HEKSENSAGEN

TERUG NAAR ALLE SAGENKNOPPEN EN KAART

HEKSENFAMILIES

HEKSEN PROCESSEN

 HEKSENGELOOF

 HEKSEN HERKENNEN

 OVER HEKSERIJ
 

 

 

 


 

 

 

 

.

 

  

 

 

 
Heksenfamilies

Vroeger dacht men dat heksen vrouwen waren die zich aan de duivel hadden overgegeven. Bij een verbond met de de duivel moesten heksen God en al zijn Heiligen afzweren; daarvoor in de plaats kregen zij het vermogen tot allerlei bovennatuurlijke handelingen. Zo konden zij boter uit een sloot karnen, mensen onvruchtbaar maken, de oogst op de akkers neer laten slaan.
Het gebeurde vaak dat vrouwen ten onrechte beschuldigd werden van hekserij. Vaak waren het vrouwen die ongetrouwd waren en geen kinderen hadden. Als er dan een kind in de buurt ziek werd of behekst was of een huis vloog bijv. in brand, dan werd al gauw zo'n vrouw als de schuldige aangewezen. Het was aan de vrouw om door middel van een proef haar onschuld te bewijzen.
 

naar boven.
VORDEN- SCHELE GUURKENSBELT

Vlak bij de Wildenborch lag een heuvel, waarvan verteld werd, dat er een heks huisde, Schele Guurken genaamd in de volksmond. De mensen durfden daar 's nachts niet voorbij. Nu woonde daar in de buurt een gezin, waar de in getrouwde jonge vrouw niet veel te vertellen had. De schoonmoeder was een bazig mens en de jonge vrouw was er alleen voor het zware werk. Toen ze op oudejaarsavond aan het oliebollen bakken waren voor de buurt die op bezoek kwam, bleek dat er te weinig meel was. De jonge vrouw werd laat op de avond nog naar Vorden gestuurd om meel te halen. Ze was bang, maar ze kreeg geen lamp mee in het donker. Op de terugweg, het liep al tegen twaalven, moest ze weer langs de bult waar Schele Guurken woonde. Ze zag licht branden in de heuvel en de heks stond haar al op te wachten. Die vroeg waar ze nog zo laat vandaan kwam. Ze was erg vriendelijk en het meisje vertelde, wat ze in Vorden had moeten doen. De heks nodigde haar uit zich even binnen te komen warmen en bleef vriendelijk voor haar. Uiteindelijk mocht ze iets uitzoeken. De jonge vrouw koos een klein lampje, zodat ze licht zou hebben voor de rest van de weg en toen ging ze naar huis, met het meel. In huis kreeg ze te horen, dat ze veel te lang was weggebleven en ze vertelde wat haar allemaal overkomen was en ook dat ze had mogen kiezen uit allerlei kostbare dingen. Ze liet haar lampje zien en de oude vrouw begon onmiddellijk te schelden, dat ze stom was om zoiets kleins en onooglijks te kiezen. Dat zou zij wel beter en anders gedaan hebben. Het jaar daarop ging de oude vrouw laat naar Vorden om meel te halen, in de hoop, dat ook zij de heks zou ontmoeten en binnen genodigd zou worden. Dat gebeurde inderdaad. Met begerige ogen keek ze rond en ze wist niet wat ze zou kiezen uit al die kostbaarheden. Toen de klok van Vorden twaalf uur sloeg, had ze nog geen keuze gemaakt, maar de deur van de bult, die toegang gaf tot het huis van de heks, viel dicht en ze kon er niet meer uit. Het heeft zeven jaar geduurd, dat ze daar gevangen zat en inmiddels was haar man weer getrouwd. Van kwaadheid is de vrouw toen in een zwarte kat veranderd, die daar altijd nog loopt en het de mensen lastig maakt.
Bron: Achterhoek en Liemers

LAREN - VREEBROEK

Potmans Olderdiene kon karnen als niemand boter kon maken. Nog steeds hebben de berken hun heksenbezems en de weilanden hun heksenkringen. Net zoals men nu nog bij onze boerderijen de vlierstruik of het gevonden hoefijzer vindt, beide van oudsher geroemd als deugdelijke middelen om onheilen af te weren.

