De vijand te slim af

 

 

Jagen en opgejaagd worden! Het is vaak oorlog in Dierenland. Dieren beschikken over een aantal jachtmethoden om te overleven. De vijand slaat genadeloos toe maar het prooi kent diverse trucjes om de jager te slim af te zijn. Wie niet sterk is moet slim zijn en altijd op zijn hoede zijn. Alles draait kaar om één ding: eten of opgegeten worden.
 


 

 

MIMICRY

Mimicry is een vorm van camouflage waarbij het dier sprekend lijkt op bepaalde details uit zijn leefgebied. Sommige insecten zien er uit als groene of bruine blaadjes, anderen lijken op de bloem waarop ze zitten. Wandelende takken zijn nauwelijks van echte takjes te onderscheiden.


OPGAAN IN JE OMGEVING

Veel dieren maken handig gebruik van kleuren om niet op te vallen in hun omgeving. Zo blijven ze verborgen voor hun vijand en worden door hun prooi niet waargenomen. Ze gaan door hun camouflagepak helemaal op in hun omgeving. Veel vogels zijn op de rug voorzien van donkere veren en op de buik van lichtere kleuren veren. Door deze tegenschaduw lijken ze uit de verte ‘plat’ voor de vijand een stuk minder interessant dan ‘dikkere’ prooien.

SCHIJNDOOD

Sommige dieren zijn hun aanvaller te slim af door zich ‘van de domme te houden’. Ze doen net of ze dood zijn. De aanvaller verliest zijn belangstelling en loopt weg. Dat geeft hem de kans ongezien weg te sluipen en aan de dood te ontsnappen. Ook eekhoorns kennen dit trucje.  Ook kippen kunnen ‘doodliggen’.  Ze doen dit niet uit zichzelf. Als je een kip, kievit, duif of scholekster, op de rug legt, met depootjes omhoog, dan treedt er een verlammende reflex op, waardoor ze zich niet meer kunnen bewegen. Door plotseling geluid, in de handen klappen of zo, wordt de reflextoestand opgeheven. 

SPELLETJE BLUFPOKEREN?

Bidsprinkhanen ontlenen hun naam aan de manier waarop ze hun voorpoten als in gebed heffen. Als de camouflage van een bidsprinkhaan faalt en hij in het nauw wordt gedreven, dan voert hij een andere verdedigingstactiek uit: hij slaat zijn vleugels open, gaat rechtop staan en spreidt zijn voorpoten uit. Het is een voorbereidende houding om snel toe te kunnen slaan. De voorpoten van het insect worden ver voor zijn andere vier looppoten gebracht. Zo kan hij naar voren schieten en een passerend insect verschalken. De voorpoten zijn met stekels bedekt om grip te houden op een worstelende prooi.






 

 

 

 

 



Deze plotselinge gedaanteverwisseling kan een wat timide aanvaller afschrikken. Het moet dan wel een heel dappere aanvaller zijn, die dit blufpoker weerstaat.

RA RA, WIE BEN IK?

Insecten vormen een smakelijk hapje voor andere dieren. Om niet opgepeuzeld te worden moeten ze zich goed wapenen tegen vijanden. Een van de trucjes is, jezelf voordoen als een ander dier.

STINKBOMMETJES

Als een mogelijke vijand in de buurt van de bombardeerkever komt, wordt deze bespoten met een hete, giftige vloeistof, waardoor de aanvaller snel de aftocht blaast. Als hij gevaar ruikt, scheidt hij twee chemische stofjes af: waterstofperoxide en hydrochinon. Deze bewaart hij in een ruimte in zijn lichaam. Door bepaalde spieren samen te trekken, perst de kever de stofjes naar een andere ruimte, de ‘explosiekamer’.
Maar net zoals een geladen kanon niet afgaat zonder ontstekingsmechanisme, worden de stofjes in de kever ook niet zomaar afgevuurd. Hiervoor is een katalysator nodig, die de kever binnen in zijn lichaam in de explosiekamer spuit. Vervolgens spuit hij uit zijn achterwerk de gloeiend hete vloeistof in het gezicht van zijn belager. Die weet niet hoe snel hij weg moet komen!

SCHUTKLEUREN

Bij de meeste vogels zijn de veren op de rug donkerder dan op de buik. Door deze ‘tegenschaduw’ lijken ze uit de verte plat. Ze leiden ze tenminste even hun roofvijanden om de tuin, want die focussen zich meer op een dikke prooi.

LOOK-A-LIKE 

De sabelsprinkhaan lijkt door een nerf op zijn lijf precies op een blaadje. Bij gevaar blijft hij heel stil zitten, zodat hij niet opgemerkt wordt.

