| |
|
|
.
|
Spookdieren
Spookdieren zijn de zielen van overleden mensen,
vandaar dat ze de toekomst weten. Vaak zijn ze overleden op een vreemde
manier. De ziel heeft geen rust om komt terug om rond te spoken. Dat
gebeurt vaak in de gedaante van een dier. Ook heksen kunnen zich
veranderen in spookdieren. De meest bekende is wel de zwarte kat.
Ook als vleermuis, zwarte hond, paard
en tal van andere dieren komen
spoken voor.
|

ALMEN - HET SPOOK VAN
EHZE
In
Almen waardde vroeger een spook rond; het spook van de Ehze, een zeer
bezadigd spook, dat zich nimmer vertoont. Omstreeks 1300 was een zekere
Frederik van Hekeren eigenaar van de Ehze. Hij was de vader van de Van
Heeckeren, die zo'n groot aandeel heeft ge had in de twisten tussen
Bronkhorsten en Heeckerens. Tot 1512 is het goed in dit geslacht gebleven.
Evert van Lintelo bouwde in het begin van de zeventiende eeuw een geheel
nieuw Ehze, dat zo mooi was, dat zijn tijdgenoten er niet over uitgepraat
raakten. In de negentiende eeuw heeft een timmerman J. D. Langenberg klein
geld gemaakt van al dat moois. Hij brak ongeveer twee derde van het slot
af, maar wat overbleef was nog steeds de moeite waard. Pas in 1870 was het
weer geheel gerestaureerd.
Het eigenaardige van
het geval is nu dat er in al deze eeuwen geen sprake is geweest van
spokerij op de Ehze, hoewel des papen maghet Aleyd in Almen toch een goede
carrière heeft gemaakt als heks. Eerst onze verlichte twintigste eeuw was
getuige van het optreden van dit sinistere verschijnsel. In de Ehze begon
het een jaar of veertig geleden te kraken en te zuchten, 's Morgens bleken
alle deuren open te staan, en geheimzinnige gedaanten in nevelige gewaden
gingen een soort heksenkermis op de zolders organiseren. De toenmalige
bewoners waren op deze nachtelijke visites allerminst gesteld. Maar het
spook stoorde zich nergens aan. En wat men ook uitvond om het
geheimzinnige wezen kwijt te raken, het bleef. Tenslotte besloot men het
huis met de grond gelijk te maken. Het was nog allerminst bouwvallig, want
nauwelijks vijftig jaar geleden had men kosten noch moeite gespaard om de
Ehze in zijn vroegere luister te herstellen. De slopers deden hun werk
grondig. In korte tijd was er niet meer over dan een kale plek binnen de
grachten. Weer werd een nieuw Ehze gebouwd, maar het spook voelde zich
hier evengoed thuis. Het herhaalde zijn nachtelijke bezoeken en tenslotte
werd het zo hinderlijk dat men besloot het huis te verkopen. En sindsdien
heeft het spook zich in Almen koest gehouden. 'Maar', vertelde ons een
oude knecht die het hele geval van dichtbij had meegemaakt, 'de eigenaar
ging verhuizen, en in zijn nieuwe woning spookte het ook. Hij ging nog
eens verhuizen, en ook daar spookte het. Alleen het echtpaar zelf hoorde
het, en niemand anders. Het was geen spook. Het was hun geweten.'
Bron:
De Achterhoek p.263
|
AALTEN DE OUDE
PASTORIE
Een enkele maal komt het voor dat men in de spookhond een weerkerende dode
ziet.
Bij de oude pastorie te Aalten, aan een bocht van de beek, verscheen 's
nachts om twaalf uur een grote, zwarte hond. Hij liep daar rond, al
rammelend met zijn ketting, sprong dan in het water en verdween. Oude
mensen verzekerden dat het de geest van de pastoor was, die tijdens de
hervorming protestant was geworden.
Bron: Volkskundelijsten Nederl.Akademie.
|
NEEDE
Van Damminkbroek, ook wel Damminkbos geheten, in de buurtschap Achterveld
onder Neede loopt een weg, de Wart'steegde, naar Elsvillen. F.en dagloner,
die bij Henninck in Markvelde moest dorsen, kwam tachtig jaar geleden 's
nachts langs die weg, toen hij bij hoeve Veldhuis een grijs veulen over de
wal zag lopen: Het dier hield hem gezelschap tot Elsvillen, daar verdween
het eerst.