Bron:
De Achterhoek
 
LAREN - KAS JANNAO

Kas Jannao uit Laren deed het met de brake, de houten schraag die men voor het vlasbraken gebruikte. In het Vreebroek bij Laren is al eens een kind behekst. Die heks kon ook 's zomers boter karnen, als het niemand lukken wilde. Een kleermaker was daar getuige van. Hij zag dat de heks eerst een briefje onder in de karn legde. Toen hij het briefje in zijn zak stak lukte het met het karnen niet meer. De kleermaker bleek echter zijn zak vol boter te hebben, en daardoor is nooit bekend geworden wat er op dat boterbriefje heeft gestaan. Met zulke heksen was het kwaad kersen
Bron: 
De Achterhoek p.243
 

DOORWERTH - KASTEEL DOORWERTH

Kasteel Doorwerth bij Renkum heeft net als elke andere oude burcht ook een spook. Een oud-medewerker heeft eens na sluitingstijd slepende voetstappen op de zolder gehoord. Er gaan verhalen over een heks met lange, wapperende haren die de Fonteinallee op- en afrijdt. Ze zit op een kar die door vijf paarden zonder hoofd wordt getrokken. Eens was ze een mooie, jonge vrouw met lang zwart haar. Ze woonde op het kasteel en hield er vijf minnaars op na. Maar ja... dat kon niet. Als je zoveel toverkracht hebt dat je vijf mannen kunt betoveren, moet je wel een heks zijn. Tijdens haar leven werd ze al als heks gezien en zo leeft ze ook voort na haar dood.
Bron: Gelderlander 2002
 

ZELHEM - HEKSEN AAN HET WERK
 
Ij praot doar van bijgeleuve, maor doar kan 'k ok van metpraoten, meister. Ij hebt wel es eheurd van den olden Maneseume, die wonnen doar op den toete achter Lemkesheumpken: ij wet wel doar hei eers zo'n delle (laagte) in de weg en doar op den kop (hoogte), die doar in de kamp zit. ston smosweleer ok un huite en in die hut te wonnen Smokshanne. Jao. zie. eigenlijk heiten ze Hanne. maor ze smoksen altid in un paar groote klompe rond en daorumme nuumen wij eur zoo. Alleene as et zwoar weer was en fel löchten. dan ree ze op un bessemstel oaver de bulten en woar ze dan neertrčden, wol gin gres of rogge meer wassen. En aj dan es road neudig hadden, ging ij noa Smokshanne en di dei ow es netjes uut de duuke, waj doen en loaten mosten. En now mos den olsten van Manes van den Hoogenkamp lotten, 't Was anders nog wel un astranten bčzel van un jonge, moar now ginge toch te klanke as un gek en zien móoder ging ok te koare of et in den Fransen-tid was. En toe Manes met den gapert van un jonge nit meer eggen of plóogen kon. ginge 's oavens effen sloeps noa Smokshanne. En Hanne zei: ,,Manes, nemp un noalde, woar un doodshemp mee eneid is en stek um die an 't tuug, moar hi mag der niks van vernemen en dan lote zich vrij. zoo woar as ikke Hanneken heite." Manes trok de stevels an. smeerden ze tö es flink met de pezerik in en hi plettern land en zand af. moar hi kon zo'n noalde nit krigen. Un hörtjen later wasse weer bij Hanne. moar zonder noalde. ,,Manes," zei Hanne, ,,goat hen en zuuk un klčverviere en neit um dęe in de
bledde (=slip) van 't hemp en dan litte gin las." 't Halve darp was an 't zuuken noa klčverviere en endelik en ten leste vonnen ze der ok eene en zoowaor ak Derk heite. hi lotten vrij en den, die klčverviere evonnen hadde, kreeg twee riksdaalder van Maneseume. Moar Manes hef now al lange den hakke eschuddet, zoo as ze dat hier moar platweg zekt en vďf zondage lank hef et likkleed op zien graf elége n. Zee, want in vrogger tid begroeven ze um en in de karke en dee in de wekke begraven was. kreeg Sondages zo'n latten geraamte van un doodkiste op de groeve met un Iďkkleed der oaver en soms wel vďr, vďf zondage achter mekare, noavenant aj der veur betalen wollen. Moar Smokshanne, foj, ik worde nog gruwwelig ak der an denke. dęe hef twee dage op starven elčgen. moar ze was zoo toa, dat 't léven der nit uut wol. En tóo ze zoo lange veur dood elégen hadden, zei ze an de buurn: ..Goat hen en trek min 't hemp uut. want das op Zondag eneid." De huurte trok eur 't hemp van 't lif, 't grize kó'pken vil op sid en van stonden an had ze et afgelegd.
Bron: 
Gelders Sagenboek p.76 en Driemaandelijkse bladen.
                                                          