ALS BLIKKEN KONDEN DODEN

De uilvlinder vouwt bij gevaar zijn vleugels dicht. Door de ogen op zijn vleugels lijkt hij meer op een uil dan op een lekker hapje.

VERSTOPPERTJE SPELEN 

Eekhoorns verstoppen zich bij het zien van een aanvaller snel achter de stam van een boom en blijven als een standbeeld hangen. (ook door hun bruine vacht zijn ze bijna niet te zien). Ze maken geen enkel geluid dat hun kan verraden.

HET ZUUR KRIJGEN

Als je een mierenhoop verstoort, beschadig je eigenlijk het hele bos. Als je met een stuk karton over een mierenhoop waaiert, nemen de mieren hun gevechtshouding aan. Ze zetten hun achterste paar poten stevig op de grond en richten hun bovenlijf omhoog. Klaar om meteen hun gif, het mierenzuur, te kunnen spuiten. Het mierenzuur kan een erg jeuken, maar toch is het ook een geneesmiddel voor reumapatiënten.  Mieren besprenkelen ook hun aanvallers met mieren zuur. Zo houden ze de vijand met succes van het lijf.

WEGLOPENDE TAKJES

Een wandelende tak valt in het geheel niet op tussen echte takjes. Mocht de vijand zijn vermomming door hebben, dan houdt de wandelende tak zich ‘dood’.




 

WIE LUST ER WEL EEN GROENE BLAADJE 

De citroenvlinder lijkt precies op een heldergroen blaadje. Ze gaat er zelfs mee wiebelen alsof ze als blaadje bewogen wordt door de wind.

RA RA WAT BEN IK

Door op een kluitje te gaan zitten vormen deze wantsen iets wat op een bloemhoofdje lijkt. Door hun kleuren neemt de anonimiteit nog meer toe.

ZO GROEN ALS GRAS

Kikkers en padden vallen niet op als ze tussen het gras of bladstrooisel zitten.

MILIEUVERVUILING EN WAT DOE JE ER TEGEN

De berkenspanner, een Europese nachtvlinder, heeft zich zelfs aangepast aan de vervuiling in Engeland Door een donkere kleur aan te nemen blijft hij vrijwel onzichtbaar op de beroete boomstammen.   

DE STEKELS RECHTOP HEBBEN STAAN

Bij de geboorte zijn de stekeltjes van een egeltje nog bleek en week. Na 2 dagen beginnen ze al aardig stekelig te worden. Een volwassen egel heeft wel 7000 stekels. Ze dienen ter bescherming. Bij gevaar rolt de egel zich op als een stekelige bal. Alle kwetsbare delen van zijn lichaam verdwijnen dan in de sterke spierkap onder de stekelhuid. Door al die stekels is de egel wat traag en in het verkeer erg kwetsbaar. Jaarlijks worden zo’n 10.000 egels
doodgereden.
 

AANVAL VAN ZELFVERMINKING

De hagedis stoot, als ze wordt aangevallen haar staart af. De afgevallen staart blijft kronkelen en houdt de aandacht van de aanvaller vast, terwijl de hagedis zelf ontsnapt. De hagedis krijgt langzaam een nieuwe staart, die minder goed is dan de oorspronkelijke. De 2e staart kan er niet nog eens af. De staatsfuncties komen wel weer terug; rennen, zwemmen klimmen, in evenwicht blijven, hofmakerij. In de afgeworpen staart zitten gifklieren. De aanvaller zal niet gauw een tweede keer een hagedis aanvallen.

HET SPETTERPRINCIPE

Door zijn tekening kan een kikker bepaalde delen van zijn lichaam, poot, nek of vleugel aan het zicht onttrekken en zo zijn lijf als geheel onherkenbaar maken voor de vijand. Banen strepen of vlekken bedekken het hele dier alsof er inkt op gespat is. Vooral kikkers hebben hier baat bij. Als ze in elkaar gedoken zitten kun je de poten en vorm niet meer onderscheiden.

KATTENGESIS 

Een onverwacht gesis en geblaas van een kat in het nauw kan een aanvaller behoorlijk afschrikken vanwege het plotselinge karakter.

BANGMAKERIJ

Ook felle dekschilden als maskers in allerlei kleuren schrikken de vijand af.

IK BEN GEVAARLIJK HOOR

Zweefvliegen lijken erg op wespen. Zo worden ze minder snel opgegeten door vogels. Groot nadeel is wel, dat mensen ze ook niet zo snel van wespen onderscheiden worden, al zijn ze geheel onschuldig. Ze ontspringen de dans door op een wesp te lijken maar de vliegenmepper kent geen genade.

