NATUURSAGEN


TERUG NAAR ALLE SAGENKNOPPEN EN KAART

ONDERAARDSE GANGEN

KUILEN+KOLKEN

BOMEN

WEER

STENEN

OFFERPLAATSEN

 

 

 



 

 


 

 

 

 

.

 

  

 

 


Onderaardse gangen

De onderaardse gangen die in de middeleeuwen werden gegraven, leidden meestal naar kerken, burchten of kloosters. Werd men aangevallen door rovers of ander gespuis, dan kon men gemakkelijk ontsnappen en via de ondergrondse gang een veiliger plek zoeken. Vooral in een kerk of klooster was men redelijk veilig. Op een heilige plek mocht men een ander geen kwaad doen.

naar boven

EDE - NIEUW REEMST

In het Oude Hout bij Ede ligt de boerderij Nieuw Reemst, vanwaar een onderaardse gang naar Oud Reemst moet lopen. Men heeft bij opgravingen de gang niet gevonden, maar wel fundamenten van gemetselde veldkeien, urnenscherven, bronzen sieraden en zilveren munten en een ingemetseld geraamte (een bouwoffer?).
Bron: 
Gelders Sagenboek p.188

 


EDE - HUIZE KERNHEM                                            

Het huis Kernhem bleek een onderaardse verbinding te bezitten met een merkwaardig schedelvormig bergje in een bos nabij de Kalverkamp. Een bejaarde metselaar zakte er in, toen hij herstellingen deed voor de waterafvoer van het Huis. Hij wilde toen in die anderhalve meter hoge gang eens een kijkje nemen, maar de rentmeester liet dat niet toe, uit vrees voor bedwelmende gassen. Het gat is daarop weer dicht geworpen. Er zijn ook verhalen dat een onderaardse gang Kernhem met de Paasberg heeft verbonden.
Bron:
Gelders Sagenboek p.188

BENNEKOM - KASTEEL HOEKELUM

Van Kasteel Hoekelum te Bennekom liep een onderaardse gang naar een heuveltje. Op de top van dit heuveltje zijn de fundamenten van een gebouw aangetroffen. Een andere gang waarin aardewerk is gevonden, voerde naar de buurtschap Laar. 'Laar' of 'Laren' wijst wellicht op een heilige plaats, daar 'laren' de romeinse naam voor huisgoden is.
Bron: 
Gelders Sagenboek - p.189
 

GROENLO

In Grolle achter de bioscoop löo ne onderaardsen gang. I'j könt daor met ne trappe naor ondern en dan krie'je ne helen gang met un gewulfte. Den löp deur töt an de markt. As jonge he'k den gang bekekkene met mien moder. Bearndeken van Gaölen mot daor nog deur wezzen ekroppene. Hee had zich verkleed as marsenkramer. Hee had ne hoop haans bi'j zich en deehef e doo op de markt loselaotene. De börgers dee honger hadden leepen achter de haans te vangen en zee letten neet op wat er gebeurn. En ton kwammen der heupe soldaoten oet den gang. En zo hebt ze Grolle  veroverd.
Bron: De oele rö - p.40
 

BOEKELO

Te Boekelo onder Bennekom moeten diepe gewelven in de grond zitten, waarin men vroeger kindergeraamten gevonden heeft. (Misschien verdonkeremaande pasgeborenen van Nonnen?). Boekelo was een heilige plaats in het Bos, evenals 't Loo bij Apeldoorn.
Bron:
Gelders Sagenboek p.189 en http://www.edenaar.nl/geschiedenis/mystiek.html
 

ZUTPHEN - ST.WALBURGSKERK

Een onderaardse gang verbond ook de Walburgskerk met de Proosdij, een gebouw aan het einde van de Markt bij de Drogenapstoren. Daar woonden de kanunniken; als zij dienst in de kerk moesten verrichten, kwamn zij door die gang naar het koor. Ook de Lombardsteeg zou, naar de klank te oordelen, geheel ondergraven zijn.
Bron:
Gelders Sagenboek  p.188
 