Heksenprocessen


Het laatste proces in het gebied der Staten gevoerd, eindigde in 1610 met vrijspraak, maar in h
et ambt Bredevoort waar de heer van Anholt zeggenschap had, werden in dat jaar nog heksen en tovenaars gepijnigd en ter dood gebracht. Uit processtukken blijkt welk een verschil er in die tijd bestond tussen dit afgelegen gebied en Holland, waar de rechterlijke macht met grote voorzichtigheid het bewijsmateriaal in zaken van toverij hanteerde en professoren der Leidse hogeschool de waterproef, als bewijs van schuld of onschuld, verwierpen. Ook hier werd de vooruitgang der jurisprudentie geleidelijk merkbaar; het volk echter bleef in zijn geloof aan heksen en tovenaars volharden, zodat de drost van Bredevoort op 24 juli 1644 aan het Hof verzocht om verandering te brengen in het landrecht van het graafschap Zutphen ten opzichte van het „schelden ende diffimieren van Toeveners en Hexen", hetgeen werd ingewilligd.
Bron: 
Gelders Sagenboek p.88
 

naar boven


Tussen Aleyd, des papen maghet in Almen, en Aaltje Brouwers uit de Heerlickheid Borculo, vlecke Eybergen, ligt de grenzeloze ellende van naar schatting een miljoen onschuldigen die tussen 1500 en 1700 na afschuwelijke martelingen een vreselijk einde vonden onder de handen van de beul. Van Duitsland uit heeft deze manie zich verspreid over ons gewest. Lang voor er elders in Nederland sprake is van doodvonnissen werden hier al heksenprocessen in optima forma gevoerd. Handig was men er aanvankelijk niet in. In 491 moesten de rechters van Zutphen hun licht gaan opsteken bij de collega's in Keulen, die meer ondervinding hadden op dit gebied. Men zat toen met de handen in het haar over drie vrouwen uit Lochem, ongetwijfeld tovenaressen, gelijk uit alle getuigenverklaringen duidelijk bleek. Maar de beul kon er met geen mogelijkheid een bekentenis uit krijgen. Men had ze gepijnigd en de hakken gebrand. Een van de dames was zelfs met de voeten in een pan gloeiende kolen gaan zitten om haar onschuld te bewijzen. Men had ze wijwater
laten drinken en men had ze zelfs het misgewaad laten aantrekken waarin 's zondags tevoren nog de hoogmis was opgedragen. Het had allemaal niet geholpen en dat werd de rechters te bar. Daarom vroegen ze goede raad aan 'den eirbaren vroemen inde voirsichtigen borgemeisteren, scepen inde raide der stait Colne'. De 'tortuur' was in staat de slachtoffers tot de onzinnigste bekentenissen te brengen. Meestal eindigde de ongelukkige op de brandstapel, waarvoor soms honderd voer hout werd aangesleept. Velen echter vroegen begenadiging door het zwaard. Zij meenden dat in het vuur ook de ziel werd vernietigd. De bekentenissen berustten op de ziekelijkste fantasieën, en toch komt het telkens op hetzelfde neer: een potje toverzalf met vet van kinderlijkjes, vleermuizenbloed, varenzaad en dergelijke hocuspocus. Ze hadden de melk in de buurt blauw of bloederig gemaakt, ze hadden het vee behekst, ze hadden de dood van deze of gene op hun geweten, en steeds was er sprake van persoonlijke omgang met de duivel.
Bron:
De Achterhoek
 