Bron:
Gelders Sagenboek p.32
|
EDE
In het Sijsseltse bos te Ede zweeft ook een spookpaard rond, dat met zijn
gloeiende poten het gras verzengd. Op warme zomeravonden hoort men het wel
briesen en ziet zijn ogen in het voorbij draven lichten.
Bron: Gelders
Sagenboek p.32
|
ZELHEM
Te Zelhem liep "in den olden nach" een zwarte hond zonder kop, met een
ketting aan de hals.
Bron: Gelders Sagenboek p.35
|
VOORTHUIZEN
Ook te Voorthuizen verscheen bij het Moordgat een gloeiend paard.
Bron: Gelders
Sagenboek
p.32
|
WISCH DE
SPOOKPAARDEN
Op de Paasberg bij huize Wisch, waar volgens overlevering een heidense
offerplaats was, is altijd minstens één dorre plek. Daar spookt het
glujende Peerd, wiens hoeven het gras op die plek gezengd hebben. Eens is
er op de berg de houten molen ingestort, doordat het paard er in het
donker tegen aangelopen is.
't Is een lelijk ding met dat paard, want het nadert elk jaar meer en meer
Terborg, en als het de eerste huizen bereikt heeft, gaat het dorp in
vlammen op.
Bron:
Gelders Sagenboek
p.32
|
LOCHEM DE
WILDENBORCH
Vader vertelde ons wel wat zijn grootvader eens beleefd had. lang geleden,
in het bos achter de Wildenborch te Lochem.
Op een stikdonkere avond reed hij met kar en paard door een holle weg,
waar oude knotwilgen op de hoge wallen stonden. Opeens blijft het paard
staan. Het snuift, het steigert. Wat is er toch gaande? Daar ziet hij een
grote hond voor zich met gloeiende ogen. Grootvader wordt er koud van.
Maar hij maakt zich ..krankiel", stapt van de kar en gaat er op af. En wat
was het nu? Een knotwilg met twee gaten in de kop, waar door het
..glimhout" naar buiten scheen. Toen hij bij de Ganzenboer kwam, waar hij
een kalf zou halen, vroeg men hem of hij de zwarte hond met de gloeiende
ogen niet gezien had.
Bron: Oud Achterhoeks Boerenleven
|
Wedergangers
Volksgeloof in de Gelderse Vallei.

Volgens het volksgeloof komt een overledene terug, als hij geen rust in
het graf kan vinden. Dit is vooral het geval met personen, die geld aan de
armen of de kerk beloofd hebben (bijv. in uren van gevaar), maar deze
belofte bij hun dood nog met hebben vervuld. Ik heb drie huizen gekend, m
wier omtrek men 's avonds zulk een spook kon waarnemen. Dat schim schijnt
de familie te willen aansporen, de gedane belofte alsnog te volbrengen;
want wordt hieraan voldaan, dan komt zij niet meer terug. Ook zij, die
tijdens hun leven op oneerlijke wijze geld of goed verkregen, vinden in
hun graf geen rust, vóór het begane onrecht hersteld is. Bij één der
bedoelde drie huizen — een boerenhofstede — werd om de volgende reden een
spook gezien. De overledene had eenmaal — 't was jaren geleden — zijn
akkers vergroot door de grensstenen te verleggen, 's Nachts deed hij nu
onder zuchten en klagen alle moeite om ze weer op hun oude plaats terug te
brengen, hoewel tevergeefs. Hetzelfde geval doet zich bij den Lazarusberg
op Soestdijk voor, waar iedereen het spook „de beer" kent. Het moet de
schim zijn van iemand, die tijdens zijn leven zijn grondbezit had vergroot
door de grensstenen te verleggen. Het spook vertoont zich als een licht,
dat zich nu eens langzaam dan weer met groter snelheid beweegt.
Bron: (Eigen Volk I, 289, door T. Pluim.)
Gelderse volksoverleveringen
|

DOETINCHEM DE SLANGENBURG
Ook het kasteel de slangenburg heeft haar spookverhaal, want hier bij de
gracht huist het zgn. kettingspook, dat 's nachts nog wel eens met zijn
ketenen wil rammelen.