BAH, EEN LIEVEHEERSBEESTJE 

Het lieveheersbeestje ziet er met zijn felrode of okergele kleur opvallend uit. De kleur dient ter afschrikking van de aanvallers. Mocht een insecteneter het aandurven een lieveheersbeestje op te willen eten, dan wordt hij meteen afgestraft, want het lieveheersbeestje scheidt onmiddellijk een vieze en stinkend vocht af, waardoor de aanvaller
zijn prooi meteen loslaat.
 

 

 

 

BEDRIEGENDE VLINDEROGEN

 

 

 

 

 

 

 

VLINDER IN DE VERDEDIGING  

 

 

 

 

 

 

OF JE DOET OF JE EEN POEPJE BENT... ;-)

Voor vogels is de vlinder een heerlijk hapje. Om niet opgegeten te worden hebben sommige vlinders nepogen aan de top van hun vleugels ontwikkeld. De vogel die deze vlinder wil pakken wordt aangetrokken door de ogen. Hij vermoedt dat daar de kop zit, en dus ook de rest van het lichaam….hapt toe…. en het enige wat hij vangt is een hapje vleugel. De vlinder weet in de verwarring te ontsnappen aan de dood.

De rups van de Grote hermelijnvlinder steekt bij gevaar zijn felgekleurde kop ter afschrikking omhoog.  


De rups  van de passiebloemvlinder is overdekt met lange stekels.
De rups van de page heeft een heel originele vermomming bedacht. Hij ziet er uit als een vogelpoepje.

KEVERSCHILD

Kevers zoals de meikever en het lieveheersbeestje gaan stevig gepantserd door het leven. De voorvleugels van de insecten zijn veranderd in harde dekschilden. Het maakt hen wel erg traag en stijf, deze harde platen, maar dankzij dat pantser zijn zij wel prima beschermd tegen de vijand.

TAKSPRINKHAAN

De grootste bedriegers zijn de taksprinkhanen. Ze lijken niet alleen op takjes, maar deinen ook zachtjes als een lichte bries. Deze sprinkhanen zien eruit als echte wandelende takken, maar wel beschikken zij over grote gespierde achterpoten.

HOOIWAGEN  

In de poten zitten zenuwknopen, waarmee ze in geval van gevaar een poot los kunnen laten. De poot blijft nog even doorbewegen, en de aanvaller wordt op een dwaalspoor gebracht. Dat geeft de hooiwagen mooi de kans om te ontvluchten. Zijn poot groet niet meer aan maar dat gemis merkt hij nauwelijks. Hij kan ook een schadelijke stof afscheiden die hem onsmakelijk maakt voor de vijand. Er zijn soorten die dit chemische wapen wel 25 centimeter weg kunnen spuiten.

ZWEEFVLIEG

Zweefvliegen zijn vliegen. Je kunt vliegen herkennen doordat ze twee vleugels hebben en geen vier zoals bijen, wespen en hommels, waar ze af en toe erg veel op kunnen lijken. Dit lijken in kleur, vorm en/of geluid op andere gevaarlijker beesten heet mimicry. Zweefvliegen maken hier vaak gebruik van. Een andere manier om vliegen van wespen, bijen en hommels te onderscheiden kan door naar de antennen te kijken. De antennen van bijen, hommels en wespen bestaan uit meer dan drie leedjes en zijn zeer beweeglijk, terwijl die van zweefvliegen uit altijd drie leedjes bestaan en nooit bewegen.

IN DE TANG GENOMEN WORDEN

Met de tangen aan het achterlijf kan de oorworm in het donker rupsen en vliegen vangen

GIFTIGE PADDENWRATTEN

De grote wratten van een pad bevatten een gevaarlijk gif. Wanneer hij wordt aangevallen sijpelt er gif in de vorm van een dikke romige vloeistof uit zijn lijf. Ieder dier dat de trage pad bijt, loopt al snel over te geven. Vooral honden zijn gevoelig voor dit gif.

GEVAARLIJKE PUNTEN

De watersalamander heeft een geheim wapen. Wie hem aanvalt, krijgt de uiteinden van zijn gepunte ribben, die door speciale poriën naar buiten kunnen steken, in zijn bek. De aanvaller wordt ingespoten met een kliersecretie van de salamander. Dit veroorzaakt een pijnlijke vergiftiging dat iedere jager voor lange tijd van het eten van salamanders afziet.