NEEDE - DE KAMP
 
De Kamp is een merkwaardig gebouw bezijden de spoorlijn; een stevig hoekig gebouw, dat in niets lijkt op de boerderijen in onze streek. 'Het kasteel' zeggen de mensen wel, en dat is het ook. De oude slotgrachten zijn in de jaren 1870-'71 gedempt. De sporen ervan kan men nog steeds terugvinden. Merkwaardig zijn ook de beide ingangen, met opschriften uit 1636 en 1789. Een deel van de bovenverdieping heeft nog antieke ruitramen van hardsteen met kleine ruitjes en halve blinden, precies zoals het vroeger was. De stevige muren bergen het raadsel van vele eeuwen in zich, en dat is hun aan te zien zoals ze daar fronsend op het plein staan. Onder de grond bleek er één een meter vijfenzestig dik te zijn. Een oud verhaal zegt dat vanhier een onderaardse gang zou lopen naar de kerk in Neede. Maar niemand heeft daar ooit iets van ontdekt.
Bron:
De Achterhoek p.193
 

W
ARNSVELD - HET VELDE

De oude havezathe het Velde te Warnsveld is lang in één hand geweest met de Voorst te Eefde. Volgens het verhaal zou een onderaardse gang beide kastelen verbinden, maar daar is nooit iets van gevonden.

Bron: 
De Achterhoek p.272
 

GROENLO - BEARNDEKEN VAN GALEN

In Grolle achter de bioscoop löp nog ne onderaardsen gang. I’j könt daor met net rappe naor ondern en dan krie’j ne helen gang met un gewulfte. Den löp deur töt an de markt. As jonge he’k den gang bekekkene met mien moder. Baerndeken van Gaölen mot daor nog deur wezzen ekroppene. Hee had zich verkleed as marsenkraemer. Hee had ne hoop haans bi'j zich en dee hef e doo op de markt loselaotene. De börgers dee honger hadden Iepen achter de haans te vangen en zee letten neet op wat ter gebeum. En ton kwammen der heupe soldaoten oet den gang. En zo hebt ze Grolle veroverd.
Bron: De oele röp - p.39
 


Kuilen en kolken

Hier en daar vind je ze nog. De kuilen en kolken waar het vroeger helemaal niet pluis was.
Ze liggen vaak diep in een bos en ver van de bewoonde wereld. Allerlei geheimzinnige verhalen deden de ronde. Men 'zegt' dat er vergaderingen werden gehouden door de duivel en de heksen. Ook werden daar mensen veroordeeld, en soms stond er een galg. Ook nu nog herkent men deze rechtplaatsen als "galgenveld" of "galgenberg".

 

naar boven
BEEK - DE DONDERKOEL

Hier is ne olde opgedreugde bronne en dee neumt ze de donderkoele. Dat mot donderkiel wezzen. Zee vertelt, dat in de reuzentied de goden vergadern op den Hettenheuvel. Donar was der ok bi'j en op weg naor hoes hef e ne donderkiel in den Bargerbos esmettene. En zo hef dee koele den name ekreggene.
Bron: De oele röp
 

GEESTEREN  - DE KLOKKENBULTEN

Hier in de buurte lig de boerderi-je den Klokkenhof. Daor vlak bi-j lig den Klokkenbulten. Berndeken van Gaolen hef vrogger oet Geestern de klokken weggehaald en hier bunt ze begravene. A’j noo ’s nachens umme twaalf uur daor langs lepen, dan ko’j de klokken heurn.
Bron: De oele röp
 

LOCHEM - DE SPALLERSZOMP

In de Spallerszomp op het landgoed Wildenborch zou een ontzettend grote stenen paardenkrib verzonken liggen. Wellicht is dit een stenen doodskist. Zo'n kist, gevonden op het kerkhof van het vroegere klooster Hulsbergen, bij Hattem, werd als varkenstrog gebruikt.
Bron:
Gelders Sagenboek  p.190
 

LAREN - DE KINDERKOLK

Achter het Hulzebos ligt de Kinderkolk, waar lang geleden op een donkere herfstavond een kind is verdronken. Oude vrouwtjes daar in de buurt horen somtijds om hulp roepen; dan is er boos weer op komst.
Bron: Oud Achterhoeks Boerenleven.
 

