| |
De
reis van je leven
|
|
|
Op reis langs onvoorspelbare wegen, op zoek naar een
partner, op zoek naar een ruimer voedselaanbod of betere
leefomstandigheden, of op de vlucht om de vijand om de tuin
te leiden. De één springt 100 keer hoger dan z'n eigen
lengte
en de ander lijkt maar niet vooruit te branden. Toch redden
de meeste dieren het wel, ieder op zijn eigen manier. |
|
 |
|
|
|
MET EEN SLAKKENGANGETJE VOORUIT
Het slijmspoor van de slak zorgt ervoor, dat er geen
wrijving ontstaat tussen de voetzool en de grond. Het
dier beweegt zich als het ware voort op een slijmtapijt.
Dat geeft zoveel bescherming, dat de slak ongedeerd over
de snede van een scheermes kan kruipen.
OP VAKANTIE NAAR HET ZONNIGE
ZUIDEN
Een nog steeds niet opgeloste vraag is, hoe de
trekvogels zich oriënteren. Proeven benaderen de
stelling, dat de zon,
misschien zelfs de sterren hen tot richtingwijzers
dienen, samen met een innerlijke stem. Proefvogels van
soorten die ‘s nachts trekken, die men in een
planetarium met nagemaakte sterrenhemel had gebracht,
bleken zich direct op de onder deze omstandigheden
juiste richting in te stellen. Blijkbaar zijn de vogels
met aangeboren instincten uitgerust die zelfs de
precisie van kunstige menselijke instrumenten
overtreffen. Misschien is het aangeleerd. Er bestaan
veel theorieën over maar welke de juiste is, blijft
voorlopig een mysterie.
|
|

CIRCUSARTIESTEN IN HET BOS
De eekhoorn is een ware acrobaat. De nagels aan zijn
poten geven hem perfect houvast. Zijn pluimstaart zorgt
voor steun en evenwicht en dient als roer bij zijn
gewaagde sprongen. Ze kunnen hun huidplooi tussen de
ledematen uitspannen, waardoor ze in staat zijn zich in
een snelle zweefvlucht van de ene boom naar de andere te
verplaatsen. Zintuighaartjes aan ledenmaten en
staartwortel stellen hem in staat ook bij de grootste
snelheid lastige obstakels te vermijden. Als de nood het
hoogst is, als marter of havik hem in het nauw heeft
gedreven, rest hem altijd nog de zweefsprong.
VLIEGENFITNESS
De vlieg heeft 2 vleugeltjes. In plaats van
achtervleugels heeft de vlieg een paar haltertjes,
kleine knobbeltjes. Deze dienen als evenwichtsorganen
tijdens het vliegen.
|
|
 |

|
|
DUIZEND......?
De meeste duizendpoten bezitten hooguit 15 segmenten; de
miljoenpoot hooguit 30 tot 40 segmenten. De poten worden
allemaal afzonderlijk van elkaar bewogen in een boogje,
zodat ze niet over hun eigen pootjes struikelen.
Daardoor ontstaat de golvende beweging van voor naar
achter.
|
MILJOEN...? WIE BIEDT ER MEER?
Het verschil tussen de duizendpoot en de miljoenpoot is,
dat de duizendpoot aan elk lichaamssegment 1 paar poten
heeft en de miljoenpoot 2 paar poten. Bij miljoenpoten
zijn op de meeste segmenten twee paar poten aanwezig. In
Nederland komt de Julus Scandinavius vaak voor en heeft
maximaal 49 segmenten waarvan de eerste vijf slechts één
paar, segment, zes en zeven elk één paar
bevruchtingspoten en de overige segmenten elk twee paar
poten bezitten.
|
|
WAAROM EEN MUG ZICH NIET LAAT
PAKKEN
Een mug heeft een klein, dun en fragiel lichaam, zes
dunne pootjes, meestal twee kleine, vederachtige
antennes waarmee zeer goed geur waargenomen kan worden
en een kleine kop met vaak zichtbare zuigsnuit. De twee
vleugels worden in rust achter de rug gevouwen en het
achterste paar poten is bij veel soorten langer en
steekt in rust naar achteren. Dit doet een mug om
eventuele aanstormende vijanden aan te 'zien' komen; in
plaats van kijken voelt de mug de luchtwervelingen met
de achterpoten en vliegt snel weg bij gevaar.

SCHAATSENRIJDERS OP HET WATER
De schaatsenrijder is zo licht van gewicht dat de
oppervlaktespanning van het water haar gemakkelijk kan
dragen het einde van elke poot is uitgerust met
waterafstotende haren zodat ze over het water kan
schaatsen zonder het oppervlak te doorbreken.

DE MEIKEVER VLIEGT TEGEN DE
LAMP
Meikevers houden hun dekschilden oomhoog terwijl ze het
tweede paar vleugels op en neer slaan om te gaan
vliegen. Deze onhandige vliegers vliegen nogal eens
tegen de lamp.
ENERGIEZUINIGE V-FORMATIE
Waarom vliegen ganzen in V-formatie?
De luchtwerveling die de vogel tijdens het vliegen
veroorzaakt betekent veel energieverspilling. Ganzen,
eenden, kraanvogels en andere vogels heffen dit verlies
gedeeltelijk op door in een V-formatie te vliegen.
Elke vogel krijgt dan extra stijgvermogen door de
opwaartse luchtstroom, teweeggebracht door de vogels die
vóór hem vliegen. Op den duur zal de voorste vogel zich
af laten zakken naar achteren en zijn inspannend werk
aan een andere vogel overlaten. Het vliegen in
V-formatie werkt dus energie besparend.
HET VLOOIENTHEATER
Vlooien springen met gemak 100 keer hoger dan hun
lengte. De sprong komt gedeeltelijk door spierkracht tot
stand, maar een kussentje aan weerszijden van het
borststuk geeft de vlo een explosieve stuwkracht. Het
kussentje is een overblijfsel van een scharnier uit de
tijd dat hun verre voorouders nog vleugels hadden. In
het kussentje wordt energie opgeslagen door het
samendrukken van spieren in het borststuk; de energie
ontlaadt zich in een sprong van de vlo. Als de druk op
het kussentje is vrijgemaakt door zijn poten in een
bepaalde stand te zetten, wordt de vlo als een katapult
de lucht in geslingerd.

RUGGESPRAAK OVER DE SCHILDPAD
De landschildpad heeft een hoger schild dan de
waterschildpad. Dat maakt hemt hem mogelijk, zij het met
moeite, om te rollen als hij op zijn rug terechtkomt.
|
|
EEN PLAATJE VAN EEN LIBELLENVLEUGELTJE
Met zijn tere vleugels, een raamwerk van langs- en
dwarsadertjes met daartussen vier- tot zevenhoekige
vlakjes, 0,003 mm dik, kan de libel snelheden van 50 tot
100 kan per uur bereiken.
|
|
 |
|
 |
|