zijn staart toewaait,
maakt de watersalamander zijn vrouwtje het hof.
Geprikkeld door het baltsspel van het mannetje neemt het
vrouwtje het zaadpakketje op dat hij op de bodem
neerlegt. Daarna zet zij de bevruchte eitjes stuk voor
stuk af op waterplanten.
|
|
SLIMME MILJOENPOTEN
De geslachtsorganen zitten niet, zoals bij de meeste
dieren, achteraan het lichaam maar monden uit in het
tweede segment. Met behulp van de bevruchtingspoten van
het zesde en zevende segment worden de zaadcellen in het
vrouwtje gebracht. Merkwaardig is dat het mannetje na de
paring niet sterft maar vervelt en dan geen
geslachtsorganen meer heeft en weer lijkt op de larve
die hij voor de laatste vervelling was, dus vóór het
volwassen stadium. Als de miljoenpoot opnieuw vervelt
komen de paringsorganen weer tot ontwikkeling en beleeft
hij zijn tweede jeugd. Dit kan zich een aantal malen
herhalen zodat er altijd veel mannetjes zijn en de
bevruchting van de vrouwtjes goed is gewaarborgd. |
|
|
 |