SPOKERIJEN


 

TERUG NAAR ALLE SAGENKNOPPEN EN KAART

SPOOKDIEREN

WEDERGANGERS

WITTE WIEVEN

SPOOKHUIZEN

HELLEWAGENS

 

 

 



 

 


 

 

 

 

.

 

  

 

 

 
Spookdieren

Spookdieren zijn de zielen van overleden mensen, vandaar dat ze de toekomst weten. Vaak zijn ze overleden op een vreemde manier. De ziel heeft geen rust om komt terug om rond te spoken. Dat gebeurt vaak in de gedaante van een dier. Ook heksen kunnen zich veranderen in spookdieren. De meest bekende is wel de zwarte kat. Ook als vleermuis, zwarte hond, paard
en tal van andere dieren komen spoken voor.
 

naar boven
ALMEN - HET SPOOK VAN EHZE


I
n Almen waardde vroeger een spook rond; het spook van de Ehze, een zeer bezadigd spook, dat zich nimmer vertoont. Omstreeks 1300 was een zekere Frederik van Hekeren eigenaar van de Ehze. Hij was de vader van de Van Heeckeren, die zo'n groot aandeel heeft ge had in de twisten tussen Bronkhorsten en Heeckerens. Tot 1512 is het goed in dit geslacht gebleven. Evert van Lintelo bouwde in het begin van de zeventiende eeuw een geheel nieuw Ehze, dat zo mooi was, dat zijn tijdgenoten er niet over uitgepraat raakten. In de negentiende eeuw heeft een timmerman J. D. Langenberg klein geld gemaakt van al dat moois. Hij brak ongeveer twee derde van het slot af, maar wat overbleef was nog steeds de moeite waard. Pas in 1870 was het weer geheel gerestaureerd.

Het eigenaardige van het geval is nu dat er in al deze eeuwen geen sprake is geweest van spokerij op de Ehze, hoewel des papen maghet Aleyd in Almen toch een goede carrière heeft gemaakt als heks. Eerst onze verlichte twintigste eeuw was getuige van het optreden van dit sinistere verschijnsel. In de Ehze begon het een jaar of veertig geleden te kraken en te zuchten, 's Morgens bleken alle deuren open te staan, en geheimzinnige gedaanten in nevelige gewaden gingen een soort heksenkermis op de zolders organiseren. De toenmalige bewoners waren op deze nachtelijke visites allerminst gesteld. Maar het spook stoorde zich nergens aan. En wat men ook uitvond om het geheimzinnige wezen kwijt te raken, het bleef. Tenslotte besloot men het huis met de grond gelijk te maken. Het was nog allerminst bouwvallig, want nauwelijks vijftig jaar geleden had men kosten noch moeite gespaard om de Ehze in zijn vroegere luister te herstellen. De slopers deden hun werk grondig. In korte tijd was er niet meer over dan een kale plek binnen de grachten. Weer werd een nieuw Ehze gebouwd, maar het spook voelde zich hier evengoed thuis. Het herhaalde zijn nachtelijke bezoeken en tenslotte werd het zo hinderlijk dat men besloot het huis te verkopen. En sindsdien heeft het spook zich in Almen koest gehouden. 'Maar', vertelde ons een oude knecht die het hele geval van dichtbij had meegemaakt, 'de eigenaar ging verhuizen, en in zijn nieuwe woning spookte het ook. Hij ging nog eens verhuizen, en ook daar spookte het. Alleen het echtpaar zelf hoorde het, en niemand anders. Het was geen spook. Het was hun geweten.'

Bron:
De Achterhoek p.263
 

AALTEN  DE OUDE PASTORIE

Een enkele maal komt het voor dat men in de spookhond een weerkerende dode ziet.
Bij de oude pastorie te Aalten, aan een bocht van de beek, verscheen 's nachts om twaalf uur een grote, zwarte hond. Hij liep daar rond, al rammelend met zijn ketting, sprong dan in het water en verdween. Oude mensen verzekerden dat het de geest van de pastoor was, die tijdens de hervorming protestant was geworden.
Bron: Volkskundelijsten Nederl.Akademie.