BREDEVOORT  - HEKS MARRY

In Bredevoort woonde in 1675 een zeker Marry, de vrouw van Hendrik Hoemans. Marry was Hendriks tweede vrouw. Uit zijn eerste huwelijk had Hendrik een zoon, Jan genaamd. Zoals wel vaker gebeurt kon de stiefzoon niet zo goed overweg met z’n stiefmoeder en ze kregen dan ook ruzie. Jan zei voortdurend in het bijzijn van anderen dat zijn schoonmoeder een heks was. Marry was woest over deze beschuldiging en stapte naar de rechter. Ze legde het probleem voor, maar voegde er aan toe dat ze niet wilde, dat de rechter haar stiefzoon voor zijn daad strafte. Daartegenover diende ze wel een verzoek om een zogenaamde waterproef op haar toe te passen, waarmee ze het bewijs kon leveren, dat ze geen heks was. De rechter vond dit echter niet nodig. ‘Iedereen weet toch dat u geen heks bent’, zei hij. ‘uw zoon heeft het vast niet zo bedoeld en in zijn drift die opmerkingen gemaakt.’ Marry liet zich echter niet van haar stuk brengen. Ze wilde met alle geweld de proef doorstaan. Door haar aandringen stemde de rechter toe en op 26 juli 1675 werd de heksenproef afgenomen. Marry werd, zoals gebruikelijk bij dit soort heksenproeven, geheel uitgekleed. Vervolgens bond de beul haar handen en voeten aan elkaar en gooide hij haar samen met zijn knecht tot drie maal toe in het water. Marry zonk als een baksteen en als men haar niet steeds naar boven had getrokken zou ze zeker zijn verdronken. Heksen hebben immers geen gewicht en als heks zou Marry dus zijn blijven drijven. Na de proef, kleedde Marry zich aan, zonder verder nog een woord te zeggen en ging tevreden naar huis. Bewezen was nu, dat ze geen heks was en haar stiefzoon een leugenaar.
Bron: Achterhoek en Liemers
 

De eerste heks waarover, zo ver wij weten, in Gelderland recht gesproken werd was „des paepen maecht van Puiten," die „beruchticht was, dat sy Heren Aelbert van Pape betovert wolde hebben ende hoer kunste dair-toe besichde."
Dat was in 1423, en de rechter schreef, dat hij haar "gebetert" had. door haar een boete van negentien rijnsgulden op te leggen.1) Wellicht had deze vrouw een poppetje van was gemaakt, dat heer Albert moest voorstellen, en dat met spelden en naalden doorstoken, in de hoop dat heer Albert pijn zou krijgen op elke plaats, waar zijn wassen evenbeeld gestoken was, en zo langzaam zou sterven. Dit is het zogenaamd envoűtement dat nog wel in het geheim wordt toegepast.
Bron: 
Gelders Sagenboek p.93
 

ALMEN   DES PAPEN MAGHET 

 

De eerste heks in ons gebied waarvan bekend is dat ze met de brandstapel kennismaakte was Aleyd, de huishoudster van de pastoor in Almen. Ook zij had heel wat onrust verwekt, maar toen men haar in het cachot zette, weigerde ze haar omgang met de duivel te bekennen. Over de angst en de pijn van Aleyd, die op de brandstapel de eeuwigheid werd ingestuurd, leest men niets. Wel klaagt de rekening, dat de beul maar elke dag zijn buikje rond wilde hebben en dat hij van lekker eten en drinken hield.  
Bron:
De Achterhoek p.89