Bron: De Achterhoek
|
De
Witte Wieven
De allerbekendste overleveringsverhalen
in Gelderland zijn toch wel de sagen van de witte wieven.
Vroeger waren de straten nog niet verlicht. En 'n zaklampje had je ook
niet bij je. Maar moest je toch door nacht en ontij op pad, dan kon je je
wel eens heel angstig voelen als je de witte wieven zag rondzweven. Je kon
ze niet aanraken maar je zag ze overduidelijk in de verte. Als
griezelige
witte slierten hielden ze je nauwlettend in de gaten. Dreef maar niet de
spot met de wieven want dan kwamen ze je wel achterna. Tegenwoordig weet
men, dat het mistflarden waren, die over de weilanden hingen. Maar zeg nou
eerlijk, met zo'n nuchtere verklaring als tekst is zo'n sage toch geen
spannend verhaal meer.....
Dus lees en
huiver en laat je fantasie de vrije loop.......
|
LOCHEM - DE WITTE
WIEVEN
Deze sage gaat over de Koele achter 't Hassink. Twee jongelui, Egbert en
Albert, dongen naar de hand van dezelfde jonge dochter. De aanstaande
schoonmoeder had meer met Albert op, want Egbert was de zoon van een klein
keuterboertje, terwijl de ander behoorlijk in de slappe was zat. Maar
Egbert had een goed hart. Het was al eens gebeurd dat zijn paard op hol
sloeg, vlak bij de Witte Wievenkoele. Er zou zeker een ongeluk zijn
gebeurd, als de witte wieven de hengst niet hadden gegrepen. Als dank had
hij toen een eierkoek in de kuil geworpen. De oude boer besloot dat de
witte wieven zouden beslissen wie van de twee zijn dochter het hof zou
mogen maken. In de nacht stuurde hij beiden naar de kuil. Albert ging met
een bezwaard gemoed. Hij gooide een grote 'hietplagge' in de kuil. Direct
zaten de witte wieven hem op de hielen, en hij kon nog net heelhuids de
boerderij van het meisje binnenkomen. Vlak achter hem sloegen de wieven
nog met een bijl in de deeldeur. Egbert ging een half uurtje later. Hij
wierp een spit naar beneden. Veel meer had hij ook al niet weg te geven.
Meteen gooiden de wieven iets terug. Het was de pan waarin de eierkoek was
gebakken.
Tevreden ging Egbert achter de ander aan. Toen bleek dat de pan helemaal
in goud was veranderd. De witte wieven hadden beslist. Voor wie het goed
met hen meent zijn ze nog niet zo kwaad.
Bron:
Willy H.Heitlng p.240
|
BERGSCHE BOS - WITTE
WIEVEN
In den Bargerbos ha'j ok witte wieve. Dee he'k zelf ok wal ezene. Hier
langs den bos steet altied ne lochtstreum, ok bi'j windstil waer. Den
vloed, neumt de leu dat hier. De mölders malen der vrogger bi'j in den
naonacht. In d'en harfst zoog i'j dan slierten mot bewaegen in den wind en
ok de jonge dennebeume bewogen dan en ut was net of ut lech dansen. Veur
ne zestug jaor geleuven de leu daor nog vaste an.
Bron: De oele röp - p.167
|
EIBERGEN - MALLUMERHAAR
Ook hier dansten de Witte Wieven (letterlijk: wetende, wijze vrouwen) 's
nachts in de Mallemerhaar op het Wievenveld.
Bron:
De Achterhoek p.182
|
KILDER - DE JUFFER VAN
HET MONTFERLAND
Met den Kildersen
streujselharker was ut waer wat anders. De graaf stond too, dat ze dat
streujsel oet den bos haalden. Ut blad van de beume en de scheven van de
dennen. De juffer van ut Montferland was arg op eekkatten esteld. Ton den
Kildersen jonge de kaore vol hadde, volgen hee de Daskopsallee. Ton zoog e
daor ne eekatte en hee ging der achter an ut jagen. Hee schudden an de
beume, waer ze inkrop en joog eur achternaor. Maor opins knapt ut rad van
ziene kaore en ut paerd volt teggen de f rond. Al ut streujsel lag waer in
den bos. Zee hebt um ut hele spul waer op de bene ehol-pene, maor hee hef
noojt waer achter eekkatten anejag, want dat was natuurluk de straffe van
de juffer ewest. Daor was ne driefjacht ewest en dat was veur de drievers
zoer warkk. Veural in den harfst as den bos nat was. Dan kwammen ze too
etakeld en meu as ne hond oet den bos zetten. Ne driever oet Zeddam was ok
met ewest en hee was bekaf. Daorumme ging e effen an de kante liggen en
ton zoog e opins ne witte verschiening. Zee kek naor um en stampen dree
kaere op de grond. Ton was ze weg. Hee was der haoste bange van ewordene
en in hoes vertellen e wat of e ezene hadde. Zee waz/en straotarm. Ziene
vrouwe zae teggen um: Gaot is naor dee plaatse hen. En graaf daor is. Wel
wet, wa'j vindt. Hee nam un houweel en de batse met en ton ging e an ut
graven. En ut duurn gaar neet lange, ton stot de batse op iets hards. En
hee halen un kisjen naor bovven en dat zat vol met zilvergeld.