 

NEEDE

Van Damminkbroek, ook wel Damminkbos geheten, in de buurtschap Achterveld onder Neede loopt een weg, de Wart'steegde, naar Elsvillen. F.en dagloner, die bij Henninck in Markvelde moest dorsen, kwam tachtig jaar geleden 's nachts langs die weg, toen hij bij hoeve Veldhuis een grijs veulen over de wal zag lopen: Het dier hield hem gezelschap tot Elsvillen, daar verdween het eerst.
Bron: 
Gelders Sagenboek p.32
 

EDE

In het Sijsseltse bos te Ede zweeft ook een spookpaard rond, dat met zijn gloeiende poten het gras verzengd. Op warme zomeravonden hoort men het wel briesen en ziet zijn ogen in het voorbij draven lichten.
Bron:
Gelders Sagenboek p.32
  

ZELHEM

Te Zelhem liep "in den olden nach" een zwarte hond zonder kop, met een ketting aan de hals.
Bron: Gelders Sagenboek p.35
 

VOORTHUIZEN

Ook te Voorthuizen verscheen bij het Moordgat een gloeiend paard.
Bron:
Gelders Sagenboek p.32
 

WISCH  DE SPOOKPAARDEN

Op de Paasberg bij huize Wisch, waar volgens overlevering een heidense offerplaats was, is altijd minstens één dorre plek. Daar spookt het glujende Peerd, wiens hoeven het gras op die plek gezengd hebben. Eens is er op de berg de houten molen ingestort, doordat het paard er in het donker tegen aangelopen is.
't Is een lelijk ding met dat paard, want het nadert elk jaar meer en meer Terborg, en als het de eerste huizen bereikt heeft, gaat het dorp in vlammen op.
Bron: 
Gelders Sagenboek p.32
 

LOCHEM  DE WILDENBORCH

Vader vertelde ons wel wat zijn grootvader eens beleefd had. lang geleden, in het bos achter de Wildenborch te Lochem.
Op een stikdonkere avond reed hij met kar en paard door een holle weg, waar oude knotwilgen op de hoge wallen stonden. Opeens blijft het paard staan. Het snuift, het steigert. Wat is er toch gaande? Daar ziet hij een grote hond voor zich met gloeiende ogen. Grootvader wordt er koud van. Maar hij maakt zich ..krankiel", stapt van de kar en gaat er op af. En wat was het nu? Een knotwilg met twee gaten in de kop, waar door het ..glimhout" naar buiten scheen. Toen hij bij de Ganzenboer kwam, waar hij een kalf zou halen, vroeg men hem of hij de zwarte hond met de gloeiende ogen niet gezien had.
Bron: Oud Achterhoeks Boerenleven
 

Wedergangers

Volksgeloof in de Gelderse Vallei.

Volgens het volksgeloof komt een overledene terug, als hij geen rust in het graf kan vinden. Dit is voo
ral het geval met personen, die geld aan de armen of de kerk beloofd hebben (bijv. in uren van gevaar), maar deze belofte bij hun dood nog met hebben vervuld. Ik heb drie huizen gekend, m wier omtrek men 's avonds zulk een spook kon waarnemen. Dat schim schijnt de familie te willen aansporen, de gedane belofte alsnog te volbrengen; want wordt hieraan voldaan, dan komt zij niet meer terug. Ook zij, die tijdens hun leven op oneerlijke wijze geld of goed verkregen, vinden in hun graf geen rust, vóór het begane onrecht hersteld is. Bij één der bedoelde drie huizen — een boerenhofstede — werd om de volgende reden een spook gezien. De overledene had eenmaal — 't was jaren geleden — zijn akkers vergroot door de grensstenen te verleggen, 's Nachts deed hij nu onder zuchten en klagen alle moeite om ze weer op hun oude plaats terug te brengen, hoewel tevergeefs. Hetzelfde geval doet zich bij den Lazarusberg op Soestdijk voor, waar iedereen het spook „de beer" kent. Het moet de schim zijn van iemand, die tijdens zijn leven zijn grondbezit had vergroot door de grensstenen te verleggen. Het spook vertoont zich als een licht, dat zich nu eens langzaam dan weer met groter snelheid beweegt.
Bron: (Eigen Volk I, 289, door T. Pluim.) Gelderse volksoverleveringen

 
naar boven
DOETINCHEM DE SLANGENBURG

Ook het kasteel de slangenburg heeft haar spookverhaal, want hier bij de gracht huist het zgn. kettingspook, dat 's nachts nog wel eens met zijn ketenen wil rammelen.
Bron:
De Achterhoek
 