LAREN - DE PLOMPEKOLK

De plompenkolk is in het midden grondeloos diep. Lang, lang geleden is daar een onbekende jonkvrouw in verdronken. Misschien was ze op het dwaallichtje afgegaan, dat men er soms ziet zweven.
Bron: Oud Achterhoeks Boerenleven.
 


Bomen

Bomen stonden, volgens de Germanen in verbinding met de goden. De eik en de linde stonden bekend als heilige boom. De verering van eiken en lindebomen was vooral een verering van Maria. Via Maria kon men bij de heilige boom genezing verkrijgen voor vele kwalen. Men ziet nog vaak een Mariakapelletje naast een oude eik staan. Ook werden er rechtspraken gehouden en werden bomen gebruikt als grensafscheiding van de erven. Er zijn tal van overleveringsverhalen over bomen.
 

naar boven
RUURLO - DE KROEZEBOOM

Bij een begrafenis in Ruurlo werd de klok geluid als de stoet op weg naar het kerkhof de Kroezeboom passeerde; vandaar de naam 'Luubusse'. Wie zal zeggen hoeveel eeuwen deze plaatsen al een rol hebben gespeeld in het ceremonieel van dood en begrafenis? Ruurlo geeft aanleiding tot allerlei romantische bespiegelingen.

Rondom de Kroezeboom, de machtige eik op acht stammen op de hoek van de Kroezelaan, moeten vroeger banken hebben gestaan. Daar vertelde men elkaar sterke verhalen op zoele zomeravonden. En wat is er veranderd in die buurt, sinds de oude molen aan de overkant kwam. In enkele tientallen jaren werd alles volgebouwd. De duivel springt er niet meer rond in de gedaante van een kat met gloeiende ogen bij de begraafplaats, of als heer vermomd in de omgeving van de Heksenlaak.
Bron:
De Achterhoek p.219
 

BEEK - PLANKEN WAMES

In Beek stond vroeger, tussen Beek en Stokkum,  een eenzame houten hut: de Planken Wames. Een volksverhaal zegt: Er was eens een meisje, dat was verdwaald midden in het bos. Het was al aardig donker. Het meisje kwam van haar betrekking en wilde naar huis. Toen ging ze naar het hutje en vroeg of iemand haar de weg wilde wijzen. Ze vertelde dat ze bang was omdat ze loon bij zich had. De bewoners stuurden hun oudste zoon met haar mee. Op een plaats in de buurt, het Fieldje geheten, vermoordde de jongen haar en stopte het geld in zijn zak. Na verloop van tijd werd het meisje vermist. De familie zocht het bos af en een familielid voorspelde dat de kraaien de oplossing zouden brengen. een boswachter zag later dat de kraaien steeds boven een bepaalde plek cirkelden en "liek, liek" krijsten en zo kwam het hele verhaal uit.
Bron: Berg Puntsgewijs
 

VORDEN - HET KNOPENLAANTJE

Het knopenlaantje is uniek en dankt zijn naam aan bij bijzonder menselijk ingrijpen. Na de huwelijksplechtigheid ging menig bruidspaar naar deze prachtige laan om een knoop te leggen in een jonge twijg van een beuk. Deze traditie hoort wordt op de dag van vandaag voortgezet. Getuige de tientallen knopen en de pas geplante beukjes.
Bron: de Achterhoek en de Liemers
 