Bron:
De oele röp - p.171
|
ZEDDAM BEEK -
WITTE JUFFERS
Straf en loon.
Te Montferland, een berg niet ver van 's Heerenberg, spookte vroeger eene
witte juffer, in het wit gekleed en met een mandje aan den arm. Ook deze
was soms weldadig, maar liet zich nooit straffeloos bespotten.
Een boer, die te Zeddam des avonds in de herberg zat en naar Beek moest,
zeide spottend tot zijne vrienden, die hem noopten nog langer te blijven,
dat hij dien avond nog met de Juffer van Montferland dansen moest. Hij
voer daarop met zijne kar heen, maar nabij den berg komt hem de witte
juffer tegemoet, hij versteent van schrik, maar wordt tot den dans
gedwongen, met dat gevolg, dat hij drie dagen daarna een lijk was. — Een
ander landman, die haar miskend had, kwam eens met zijne vol geladen kar
aan den voet des bergs, en ziet, plotseling wordt de kar het onderst boven
gekeerd, zoo zacht echter, dat man en paard volstrekt geen letsel kregen.
— Gunstig was de juffer daarentegen zekeren boerenknecht; eens terwijl hij
op een houthoop nederzat, komt zij naast hem zitten, doch staat spoedig
weder op, en stampt een klein eind verder driemalen met den voet op den
grond, waarna zij verdwijnt. Bij het graven op die plek vond de knecht een
ijzeren kist, met schatten beladen.
Bron: Gelderse Volksalmanak 1842
|
EIBERGEN - De drie
witte vrouwen.
Bij de Kormelinksbulten
zweefden ooit drie witte vrouwspersonen over de hei, op een plek waar
iemand ooit een brandende berk heeft waargenomen. Eenmaal zal bij de
Kormelinksbulten een gruwelijke veldslag worden geleverd, en bij elk
oorlogsgerucht verwacht men in Eibergen dat het zover is. Bij de
Bakerbult, in het Hupselerveld en in de Rietmankamp onder Hupsel heeft men
urnen gevonden. Die hadden de ulken of kabouters er neergezet.
Bron:
De Achterhoek p.182
|
ZEDDAM - DE JUFFER VAN
MONTFERLAND
De juffer van Montferland was altijd in het wit gekleed en droeg een
mandje aan de arm. Bij avond en nacht wandelde z,ij over en om de berg.
Wie haar bespotte, strafte zij. In Zeddam zat eens 's avonds een voerman
uit Beek in een herberg. Hij had kar en paard bij zich en men raadde hem
aan die avond niet meer naar Beek terug te keren. Maar hij lachte, en zei
spottend, dat hij die avond nog met de juffer van Montferland moest
dansen. Nabij de berg kwam hij de witte juffer tegen. Hij ontstelde, maar
ontvluchten kon hij niet, en zij dwong hem met haar te dansen. Het moet
een verschrikkelijke dans geweest zijn, want drie dagen later was hij
dood.
Een ander, die met haar gespot had, had eens heideplaggen opgeladen op
zijn kar in de nabijheid van de berg. Toen hij met de volgeladen kar dicht
aan de voet van de berg gekomen was, kwam de witte juffer en zette in een
oogwenk de kar ten onderste boven, maar zo voorzichtig, dat man en paard
geen letsel kregen.