De Witte Wieven


De allerbekendste overleveringsverhalen  in Gelderland zijn toch wel de sagen van de witte wieven.
Vroeger waren de straten nog niet verlicht. En 'n zaklampje had je ook niet bij je. Maar moest je toch door nacht en ontij op pad, dan kon je je wel eens heel angstig voelen als je de witte wieven zag rondzweven. Je kon ze niet aanraken maar je zag ze overduidelijk in de verte. Als
griezelige witte slierten hielden ze je nauwlettend in de gaten. Dreef maar niet de spot met de wieven want dan kwamen ze je wel achterna. Tegenwoordig weet men, dat het mistflarden waren, die over de weilanden hingen. Maar zeg nou eerlijk, met zo'n nuchtere verklaring als tekst is zo'n sage toch geen spannend verhaal meer.....

Dus lees en huiver en laat je fantasie de vrije loop.......  
 


LOCHEM - DE WITTE WIEVEN

Deze sage gaat over de Koele achter 't Hassink. Twee jongelui, Egbert en Albert, dongen naar de hand van dezelfde jonge dochter. De aanstaande schoonmoeder had meer met Albert op, want Egbert was de zoon van een klein keuterboertje, terwijl de ander behoorlijk in de slappe was zat. Maar Egbert had een goed hart. Het was al eens gebeurd dat zijn paard op hol sloeg, vlak bij de Witte Wievenkoele. Er zou zeker een ongeluk zijn gebeurd, als de witte wieven de hengst niet hadden gegrepen. Als dank had hij toen een eierkoek in de kuil geworpen. De oude boer besloot dat de witte wieven zouden beslissen wie van de twee zijn dochter het hof zou mogen maken. In de nacht stuurde hij beiden naar de kuil. Albert ging met een bezwaard gemoed. Hij gooide een grote 'hietplagge' in de kuil. Direct zaten de witte wieven hem op de hielen, en hij kon nog net heelhuids de boerderij van het meisje binnenkomen. Vlak achter hem sloegen de wieven nog met een bijl in de deeldeur. Egbert ging een half uurtje later. Hij wierp een spit naar beneden. Veel meer had hij ook al niet weg te geven. Meteen gooiden de wieven iets terug. Het was de pan waarin de eierkoek was gebakken.
Tevreden ging Egbert achter de ander aan. Toen bleek dat de pan helemaal in goud was veranderd. De witte wieven hadden beslist. Voor wie het goed met hen meent zijn ze nog niet zo kwaad.
Bron: Willy H.Heitlng p.240
 

BERGSCHE BOS - WITTE WIEVEN

In den Bargerbos ha'j ok witte wieve. Dee he'k zelf ok wal ezene. Hier langs den bos steet altied ne lochtstreum, ok bi'j windstil waer. Den vloed, neumt de leu dat hier. De mölders malen der vrogger bi'j in den naonacht. In d'en harfst zoog i'j dan slierten mot bewaegen in den wind en ok de jonge dennebeume bewogen dan en ut was net of ut lech dansen. Veur ne zestug jaor geleuven de leu daor nog vaste an.
Bron: De oele röp - p.167
 

EIBERGEN - MALLUMERHAAR

Ook hier dansten de Witte Wieven (letterlijk: wetende, wijze vrouwen) 's nachts in de Mallemerhaar op het Wievenveld.
Bron:
De Achterhoek p.182
 

