| |
Eten en gegeten worden !
|
|
|
De
Jagers
en grazers leggen enorme afstanden af op zoek naar proviand.
Het gaat er soms wreed aan toe in de dierenwereld, want het
is vaak eten of gegeten worden. Gelukkig hebben dieren zich
lichamelijk aangepast, zodat ze altijd in staat zullen zijn
er voor te zorgen, dat hun soort zich in stand zal houden.
|
|
 |
|
IN DE SPECHTENSNACKBAR
De specht kan heel goed insecten vangen. Hij haalt ze
met zijn lange, kleverige tong onder de schors of uit de
boom vandaan. De groene specht zie je vaak in de buurt
van een mierennest. Hij wacht tot zijn lange kleverige
tong met krioelende mieren bedekt is om ze dan vlug naar
binnen te werken. Dikwijls hakt hij grote gaten in de
mierenhopen om bij de cocons te kunnen komen.
's Winters richt de specht
zijn 'spechtensmidse' in. Hij klemt een dennenappel vast
in een barst in de schors of in een gespleten tak. Dan
haalt hij met zijn sterke snavel de schubben er af en
eet de zaden op.
DE SCHAAR VAN DE OORWORM
Met de tangen aan het achterlijf kan de oorworm in het
donker rupsen en vliegen vangen
|
|
D E
EEKHOORN ALS SHERLOCK HOLMES
Hij kan zijn verborgen voedsel altijd weer terug vinden.
Zelfs onder een laag sneeuw van 30 cm. Hij schijnt
vooral verticale merktekens zoals stammen, struiken en
stengels te hanteren voor het lokaliseren van zijn
verborgen proviand.
Jonge eekhoorns moeten leren hoe zij een harde noot open
kunnen maken. Dat gebeurt door er eerst met de
snijtanden van de beweeglijke onderkaak een gat in te
knagen is dit groot genoeg, dan kan de noot tussen
boven- en ondertanden worden gekraakt.
HET MIEREN-LEGERDESHEILS
Mieren hebben een soort ‘sociale maag’. Als een
hongerige mier een verzadigde soortgenoot ontmoet,
krijgt hij een hapje uit diens welvoorziene krop. Mieren
markeren hun route met geuren en vinden ze de terugweg
op hun reukzin. De geur is zo sterk dat die zelfs
maanden blijft hangen. Wanneer ze een goede voorraad
hebben gevonden, brengen ze een ander soort geur aan om
hun kameraden aan te sporen hier te gaan foerageren. |
|
|
|
DE LIBEL EET OP AFSTAND
Bij de larven van de libellen zijn de monddelen tot een
vangmasker uitgebouwd. Ze kunnen er wel 2 cm. ver mee
uithalen naar hun prooi. Ze wachten roerloos tot een
argeloos insect of jong visje dicht in de buurt komt en
slaan dan genadeloos toe.
|
|
WIE
NIET SNEL IS MOET SLIM ZIJN
De hommel mag er dan wel wat trager uitzien dan de
vlinder of een bij, maar toch is hij ’s morgens zijn
concurrenten te slim af, als het om eten zoeken gaat.
Dat komt doordat de hommel een dikke vacht heeft,
waardoor zijn lichaam minder afkoelt dan die van de
vlinder of bij, Deze twee moeten hun vliegspieren langer
‘warmdraaien voor zij op pad kunnen. De hommel heeft dan
ondertussen al wat vrachtjes honing in zijn korfje
opgeslagen en thuisgebracht
 |
|
BOSMIEREN OP JACHT
Bosmieren jagen vooral op rupsen. Naast dierlijk voedsel
verzamelen de mieren ook allerlei bessen. Bosmieren
ruimen veel ongedierte en ook dode en rottende dieren
op.
|
|
GEBABBEL IN DE SPREEUWENCLUB
Spreeuwen leven in groepsverband in bomen of masten. Zo
hebben ze veel meer kans om te overleven. De aanvaller
maakt weinig kans om hen te pakken te krijgen. Spreeuwen
zijn voortdurend met elkaar aan het babbelen. Als er één
in de groep een voedselbron heeft ontdekt, vertelt zij
het de anderen en vervolgens gaat de hele groep er op
uit om gezellig samen te eten.
|
|
 |
|
DE ZANGLIJSTER TIMMERT ER
OP LOS!
Huisjesslakken trekken zich bij gevaar veilig terug in
hun kalkhuisje. Helaas voor hen trekt de zanglijster
zich niets aan van klein dierenleed en slaat het huisje
op een steen kapot. Hierna wordt de slak smakelijk
opgegeten.
|
|
BRANDNETELPAP VOOR VLINDERKINDJES
Het vrouwtje van de kleine vos en de atalanta en de
dagpauwoog kiezen via de smaakorganen aan de poten de
brandnetel uit om er hun eitjes op af te zetten. Deze
plant bevat het juiste voedsel voor de rupsen die uit de
eieren komen.
|
|
|