BEEK - DE MARIABEUK

In de Byvanck staat de zware dode Mariabeuk, waar een ingelijst prentje van Maria van Kevelaer in een holte in de door zwam aangetaste stam prijkt. Erbij staat een houten kruis met het opschrift: "Ter nagedachtenis aan Jonker Kurt". Kurt Lochner von Hüttenback, ooit bewoner van het kasteeltje, Duits soldaat in de 1e wereldoorlog, sneuvelde op 24 oktober 1918 in Duitsland. het is geen graf, zoals vaak wordt gedacht.
Bron: Ze zeggen en J.P.Voss p.137
 


HOOG SOEREN - DE JUFFERBOOM

Bij Pomphul stond een reusachtige beuk. Van onderen was hij hol, zodat er wel een man rechtop in staan kon. Maar er zat geen man in, doch een Witte Juffer, en des nachts brandde er een lichtje, waarbij de juffer zat te spinnen. Zo heette de boom dan ook de Jufferboom of ook wel de Spinboom. In de omtrek doolde een zwarte hond met vurige ogen.
De Juffer bewaakt een grote schat:
Diep in het Heidens Gat Begraven ligt een schat; wie hem bij volle maan weet uit te spitten, en daarbij zwijgen kan zal hem bezitten.
Bron: Nederlandse overleveringen p.57
 


DE VLIERSTRUIK

De vlierstruik heeft in het volksgeloof altijd een voorname plaats ingenomen. Niet alleen om de geneeskrachtige werking van bloemen, bladeren of schors. Vlierthee wordt ook nu nog wel gedronken om de zweetdrijvende eigenschappen, maar onze voorouders zagen er meer in: de vlier was een heilige boom, een boom waarvan een onheilwerende werking uitging en daarom plantte men vlieren rond het huis. Ook nu nog vindt men bij veel oude boerderijen een vlierstruik. Vroeger stonden ze naast de waterput of tegen het bakhuis aan. Een vlierstruik kappen stond gelijk met het oproepen van  alle kwaad, dat over mens of dier kon komen, want in de takken van de vlier woonde de schutsgodin van het huis.  van onze vlier wordt verteld dat het de boom is waaraan Judas zich verhangen heeft. Het kleine oorvormige paddestoeltje, dat men wel eens op oude vlierstruiken kan aantreffen, heet dan ook niet voor niets Judasoor.
Bron: Achter Rijn en IJssel p. 82
 

A'j ne lindeboom veur ut hoes kapot wilt hebben, mo'j in un gat in den bast ne cent indoon. Dan geet e kapot. Dat zaen de leu tenminsen. Wi'j hebt ut eprebaerd, maor ton hef ut niks eholpene. Ik wet dus neet, wat ik der van geleuven mot.
De oele röp - p.57
 


Het weer

Over het weer zijn niet veel sagen. Toch zijn er wel opmerkelijke of interessante dingen over te vertellen. Binnenkort hoop ik deze rubriek met enkele weerverhalen aan te kunnen vullen.

naar boven
HAGELKRUISEN

Een merkwaardig iets in De Liemers zijn de hagelkruisen. Er staan er vier in de Liemers; daarnaast is er één in Noord-Brabant en één in Limburg. De hagelkruisen zijn al heel oud. Bij Beek wordt in 1390 een boerderij de Kruisstede genoemd, ergens in de 14e eeuw ook een 'goet toe Cruys'. In vroeger tijd voelde men zich meer overgeleverd aan de krachten in de natuur. Met name door hagel konden de gewassen zware schade oplopen. Om dergelijke gevaren af te wenden richtte men de tekens op die we nu hagelkruisen noemen. Het type dat in De Liemers voorkomt, en in Duitsland ook op de rechteroever van de Rijn, is een kruis van ijzer op een hoge mast, soms bekroond met een haan. Op de linkeroever van de Rijn komen in Duitsland kleine houten, soms stenen, kruisen voor met een tekst. De kruisen zijn veelal opgericht op kruisingen van wegen, waar men zich vroeger toch al wat onzeker voelde bij het kiezen van de juiste weg en waar ook in voor-christelijke tijden al wel tekens gestaan zullen hebben. Wellicht zijn hagelkruisen dan ook gekerstende tekens van veel vroeger oorsprong. Hagelkruisen waren vaak het doel van processies: een in het voorjaar en een dankprocessie in september. Ook brooduitdelingen voor de armen vonden vaak bij deze kruisen plaats. Veel kruisen zijn in de reformatietijd verdwenen.