Een knecht, die in het jagershuis diende, stond in haar gunst. Hij zat
eens bij de schuur op een stapel hout, toen de witte juffer uit het bos
kwam en naast hem ging zitten. Daarna stond ze op en ging een eind verder,
stampte daar driemaal met de voet op de grond en verdween daarop
plotseling.
Onmiddellijk ging de knecht naar de plaats, waar de witte juffer op de
grond had gestampt en begon er te graven, tot hij een ijzeren kist vond
waarin grote schatten lagen. De knecht heb ik in mijn jeugd gekend, zei de
oude boswachter Jansen, en de kist heb ik ook nog gezien, maar het geld
niet. Men zei toen dat de rentmeester van de graaf de schat gekregen had,
maar sinds de schat gevonden is werd de juffer niet meer gezien.
Bron: J.G.Voss p.139
|
GORSSEL - EEFDE - EPSE DE
WITTE WIEVEN
Ook in Gorssel hebben
witte wieven gedanst. Elke kerstnacht kan men ze zien op de
Wittewievenbult bij het Springop in Eefde, en ook in de Klembergen in Epse
heeft men ze waargenomen, net als bij de Flierse. Elke winter kwam bij de
Flierse een licht opzetten. Het maakte allerlei rare sprongen en bleef
tenslotte staan op een bepaald punt bij de heg. Daar moest een schat
begraven liggen, zei men. Een man die op het lichtje wilde schieten, kwam
doodsbleek terug. Hij had een wit wief gezien, zei hij.
Bron:
De Achterhoek p.260
|
VORDEN - DE WILDENBORCH -
DE BOZE STIEFMOEDER
In de omgeving van de
Wildenborch was een heuvel, waar men in de kerstnacht onder de grond
kerstklokken hoorde luiden. Daar woonden witte wieven. De heuvel is nu
afgegraven, zodat de witte wieven dakloos zijn geworden. Maar vroeger,
toen ze er nog woonden, gingen ze des nachts spelen met het melkgerei van
de boeren. Er was eens een meisje dat voor haar stiefmoeder boodschappen
moest doen in Vorden. Toen ze langs de heuvel kwam was die open. Binnen
waren de tafels gedekt en het inwendige was verlicht met kaarsen, die op
zilveren kandelaars brandden. De witte wieven nodigden het meisje uit, en
toen ze later naar huis ging mocht ze een van de kandelaars als aandenken
meenemen. De stiefmoeder, die geen gemakkelijke tante was, wilde dat ook
eens proberen. Ook zij mocht een aandenken meenemen. Maar ze graaide
zoveel bij elkaar dat de klok van Vorden twaalf uur sloeg eer ze klaar
was. Toen ging de heuvel dicht, en het heeft zeven jaar geduurd voor ze
eruit kwam.
De boer was ondertussen met een ander getrouwd. Toen de boze stiefmoeder
dat zag, is ze van kwaadheid veranderd in een zwarte kat. Die loopt nu nog
in de omgeving van de Wildenborch rond. Men moet ervoor oppassen, want ze
vliegt iedereen aan. Omstreeks 1790 heeft een arbeider de heuvel ook open
gezien. Ook hij zag schitterende zilveren kandelaars en gedekte tafels.
Maar doordat de heuvel is weg gegraven kan men dat nu niet meer
controleren. Bekend is de Wildenborch ook, omdat de dichter A. C. W.
Staring er heeft gewoond. Hij is begraven op het Vordense kerkhof.
Bron:
De Achterhoek p.227
|
|
Spookhuizen
In spookhuizen was het vaak niet pluis. Als je er al durfde te komen, dan
voelde je helemaal niet op je gemak. Men had het gevoel dat men niet
alleen was. Een zuchtje wind, krakende deuren of piepende ramen. Het ging
er vaak heel eng aan toe in een spookhuis. 's Nachts om 12 uur, dan was
het 't spookuur. Lichtflitsen en schimmen zag je door het raam schijnen.
Vreemde wezens hingen als mistflarden in de kamers...........
|

MALLUM -
SPOOKHUIS BOERDERIJ
HOFMAN
De verhalen over de
dolle baron vallen in het niet bij de geschiedenis van de drie wachters
van Mallem. Tegenover het kippenhok, dat nu de plaats van de heerlijkheid
heeft ingenomen, staat de boerderij Hofman, die men het helemaal niet zou
aanzien dat ze ook al van eeuwen her dateert. Daar heeft het vroeger
gespookt, zegt men. Op een najaarsavond zat er een vreemd mannetje bij het
vuur. Het zat daar maar en zei niets. Plotseling was het verdwenen, maar
de volgende avond zat het er weer. De mensen werden er zenuwachtig van, en
het vee niet minder. De koeien stonden los op de deel en gingen angstig
loeien, en aan dat spektakel kwam pas een eind als het mannetje wegging.