KILDER - DE JUFFER VAN HET MONTFERLAND

Met den Kildersen streujselharker was ut waer wat anders. De graaf stond too, dat ze dat streujsel oet den bos haalden. Ut blad van de beume en de scheven van de dennen. De juffer van ut Montferland was arg op eekkatten esteld. Ton den Kildersen jonge de kaore vol hadde, volgen hee de Daskopsallee. Ton zoog e daor ne eekatte en hee ging der achter an ut jagen. Hee schudden an de beume, waer ze inkrop en joog eur achternaor. Maor opins knapt ut rad van ziene kaore en ut paerd volt teggen de f rond. Al ut streujsel lag waer in den bos. Zee hebt um ut hele spul waer op de bene ehol-pene, maor hee hef noojt waer achter eekkatten anejag, want dat was natuurluk de straffe van de juffer ewest. Daor was ne driefjacht ewest en dat was veur de drievers zoer warkk. Veural in den harfst as den bos nat was. Dan kwammen ze too etakeld en meu as ne hond oet den bos zetten. Ne driever oet Zeddam was ok met ewest en hee was bekaf. Daorumme ging e effen an de kante liggen en ton zoog e opins ne witte verschiening. Zee kek naor um en stampen dree kaere op de grond. Ton was ze weg. Hee was der haoste bange van ewordene en in hoes vertellen e wat of e ezene hadde. Zee waz/en straotarm. Ziene vrouwe zae teggen um: Gaot is naor dee plaatse hen. En graaf daor is. Wel wet, wa'j vindt. Hee nam un houweel en de batse met en ton ging e an ut graven. En ut duurn gaar neet lange, ton stot de batse op iets hards. En hee halen un kisjen naor bovven en dat zat vol met zilvergeld.
Bron: De oele röp - p.171
 

ZEDDAM BEEK -
WITTE JUFFERS

Straf en loon.
Te Montferland, een berg niet ver van 's Heerenberg, spookte vroeger eene witte juffer, in het wit gekleed en met een mandje aan den arm. Ook deze was soms weldadig, maar liet zich nooit straffeloos bespotten. Een boer, die te Zeddam des avonds in de herberg zat en naar Beek moest, zeide spottend tot zijne vrienden, die hem noopten nog langer te blijven, dat hij dien avond nog met de Juffer van Montferland dansen moest. Hij voer daarop met zijne kar heen, maar nabij den berg komt hem de witte juffer tegemoet, hij versteent van schrik, maar wordt tot den dans gedwongen, met dat gevolg, dat hij drie dagen daarna een lijk was. — Een ander landman, die haar miskend had, kwam eens met zijne vol geladen kar aan den voet des bergs, en ziet, plotseling wordt de kar het onderst boven gekeerd, zoo zacht echter, dat man en paard volstrekt geen letsel kregen. — Gunstig was de juffer daarentegen zekeren boerenknecht; eens terwijl hij op een houthoop nederzat, komt zij naast hem zitten, doch staat spoedig weder op, en stampt een klein eind verder driemalen met den voet op den grond, waarna zij verdwijnt. Bij het graven op die plek vond de knecht een ijzeren kist, met schatten beladen.
Bron: Gelderse Volksalmanak 1842
 

EIBERGEN  - De drie witte vrouwen.

Bij de Kormelinksbulten zweefden ooit drie witte vrouwspersonen over de hei, op een plek waar iemand ooit een brandende berk heeft waargenomen. Eenmaal zal bij de Kormelinksbulten een gruwelijke veldslag worden geleverd, en bij elk oorlogsgerucht verwacht men in Eibergen dat het zover is. Bij de Bakerbult, in het Hupselerveld en in de Rietmankamp onder Hupsel heeft men urnen gevonden. Die hadden de ulken of kabouters er neergezet.
Bron:
De Achterhoek p.182
 

ZEDDAM - DE JUFFER VAN MONTFERLAND

De juffer van Montferland was altijd in het wit gekleed en droeg een mandje aan de arm. Bij avond en nacht wandelde z,ij over en om de berg. Wie haar bespotte, strafte zij. In Zeddam zat eens 's avonds een voerman uit Beek in een herberg. Hij had kar en paard bij zich en men raadde hem aan die avond niet meer naar Beek terug te keren. Maar hij lachte, en zei spottend, dat hij die avond nog met de juffer van Montferland moest dansen. Nabij de berg kwam hij de witte juffer tegen. Hij ontstelde, maar ontvluchten kon hij niet, en zij dwong hem met haar te dansen. Het moet een verschrikkelijke dans geweest zijn, want drie dagen later was hij dood.