BORCULO  DE HEKS
AALTJE BROUWERS

Beul at te veel.
Op 25 september 1694 reisde Aaltje Brouwers, echtgenote van Frans Franssen, 'geb
oortigh uyt de Heerlickheid Borculo, vlecke Eybergen', naar Oudewater om zich officieel te laten wegen, zodat voor God en alle mensen kon worden vastgesteld hoe zwaar ze was. Het was een lange blonde vrouw met blauwe ogen en een mager postuur. Een echte heks dus, en sinds lang werd ze beschuldigd van allerlei geheimzinnige zaken en door de buurtgenoten gemeden. De schepenen, de waagmeesteresse en andere notabele personen, zegt het certificaat van onschuld uit Oudewater, zetten haar op de Heksenwaag, blootshoofds, zonder kousen of schoenen, met alleen een onderrokje over haar hemd, en nadat men zorgvuldig had gecontroleerd of ze niet clandestien toch nog iets zwaars had meegenomen. Schoon aan de haak bleek ze 'een hondert pont soodanige oprechte Troyaansche gewigte te wegen, als men te deser stede ordinaris is gebruyckende'. Dat was meer dan voldoende, vonden de schepenen, de waegmeesteresse en de andere notabele personen. Aaltje Franssen geboren Brouwers kon naar de Heerlickheid Borculo terugkeren als iemand waarvan de onschuld afdoende is bewezen. Met 'een hondert pont oprechte Troyaanse gewichte' is men te zwaar om per bezemsteel het luchtruim te klieven. Opgewekt zwaaiend me haar certificaat kwam Aaltje thuis. Maar de gemeente was nog niet overtuigd. Het gerucht van haar duivelskunsten bleef de ronde doen. Ten einde raad sprong zij het volgend jaar in Borculo in de Berkel om te bewijzen dat ze zonk als een baksteen. De kerkenraad ergerde zich aan zulke ijdele en onnutte proeven en liet haar daarom niet meer toe aan het Avondmaal. Aaltje was een van de laatsten.
Bron: De Achterhoek
p.89
 

'S-HEERENBERG  - MECHTELD TEN HAM

In 1605 had in het graafschap Berg nog een heksenproces plaats. Een oude vrouw, Machteld ten Ham, diende een klacht in tegen een andere vrouw, die haar van toverij betichtte. Getuigen werden gehoord en hun verklaringen vielen niet ten gunste van Machteld uit. Een jongetje vertelde onder anderen dat hij, toen hij eens door het sleutelgat bij Machteld naar binnen had gekeken, daar een jonker met een grote pluim op zijn hoed bij haar aan tafel had zien zitten; maar toen hij daarop naar binnen ging, had hij de vreemde jonker niet meer gezien. Men besloot haar daarop de waterproef te laten ondergaan. Met de handen en voeten kruiselings saamgebonden werd zij door de beul in de Laak in de buurtschap Groot-Azewijn gestoten. Zij dreef en haar lot was beslist. De scherprechter onderzocht haar net zo lang tot zij bekende, en toen zij daarop haar bekentenis herroepen wilde, werden de pijnigingen hervat. i Ten laatste bekende zij boelschap met de duivel te hebben bedreven en ', mensen en beesten te hebben betoverd en noemde medeplichtigen. Zij i werd op de 25ste juli van dat jaar tot de brandstapel veroordeeld, i De graaf van de Berg gebood echter geen verdere vervolgingen meer in j te stellen, zo dat de door Machteld genoemde vrouwen ongemoeid werden gelaten.
Bron: 
Gelders Sagenboek p.100
 

Heksengeloof

Misschien herinneren namen als de Kattenbelt te Ruurlo en de Kattenkolk in Barchem nog aan een heksensabbat. Maar misschien hebben dergelijke namen en ook de plaatsen voordien al deel uitgemaakt van griezelverhalen. Heksen veranderden zich in een zwarte kat of hond, of in een haas. Enkelen drongen door het sleutelgat binnen. Met een gevonden eggentand of klavertjevier kon men ze zien. Ze konden niet over een bezem heen stappen, tegen wijwater waren ze helemaal niet bestand.
Bron:
De Achterhoek

 

naar boven
AALTEN - DE KATTENPOMP

Aalten is, net als Rome, op heuvels gebouwd en op een van die heuvels, de Kattenberg, staat altijd nog de kattenpomp. Deze pomp moet al lang in gebruik zijn en het verwonderlijke ervan is, dat ze, op een van de hoogste punten van Aalten staande, toch altijd water geeft. Zelfs in de droogste zomer. Vroeger was het een buurtpomp, waar de buurtbewoners hun water kwamen halen. Ze moesten de pomp gezamenlijk in bedrijf houden.