De vier die we nu nog in De Liemers aantreffen staan in:
BEEK:  ten noordwesten van het dorp, aan de kruising van de Kerkhuisstraat en de Zuidermarkweg
KILDER: in het dorp ten zuiden van de kerk, in de tuin van St. Jansgildestr. 32
VETHUIZEN: in een bosje tussen de boerderijen Holthuizen en Dijkhuizen
WEHL: ten westen van Wehl, bij de kruising Molenweg, Hagelkruisweg en Melkweg
Bron: onbekend
 

Brood, kruisen en hagelslag

In de 'oetgaonden tied'. als de dagen weer korter worden, is het voor de boeren een spannende tijd. Wanneer de veldgewassen bijna rijp zijn is het gevaar, dat de hele oogst door hagel of slagregens vernietigd zal worden, het grootst. Er hoeft maar één flinke hagelbui te komen of alles ligt plat. Hagelslag, zogezegd. Reken maar dat zoiets vroeger heel wat keren is voorgekomen. Voor de boeren betekende dat een ramp. Al vanaf de vijfde eeuw werden daarom her en der veldprocessies of ommegangen gehouden. In een tijd dat er nog veel bijgeloof bestond hadden deze ten doel de (weer)goden gunstig te stemmen en zodoende de veldgewassen te beschermen tegen vernietiging.
Met hetzelfde doel moeten al in vóórchristelijke tijd broden zijn geofferd aan de goden. Maar er waren meer manieren om kwade weersinvloeden te weren. Zo is van de Germanen bekend dat ze kooien met levende hanen in de toppen van bomen hingen. De haan is altijd een afweermiddel tegen de bliksem geweest en nog heden ten dage staan er hanen op kerktorens. Al deze oeroude gebruiken zijn eeuwenlang levend gebleven en nóg zijn ze niet helemaal verdwenen. Tot voor enkele tientallen jaren geleden werden op tal van plaatsen broodoffers gebracht en werden veldprocessies gehouden. Trouwens, zo'n processie bestaat nog, namelijk op hemelvaartsdag in Wehl. Dan trekt men van de kerk naar het hagelkruis, ten westen van het dorp, Over die hagelkruisen moeten we trouwens nog wat vertellen. Het zijn lange houten palen met daar bovenop een kruis, soms bovendien met een haan. Zo zien ze er tenminste uit in de Liemers en het Berghse land. waar ze opvallend veel voorkomen. Ook elders in ons land komen wel hagelkruisen voor. maar dan andere. In Limburg zijn ze veel kleiner en in Aarle-Rixtel staat er een van steen. In het Westfaalse Vehlingen staat een hagelkruis dat veel gelijkenis vertoont met de exemplaren in de Liemers. Maar nergens staan zoveel hagelkruisen dicht bijeen als juist hier in het land van Bergh en de Liemers.
 

HET NOORDERLICHT

Het Noorderlicht veeurspelt neet völle goods. ie zeet het vake, as dat kriegsvolk zoo trekt. In 1870 met de Fransch-Duutschen oorlog was 't ok op een aovend zoo rood in 't westen en later zag ie 't in 't noorden.

Da's blood, zeien de luu. Daor vecht de dooje soldaoten in de loch." In 1811 scheen het Noorderlicht ook zoo rood. "Grootvader had 'n bröer, dèn mos met Napoleon wied vot, nao Rusland. En toe' schèn dat Noorderlech ok zoo rood en de olde menschen praotten ok van blood en dèn armen jongen maken zik zoo bange. Hee is vot egaon en nooit weer 'ekommen.
Bron: Oud Achterhoeks Boerenleven.
 