De mensen kregen er
grijze haren van. Men haalde er de dominee bij, maar die wist ook geen
raad. Tenslotte kwam de pastoor van Lunten. Die heeft het mannetje hals
over kop de slotgracht in gekieperd. Het gaf niet eens een plons, zodat
het mannetje is blijven zwijgen tot het voorgoed verdween. De pastoor
gooide een schepel spurriezaad in de gracht. Elk jaar zou daar één
korreltje van vergaan. Als alles verteerd is mag het mannetje terugkomen.
Maar dan is het schrikdraad er nog om hem tegen te houden. Op de boerderij
heeft het niet meer gespookt. Maar boven de gracht zweven bij nacht en
ontij drie zwarte gedaanten. Zij bewaken het mannetje tot het spurriezaad
op is.
Bron: De
Achterhoek
p.184
|
VORDEN -HET SPOOK VAN
HUIZE TEN BRAMEL
Wanneer de klok om middernachtelijke uur heeft geslagen, begint het spook
zijn rondgang door het kasteel. Onmiskenbaar kan men dan de traptreden
horen kraken. Bang hoef je er niet voor te zijn. want dit spook heeft nog
nooit iemand kwaad gedaan. We hebben hier vermoedelijk te doen met de
ronddolende geest van een reeds lang geleden gouvernante Fenneken genaamd,
die als kind op Den Bramel opgroeide. Na haar jeugd op het kasteel te
hebben doorgebracht verhuisde ze naar Oost-Indië, waar ze na een
ongelukkige liefde overleed. Haar geest kon geen rust vinden en keerde
terug naar haar geboorteland.
Bron: Ontdek de Achterhoek p.134
|

LAREN OOLDE
Bij het kasteel Oolde was het 's nachts helemaal niet pluis. Soms ging de
poort vanzelf open. Maar dat was nog niets vergeleken bij de verschijning
van de witte juffer. Die zweefde daar maar door de donkere laan heen en
weer zonder boe of ba te zeggen, en mensen die haar zagen kregen dagen
later nog hartkloppingen als ze aan die ontmoeting dachten.
Bron: De
Achterhoek
p.242
|
TERBORG
Waar nu het postkantoor te Terborg wordt gebouwd, stond ‘het spookhuis”,
een oud herenhuis in een grote tuin, dat, hoewel gemeubeld, steeds
onbewoond was.
Bron:
Gelders Sagenboek
p.61
|
VORDEN EN EDE
Het huis Hackfort te Vorden en huis Kernhem te Ede waren als spookhuizen
berucht.
Bron: Gelders
Sagenboek p.61
|

Hellewagens
De verhalen over de "glujende wagen" ook wel hellewagen genoemd, kwamen
vroeger in heel Nederland voor. De hellewagen reed, bespannen met twee
paarden, 's nachts van 12 uur tot 1 uur door de lucht. Waarschijnlijk
houden deze sagen nauw verband met de verhalen over Derk met de Beer (zie
demonensagen: luchtgeesten).
|

KERKDRIEL
De ,,Hellewagen" rijdt 's nachts met twee paarden bespannen, zonder
gerucht te maken, te Kerkdriel rond.
Bron: Volkskundelijsten der Nederl. Akademie
|
WARNSVELD
Te Warnsveld verscheen de Donderwagen en verdween weer even plotseling als
hij gekomen was.
Bron: Volkskundelijsten der Nederl. Akademie
|
GIESBEEK
In het begin van deze eeuw leefden er te Giesbeek nog oude vrouwtjes, die
's nachts de Glujende Waoge van Nimwege hadden zien rondrijden.
Bron:
Volkskundelijsten der Nederl. Akademie
|
GROENLO
een andere gloeiende wagen verscheen te Groenlo en daar zat Beerneken van
Geulen, de boze bisschop in.
Bron: Volkskundelijsten der Nederl. Akademie
|
|

Terug naar alle
sagen
|