DE VLINDER STEEKT ZIJN TONG UIT
Een vlinder heeft een buisvormige roltong waarmee nectar
uit de bloem kan worden opgezogen, of ander vloeibaar
voedsel, zoals sap van zacht rottend fruit, urine, mest,
of vocht van dode dieren. De lengte van de tong varieert
van 1 centimeter tot wel 15 centimeter bij de
Windepijlstaart. Uitzonderingen zijn enkele
nachtvlinderfamilies zoals de nachtpauwogen. Deze hebben
helemaal geen tong en nemen als vlinder geen voedsel
meer op. Ze leven meestal dan ook maar een paar dagen.
De roltong van vlinders wordt ook wel proboscis
genoemd. |
|
DE MOL ALS KOPPENSNELLER
De mol bijt de kop van de regenworm af en legt ze daarna
op een hoopje waar de dieren in elkaar krinkelen.
Ze blijven wel in leven, de kop groeit er op den duur
weer aan maar voorlopig kunnen ze even niet ontkomen.
|
|

DE VAMPIERVLEERMUIS IS GEEN ENGE BLOEDZUIGER!
Vampiers zuigen geen bloed, ze likken het op. De
vleermuis maakt stilletjes een sneetje met zijn
snijtand; het wondje gaat bloeden. Het slachtoffer
slaapt rustig door. Het speeksel van de vleermuis bevat
een soort anti stollingsmiddel, zodat hij wel een
kwartier door kan gaan met drinken. In die tijd drinkt
hij ongeveer 40% van zijn eigen lichaamsgewicht aan
bloed op.
De hand van de vleermuis is vergroeid tot een skelet
waartussen een elastische vlieghuid zit. De duim heeft
een klauw. Wanner het de vleermuis niet lukt een prooi
rechtstreeks in zijn mond te laten vliegen, vangt hij
zijn prooi op met zijn vleugel.
|
MIERENMELKERS
Bladluizen worden vaak gemolken door mieren. De mier
streelt zachtjes over de bladluizen, waarbij er soms een
druppeltje vocht uit de luis komt. De mieren voeden zich
met dit honingdauw, een zoete substantie. De bladluizen
scheiden dit vocht uit omdat het zich anders zou ophopen
en gaan schimmelen, waardoor de luizenkolonie zou
uitsterven.
|
|
MIERENGEDOE
MET HONINGPOTTEN EN PARASOLS |
|
 |
 |
|
De honingpotmier komt helaas niet in
mijn achtertuintje voor, maar is wel interessant om te
vermelden. Hij vult zich met honingdauw, een stroperig
vocht dat bladluizen uitpoepen nadat ze gegeten hebben.
de mieren nemen het spul mee naar hun nest, waar ze er
een paar medebewoners meet vetmesten tot die helemaal
opgezwollen zijn. dan braken die dikzakken de honingdauw
weer uit, waarna de rest het voorbewerkte voedsel mag
opeten. Dat wordt smullen dus..... |
Parasolmieren verbouwen hun eigen voedsel. eerst maken
ze mest uit een mengsel van hun eigen poep en
fijngemaakte bladeren. dan wordt de mest de grond in
gewerkt en daarop groeien vervolgens verrukkelijke,
voedzame schimmels. de parasolmieren weten precies wat
ze doen: als de koningin van de parasolmieren vertrekt
om een nieuw nest te maken, dan neemt ze altijd een
stukje schimmel mee voor haar toekomstige paleistuin. |
|

HORROR-KLAPEKSTERS
Sommige leden van de klapeksters worden ook wel eens
slagersvogels genoemd. Ze houden hun prooi met hun
sterke klauwen vast. Ze doorsteken kleine prooien op
prikkeldraad of scherpe doornen; daar bewaren ze de
prooien ook. Sommige duwen hun slachtoffer zelfs tussen
twijgen, zodat ze een provisiekastje aan kunnen leggen
voor koude tijden waarin voedsel schaars is.

GEBOORTEGOLF ONDER DE BLADLUIZEN
Zonder bladluizen zouden heel wat dieren minder te eten
hebben. Lieveheersbeestjes, rupsen, zweefvliegen,
mieren, sommige vogels en sluipwespen doen er zich vaak
te goed aan. Om niet uit te sterven plant de bladluis
zich ontzettend snel voort, om dit te voorkomen. |
|
 |