DONDERBEITELS

Als de bliksem in de boom slaat, zo dat langs de gehele stam een diepe spleet gaat, die in de grond schijnt door te lopen, terwijl het hout en de bastvezels er bij hangen, zegt men wel: „Dat heeft de donderbeitel gedaan."
„Mien vader", zei Jan van Achterbosch, „hef der zelf eene. Den lig op de plate onder 't dak en dat is good tegen 't inslaon. As der onweer wii kommen, zweet den steen altied en soms wordt-e heel week." Ook op andere hoeven worden nog wel donderbeitels bewaard: het zijn praehistorische wapens, langgeleden in de heide gevonden. Men ziet hieruit dat er nog iets leeft van het oude geloof in de donderbeitel of -hamer, door de god met de rode baard geworpen. De donderbeitel wordt ook gebruikt in de volksgeneeskunde: men strijkt er mee langs de „dunegge (=slapen) der kleine kinderen, die aan stuipen lijden.
Bron:
Gelders Sagenboek p.242
 

LOCHEM

's Nachts was mijn vader al om twee uur opgestaan', vertelt H.W. Heuvel, 'om met een buurman naar de paardenmarkt in Hengelo te rijden. Toen ze onderweg waren was het opeens licht geworden, nog lichter dan op de helderste dag, en een grote vuurbol viel neer. Nadat buurman van de eerste schrik was bekomen riep hij: hé, 't was net of der zo een grote schuurdeur werd lösegooid, en of ie zo in de hemel konden kieken.
Bron: De Achterhoek en Oud-Achterhoeks Boerenleven
 

 

 

 

naar boven
LICHTENVOORDE - DE KEI VAN LICHTENVOORDE.


Op de markt ligt de 20.000 kg zware kei die oorspronkelijk in Vragender is opgegraven. Ter gelegenheid van het zilveren regeringsjubileum van Koning Willem III is die door 99 schoenmakers naar het dorp gesleept. Sindsdien heten de Lichtenvoordenaren 'keiensleppers'. Dat getal zegt iets omtrent de invloed van het leer op de welvaart in deze plaats. AI die schoenmakers werkten thuis voor eigen rekening. Hun schoenen sleten ze op de markten in de omgeving. Het was dus een vorm van huisnijverheid en het ging ermee,zoals het hier en elders ook met de textiel ging. Langzamerhand is dat allemaal fabriekmatig geworden.
Bron: 
De Achterhoek p.212
 

DE STEEG - DE DUIVELSTEEN
Zie: duivelssagen
 

WINTERSWIJK DE GROOTSTE KEI VAN NEDERLAND

In Winterswijk zijn heel wat keien gevonden uit ijstijd. Naast het gemeentehuis ligt de grootste van Nederland. Een kei van 45 ton zwaar en 1500 miljoen jaar oud. Men weet zelfs precies waar de kei vandaan komt. Namelijk uit de provincie Smorland in Zweden. De ijstijden hebben hem naar Winterswijk gesleept. Er zijn special fietsroutes langs de zwerfkei uitgezet.
Bron: Achterhoek en Liemers
 


Offerplaatsen

De Germanen eerden de natuur. Men ging er van uit, dat de Goden verantwoordelijk waren voor een goede opbrengst van de akkers, dat er geen onweer en stormschade zou komen, die het gewas en allerlei geneeskrachtige planten beschadigen zou. Op verschillende open plekken in het bos werden offerplaatsen aangelegd. Deze offerplek werd door een aarden wal omgeven; in het midden stond vaak een boom, paal of beeld. Men kwam op gezette tijden bij elkaar rond de boom en bracht offers om de Goden gunstig te stemmen. De kerk heeft geprobeerd deze samenkomsten tegen te gaan en men beweerde dat de duivel zijn handelingen hier had verricht. Veel van deze plekken hebben nog de naam duivelsbos, duivelsdal of heidense gat.

naar boven

Nog toevoegen

TERUG NAAR 'ALLE' SAGEN
 Terug naar alle sagen