Een ander, die met haar gespot had, had eens heideplaggen opgeladen op zijn kar in de nabijheid van de berg. Toen hij met de volgeladen kar dicht aan de voet van de berg gekomen was, kwam de witte juffer en zette in een oogwenk de kar ten onderste boven, maar zo voorzichtig, dat man en paard geen letsel kregen.
Een knecht, die in het jagershuis diende, stond in haar gunst. Hij zat eens bij de schuur op een stapel hout, toen de witte juffer uit het bos kwam en naast hem ging zitten. Daarna stond ze op en ging een eind verder, stampte daar driemaal met de voet op de grond en verdween daarop plotseling.
Onmiddellijk ging de knecht naar de plaats, waar de witte juffer op de grond had gestampt en begon er te graven, tot hij een ijzeren kist vond waarin grote schatten lagen. De knecht heb ik in mijn jeugd gekend, zei de oude boswachter Jansen, en de kist heb ik ook nog gezien, maar het geld niet. Men zei toen dat de rentmeester van de graaf de schat gekregen had, maar sinds de schat gevonden is werd de juffer niet meer gezien.
Bron: J.G.Voss p.139 
 

GORSSEL - EEFDE - EPSE   DE
WITTE WIEVEN

Ook in Gorssel hebben witte wieven gedanst. Elke kerstnacht kan men ze zien op de Wittewievenbult bij het Springop in Eefde, en ook in de Klembergen in Epse heeft men ze waargenomen, net als bij de Flierse. Elke winter kwam bij de Flierse een licht opzetten. Het maakte allerlei rare sprongen en bleef tenslotte staan op een bepaald punt bij de heg. Daar moest een schat begraven liggen, zei men. Een man die op het lichtje wilde schieten, kwam doodsbleek terug. Hij had een wit wief gezien, zei hij.
Bron: De Achterhoek p.260
 

VORDEN - DE WILDENBORCH - DE BOZE STIEFMOEDER

In de omgeving van de Wildenborch was een heuvel, waar men in de kerstnacht onder de grond kerstklokken hoorde luiden. Daar woonden witte wieven. De heuvel is nu afgegraven, zodat de witte wieven dakloos zijn geworden. Maar vroeger, toen ze er nog woonden, gingen ze des nachts spelen met het melkgerei van de boeren. Er was eens een meisje dat voor haar stiefmoeder boodschappen moest doen in Vorden. Toen ze langs de heuvel kwam was die open. Binnen waren de tafels gedekt en het inwendige was verlicht met kaarsen, die op zilveren kandelaars brandden. De witte wieven nodigden het meisje uit, en toen ze later naar huis ging mocht ze een van de kandelaars als aandenken meenemen. De stiefmoeder, die geen gemakkelijke tante was, wilde dat ook eens proberen. Ook zij mocht een aandenken meenemen. Maar ze graaide zoveel bij elkaar dat de klok van Vorden twaalf uur sloeg eer ze klaar was. Toen ging de heuvel dicht, en het heeft zeven jaar geduurd voor ze eruit kwam.
De boer was ondertussen met een ander getrouwd. Toen de boze stiefmoeder dat zag, is ze van kwaadheid veranderd in een zwarte kat. Die loopt nu nog in de omgeving van de Wildenborch rond. Men moet ervoor oppassen, want ze vliegt iedereen aan. Omstreeks 1790 heeft een arbeider de heuvel ook open gezien. Ook hij zag schitterende zilveren kandelaars en gedekte tafels. Maar doordat de heuvel is weg gegraven kan men dat nu niet meer controleren. Bekend is de Wildenborch ook, omdat de dichter A. C. W. Staring er heeft gewoond. Hij is begraven op het Vordense kerkhof.
Bron:
De Achterhoek p.227
 


Spookhuizen


In spookhuizen was het vaak niet pluis. Als je er al durfde te komen, dan voelde je helemaal niet op je gemak. Men had het gevoel dat men niet alleen was. Een zuchtje wind, krakende deuren of piepende ramen. Het ging er vaak heel eng aan toe in een spookhuis. 's Nachts om 12 uur, dan was het 't spookuur. Lichtflitsen en schimmen zag je door het raam schijnen. Vreemde wezens hingen als mistflarden in de kamers...........

naar boven
MALLUM -
SPOOKHUIS BOERDERIJ HOFMAN

De verhalen over de dolle baron vallen in het niet bij de geschiedenis van de drie wachters van Mallem. Tegenover het kippenhok, dat nu de plaats van de heerlijkheid heeft ingenomen, staat de boerderij Hofman, die men het helemaal niet zou aanzien dat ze ook al van eeuwen her dateert. Daar heeft het vroeger gespookt, zegt men. Op een najaarsavond zat er een vreemd mannetje bij het vuur. Het zat daar maar en zei niets. Plotseling was het verdwenen, maar de volgende avond zat het er weer. De mensen werden er zenuwachtig van, en het vee niet minder. De koeien stonden los op de deel en gingen angstig loeien, en aan dat spektakel kwam pas een eind als het mannetje wegging.