Volgens de overlevering is in 1612 op die plek een put gegraven en sindsdien hadden de buurtbewoners daar helder en koel water. De heks van Zieuwent had ook van het wonder gehoord in Aalten, zo wordt verteld. Er zou water geput kunnen worden uit een van de heuvels, een van de hoogste plekken. Ze wilde zelf kijken of het verhaal waar was en omdat ze zich met het grootste gemak in een kat kon veranderen vloog ze op haar heksenbezem naar Aalten om dit wonder te aanschouwen. Het verhaal vertelt niet, waarom ze boven die plek, terwijl ze daar zo rondvloog, zo geschrokken is. In elk geval viel ze midden op de heuvel omlaag, vlak bij de put. Sindsdien heet dat stuk van Aalten de Kattenberg.
Bron: Sagenboek
 

HEKSENKRINGEN

Ginds, onder die oude dennenboom staat een heel gezelschap rose-achtige paddestoelen in een grote kring. Die gewoonte hebben er meer, maar de geur, iets van bitterkoekjes, verraadt, dat we hier waarschijnlijk met de „ringsteel" te doen hebben. Zojuist bekeken we de kring, waarin de ringsteeltjesfamilie geschaard stond. Tja, dat is nu de befaamde „heksenkring" waarover in oude tijden zoveel doen is geweest. Dat die paddestoelen nu juist in een kring gingen staan, vond men zo wonderlijk, ja zo verdacht, dat ze in verband met het bovennatuurlijke werden gebracht, zoals alles wat men niet begrijpen of verklaard kon naar het rijk van de duivel werd verwezen.

Men dacht, dat op die plaatsen de heksen zich met zalf hadden ingesmeerd en om gewicht te verliezen. Dan konden ze op een bezemsteel door de lucht reizen en hun orgieën met de duivels vieren. Bij het zalven vloog een gedeelte van het helse goedje in het rond en op die plaatsen groeiden paddestoelen, Het gras binnen de kring, dat er vaak verwelkt uitziet, was „platgetreden door de gloeiende voeten".

In een oud boekje staat nog vermeld, dat „seeker huysman" een kring vond, waaromheen een pad liep, dat geheel plat getreden was. De dominee, die het geval te beoordelen kreeg, bekeek het zaakje en verklaarde dat hier een „satanische dans" was uitgevoerd. Als zo de gestudeerden oordeelden, wat moest de eenvoudige landman er dan wel van denken. Tegenwoordig heeft men meer dan één verklaring voor het ontstaan van heksenkringen, maar het fijne weet men er toch nog niet van. Typisch is wel dat na een paar jaar in het middelpunt van de cirkel de plantengroei weer begint.
Vroeger wist men niets, totaal niets van de biologie der zwammen, van grondonderzoek enz., dus alles wat vreemd was, was duivelswerk. De plaatsen kwamen in een kwade reuk te staan en het landvolk meed deze plekken.
Bron: De Achterhoek
 

SINT JANSKRUID

Volgens een oude Germaanse sage ontstond St. Janskruid uit het bloed van Odin, die door een ever gewond was; volgens een andere overlevering uit het bloed van de lichtgod Balder.
Het Christendom heeft Balder vervangen door St. Jan, een soort van lichtheilige, wiens feestdag (24 Juni) samenvalt met het oude Midzomerfeest, waaraan de in het heidendom wortelende en nog niet geheel uitgestorven St. Jansvuren zo duidelijk herinneren.

In de St. Jansnacht geplukt, bevrijdt dit kruid de mens van ziekten, toverij en kwade geesten; vandaar de naam jaag-de-duivel. Over die wonderkracht was de Duivel zo nijdig, dat hij het poogde te vernielen; op een donkere nacht doorprikte hij met naalden al de bladeren.
Een drank uit St. Janskruid en distelzaad bereid werd de heksen ingegeven bij de oude heksenprocessen, opdat zij, daardoor aan de macht des duivels onttrokken, de volle waarheid zouden bekennen.
Bron: Döhnhardt, Naturgeschichtliche Volksmarchen
 


Heksen herkennen


Heksen worden ontmaskerd door allerlei proeven te ondergaan. Heel bekend zijn de gewichtsproef b
ij de Heksenwaag bij Oudewater. Daar kreeg de onschuldig verklaarde een certificaat van onschuld mee, om in haar streek te kunnen aantonen dat ze geen heks was. Heksen zijn in overleveringsverhalen ook herkenbaar aan hun uiterlijk. Ze hebben vaak vergroeide wenkbrauwen, druipogen en platvoeten, zij kunnen iemand nooit vlak in zijn gezicht zien; zij kunnen niet over een bezemsteel stappen en ook niet over een kruis. 
Bron: Folkloristisch Woordenboek p.141

naar boven
DE SLEUTELPROEF

Het ging op een Veluws dorp onder een groep mensen om de vraag of Aaltje. .... een heks was.
Om dat uit te maken werd de Bijbel genomen en opgeslagen op Elimas de tovenaar. Op die tekst werd een kruissleutel gelegd, de Bijbel werd gesloten en kruisvormig werd er toen een touw omheen gewonden. Terwijl iemand van de aanwezigen de uiteinden van het toe geknoopte koord vast hield, volgde er een tweespraak: Aaltje is een toverheks. Neen, ze is het niet. Deze woorden werden steeds herhaald, totdat de Bijbel zich begon te bewegen. Het lot van Aaltje hing af van het ogenblik, waarop het Boek bewoog; was zij toen schuldig of onschuldig genoemd?')Anderen zeggen dat men te middernacht met de Bijbel, waarin twee gekruiste sleutels liggen, door de straten moet gaan. Overal waar de sleutels draaien, wonen heksen.2)Ook kan men het sleutelkruis op die plaats in Mattheus leggen, waar gezegd wordt dat de duivel Jezus in de woestijn wil verzoeken (Matth. IV : 1). Men neemt dan de gesloten Bijbel bij het boveneind van de sleutel, en plaatst die op de twee voorste vingers, zodat de Bijbel tussen de handen hangt, en de gehele Bijbel draait, zodra men de naam van de heks noemt.2)
Bron:
Gelders Sagenboek p.93
 


DE GEWICHTSPROEF

Men dacht in de middeleeuwen, dat heksen door hun geringe gewicht in staat waren te vliegen. In Oudewater is nog altijd de heksenwaag. Het werd gebouwd in het jaar 1482. Na weging van de 'heks' kreeg de hij of zij een certificaat, waaruit bleek dat het gewicht wel of niet in overeenstemming was met de natuurlijke proporties van het lichaam. Aangenomen werd, dat men met een gewicht van minder dan 50 kilo best wel eens een heks zou kunnen zijn. Vanuit het hele land kwamen de beschuldigden naar Oudewater, om zich te laten wegen om op deze manier het zo begeerde certificaat van onschuld te bemachtigen, zodat men kon aantonen dat men geen heks was.
 


DE HAANPROEF

In het jaar 1918 was een ongeveer driejarig kind te Opheusden geruime tijd ziek; men hield het voor betoverd. Een godsdienstig protestant van de Veluwezoom zou toen de heks laten verschijnen. Een zwarte kip werd levend in een pot met kokend water gestopt; op de tafel werd een Bijbel gelegd en achter de deur stokken gereed ge/et om de eerste, die binnen kwam af te ranselen, want dat zou de heks zijn. Niemand verscheen echter, maar wie later wel verscheen was de veldwachter, die van het geval gehoord had. De schuldige werd toen voor het gerechtshof te Arnhem tot een maand gevangenisstraf veroordeeld.')
Ook te Herwijnen, Brakel en Zelhem werd deze proef wel eens toegepast.
Bron:  
Gelders Sagenboek p.91
 

DE HAANPROEF

Om een kol te ontdekken, gaat men in Nijkerk aldus te werk. Men neemt een grote open ketel, doet daar een weinig water in en stopt er vervolgens een levende zwarte kip in. Daarop maakt men er vuur onder. De kip wordt dan lastig en tracht te ontsnappen. Daarom staan twee lui op wacht met vliertakken en slaan de kip telkens terug, zodat het beest tenslotte gekneusd, geroosterd en gekookt is. De volgende dag gaat men rond om te zien wie gekneusd, gebrand of geblaard is, en dat is dan de heks.
In 1850 vertelde de onderwijzer van een groot dorp bij Arnhem, kwam er iemand bij mij. die mij tot mijn schrik vertelde, dat ik bijna een duchtig pak slaag had gekregen. Ik vroeg natuurlijk; „Hoe zo dan'.,,Wel," was het antwoord, „bent u onlangs ergens op een boerenerf geweest?" „Ja." Welnu. U heeft toen enige mensen om de haard zien zitten, bezig een duchtig vuur te onderhouden, onder een grote pot met water." „Dat herinner ik mij duidelijk; maar wat had dit met mij te maken?" „Dat zal ik u zeggen. De boer had een ziek beest, waarvan hij geloofde, dat iemand het betoverd had. Nu heerst bij die mensen het denkbeeld, dat zij een levende zwarte kip in een ketel met koud water moeten steken en dit vervolgens aan de kook brengen; dan wordt hij, die het vee betoverd heeft, gedwongen er bij te komen. Gelukkig kwam ü op dat tijdstip, maar waren er geen mensen geweest die voor uw onschuld in hadden gestaan, ze zouden u misschien halfdood geslagen hebben.
Bron:
Gelders Sagenboek p.91
 