De mensen kregen er grijze haren van. Men haalde er de dominee bij, maar die wist ook geen raad. Tenslotte kwam de pastoor van Lunten. Die heeft het mannetje hals over kop de slotgracht in gekieperd. Het gaf niet eens een plons, zodat het mannetje is blijven zwijgen tot het voorgoed verdween. De pastoor gooide een schepel spurriezaad in de gracht. Elk jaar zou daar één korreltje van vergaan. Als alles verteerd is mag het mannetje terugkomen. Maar dan is het schrikdraad er nog om hem tegen te houden. Op de boerderij heeft het niet meer gespookt. Maar boven de gracht zweven bij nacht en ontij drie zwarte gedaanten. Zij bewaken het mannetje tot het spurriezaad op is.
Bron: 
De Achterhoek p.184
 

VORDEN  -HET SPOOK VAN HUIZE TEN BRAMEL

Wanneer de klok om middernachtelijke uur heeft geslagen, begint het spook zijn rondgang door het kasteel. Onmiskenbaar kan men dan de traptreden horen kraken. Bang hoef je er niet voor te zijn. want dit spook heeft nog nooit iemand kwaad gedaan. We hebben hier vermoedelijk te doen met de ronddolende geest van een reeds lang geleden gouvernante Fenneken genaamd, die als kind op Den Bramel opgroeide. Na haar jeugd op het kasteel te hebben doorgebracht verhuisde ze naar Oost-Indië, waar ze na een ongelukkige liefde overleed. Haar geest kon geen rust vinden en keerde terug naar haar geboorteland.
Bron: Ontdek de Achterhoek p.134
 

LAREN  OOLDE

Bij het kasteel Oolde was het 's nachts helemaal niet pluis. Soms ging de poort vanzelf open. Maar dat was nog niets vergeleken bij de verschijning van de witte juffer. Die zweefde daar maar door de donkere laan heen en weer zonder boe of ba te zeggen, en mensen die haar zagen kregen dagen later nog hartkloppingen als ze aan die ontmoeting dachten.
Bron: 
De Achterhoek p.242
 

TERBORG

Waar nu het postkantoor te Terborg wordt gebouwd, stond ‘het spookhuis”, een oud herenhuis in een grote tuin, dat, hoewel gemeubeld, steeds onbewoond was.
Bron: 
Gelders Sagenboek p.61
 

VORDEN EN EDE

Het huis Hackfort te Vorden en huis Kernhem te Ede waren als spookhuizen berucht.
Bron:
Gelders Sagenboek p.61
 


Hellewagens

De verhalen over de "glujende wagen" ook wel hellewagen genoemd, kwamen vroeger in heel Nederland voor. De hellewagen reed, bespannen met twee paarden, 's nachts van 12 uur tot 1 uur door de lucht. Waarschijnlijk houden deze sagen nauw verband met de verhalen over Derk met de Beer (zie demonensagen: luchtgeesten).
 

naar boven
KERKDRIEL

De ,,Hellewagen" rijdt 's nachts met twee paarden bespannen, zonder gerucht te maken, te Kerkdriel rond.
Bron: Volkskundelijsten der Nederl. Akademie
 

WARNSVELD

Te Warnsveld verscheen de Donderwagen en verdween weer even plotseling als hij gekomen was.
Bron: Volkskundelijsten der Nederl. Akademie
 

GIESBEEK

In het begin van deze eeuw leefden er te Giesbeek nog oude vrouwtjes, die 's nachts de Glujende Waoge van Nimwege hadden zien rondrijden.
Bron: Volkskundelijsten der Nederl. Akademie
 
GROENLO

een andere gloeiende wagen verscheen te Groenlo en daar zat Beerneken van Geulen, de boze bisschop in.
Bron: Volkskundelijsten der Nederl. Akademie
 

TERUG NAAR 'ALLE' SAGEN
Terug naar alle sagen