A'j un kruusken maakt achter op de stool waor ne hekse op zit, dan kan ze neet meer loskommen. Met un onwaer mog mien vader met nog wat andern schulen bi'j ne vrouwe dee as hekse bekend ston. Mien vader was un aos en den zetten stillekes un kruus op de achterkante van den stool. Later hef e dat kruusken waer weggeveagd en ton kon ze weer gaon. Maor geleuf maor, dat dat wief giftug was. A'j met ne klomp un kruus maakt op den diek, daor könt de heksen ok neet ovverhen.
De oele röp - p.23
 
Hekserijen  

De kunst van hek heksen is vaak aangeboren., die vererft van moeder op dochter. Zo'n heksengezin is vaak in het bezit van een toverboek. Een heks kan niet sterven, zolang ze geen erfgenaam van haar zwarte kunst heeft gevonden. Een pastoor kan echter de heks door belezing verlossen. Een heks beweegt zich door de lucht met een bezem. Zo kan ze naar de
sabbat vliegen, om onder leiding van de duivel te vergaderen. Tijdens de vergadering wordt er gedanst en gezongen. De naam van God mag onder geen voorwaarde genoemd worden
Bron: Folkloristische Woordenboek p.143

naar boven
HET WISSELKIND OF DE WISSELHEKS

Heksen, dat is raar goed. Ze stelen de boeren de melk en de boter af. Sommigen maken een lawaai als een oordeel; je kunt er 's nachts niet van slapen, als je in een behekst huis bent.
't Is wel gebeurd, dat ze het hele huis er om moesten afbreken. Andere heksen vliegen het huis uit, en dansen op 't veld midden in de nacht.
Maar 't allerergst is 't, als je met een wisselheks te doen krijgt. Die stelen de kinderen uit de wieg en brengen ze naar een ander.
't Kan ook gebeuren dat ze er een ander kind voor m de plaats brengen, meestal gebrekkig of scheel of lam. Dat zijn haar eigen kinderen, en zij willen toch ook liever een kind hebben, dat zonder gebreken is.
Bron: Nederlandse Overleveringen p.48
 

DE HEKSENBEZEM

Hoewel heksen zich vervoeren per bezem, is er toch iets raars mee aan de hand. Ze kunnen namelijk niet 'over' een bezemsteel stappen. Bij boerderijen zie je nog wel eens een bezem tegen de muur staan bij de deur. Het is een afweermiddel tegen boze geesten.
 


HEKSENZALF

De heks bestreek zich met heksenzalf als ze op haar bezem door de lucht reed om naar de vergaderingen met de duivel te gaan. Dat was altijd 's nachts tussen 12 en 1 uur. De heksenzalf bestond uit vet met daarin sap van gifplanten: bilzekruid, wolfskers, monnikskap, koningsvaren, ijzerhard, huislook, venushaar, zwarte nachtschade, doornappel en wolfsmelk. Ook de hennep diende als bestanddeel.
Bron: Folkloristisch woordenboek p.142
 

DE HEKSENRIT

De heksenrit kan worden opgevoerd als de heks onder de armen strijkt en dan haar spreuk opzegt: "Duivel, neem mij op, over heggen, over stegen, over alle wegen, tegen bergen op.
Bron: Folkloristisch Woordenboek p.143
 

TERUG NAAR 'ALLE' SAGEN
   Terug naar alle sagen