.
VORDEN- SCHELE
GUURKENSBELT
Vlak bij de Wildenborch lag
een heuvel, waarvan verteld werd, dat er een heks huisde, Schele Guurken
genaamd in de volksmond. De mensen durfden daar 's nachts niet voorbij. Nu
woonde daar in de buurt een gezin, waar de in getrouwde jonge vrouw niet
veel te vertellen had. De schoonmoeder was een bazig mens en de jonge
vrouw was er alleen voor het zware werk. Toen ze op oudejaarsavond aan het
oliebollen bakken waren voor de buurt die op bezoek kwam, bleek dat er te
weinig meel was. De jonge vrouw werd laat op de avond nog naar Vorden
gestuurd om meel te halen. Ze was bang, maar ze kreeg geen lamp mee in het
donker. Op de terugweg, het liep al tegen twaalven, moest ze weer langs de
bult waar Schele Guurken woonde. Ze zag licht branden in de heuvel en de
heks stond haar al op te wachten. Die vroeg waar ze nog zo laat vandaan
kwam. Ze was erg vriendelijk en het meisje vertelde, wat ze in Vorden had
moeten doen. De heks nodigde haar uit zich even binnen te komen warmen en
bleef vriendelijk voor haar. Uiteindelijk mocht ze iets uitzoeken. De
jonge vrouw koos een klein lampje, zodat ze licht zou hebben voor de rest
van de weg en toen ging ze naar huis, met het meel. In huis kreeg ze te
horen, dat ze veel te lang was weggebleven en ze vertelde wat haar
allemaal overkomen was en ook dat ze had mogen kiezen uit allerlei
kostbare dingen. Ze liet haar lampje zien en de oude vrouw begon
onmiddellijk te schelden, dat ze stom was om zoiets kleins en onooglijks
te kiezen. Dat zou zij wel beter en anders gedaan hebben. Het jaar daarop
ging de oude vrouw laat naar Vorden om meel te halen, in de hoop, dat ook
zij de heks zou ontmoeten en binnen genodigd zou worden. Dat gebeurde
inderdaad. Met begerige ogen keek ze rond en ze wist niet wat ze zou
kiezen uit al die kostbaarheden. Toen de klok van Vorden twaalf uur sloeg,
had ze nog geen keuze gemaakt, maar de deur van de bult, die toegang gaf
tot het huis van de heks, viel dicht en ze kon er niet meer uit. Het heeft
zeven jaar geduurd, dat ze daar gevangen zat en inmiddels was haar man
weer getrouwd. Van kwaadheid is de vrouw toen in een zwarte kat veranderd,
die daar altijd nog loopt en het de mensen lastig maakt.
Bron: Achterhoek en Liemers
LAREN - VREEBROEK
Potmans Olderdiene kon karnen als niemand boter kon maken. Nog steeds
hebben de berken hun heksenbezems en de weilanden hun heksenkringen. Net
zoals men nu nog bij onze boerderijen de vlierstruik of het gevonden
hoefijzer vindt, beide van oudsher geroemd als deugdelijke middelen om
onheilen af te weren.
Bron:
De Achterhoek
|
LAREN - KAS JANNAO
Kas Jannao uit Laren deed het met de brake, de houten schraag die men voor
het vlasbraken gebruikte. In het Vreebroek bij Laren is al eens een kind
behekst. Die heks kon ook 's zomers boter karnen, als het niemand lukken
wilde. Een kleermaker was daar getuige van. Hij zag dat de heks eerst een
briefje onder in de karn legde. Toen hij het briefje in zijn zak stak
lukte het met het karnen niet meer. De kleermaker bleek echter zijn zak
vol boter te hebben, en daardoor is nooit bekend geworden wat er op dat
boterbriefje heeft gestaan. Met zulke heksen was het kwaad kersen
Bron: De
Achterhoek p.243
|
DOORWERTH - KASTEEL
DOORWERTH
Kasteel Doorwerth bij Renkum heeft net als elke andere oude burcht ook een
spook. Een oud-medewerker heeft eens na sluitingstijd slepende voetstappen
op de zolder gehoord. Er gaan verhalen over een heks met lange, wapperende
haren die de Fonteinallee op- en afrijdt. Ze zit op een kar die door vijf
paarden zonder hoofd wordt getrokken. Eens was ze een mooie, jonge vrouw
met lang zwart haar. Ze woonde op het kasteel en hield er vijf minnaars op
na. Maar ja... dat kon niet. Als je zoveel toverkracht hebt dat je vijf
mannen kunt betoveren, moet je wel een heks zijn. Tijdens haar leven werd
ze al als heks gezien en zo leeft ze ook voort na haar dood.
Bron: Gelderlander 2002
|
ZELHEM - HEKSEN AAN HET
WERK

Ij praot doar van bijgeleuve, maor doar kan 'k ok van metpraoten, meister.
Ij hebt wel es eheurd van den olden Maneseume, die wonnen doar op den
toete achter Lemkesheumpken: ij wet wel doar hei eers zo'n
delle (laagte) in de weg en doar op den kop (hoogte), die doar in de kamp zit.
ston smosweleer ok un huite en in die hut te wonnen Smokshanne. Jao. zie.
eigenlijk heiten ze Hanne. maor ze smoksen altid in un paar groote klompe
rond en daorumme nuumen wij eur zoo. Alleene as et
zwoar weer was en fel löchten. dan ree ze op un bessemstel oaver de bulten
en woar ze dan
neertrčden, wol gin gres of rogge meer wassen. En aj dan
es road neudig hadden, ging ij noa Smokshanne en di dei ow es netjes uut
de duuke, waj doen en loaten mosten. En now mos den olsten van Manes
van den Hoogenkamp lotten, 't Was anders nog wel un astranten bčzel van un jonge, moar now ginge toch te klanke as un gek en
zien móoder ging ok te
koare of et in den Fransen-tid was. En toe Manes met den gapert van un
jonge nit meer eggen of plóogen kon. ginge 's oavens effen sloeps noa
Smokshanne. En Hanne zei: ,,Manes, nemp un noalde, woar un doodshemp mee
eneid is en stek um die an 't tuug, moar hi mag der niks van vernemen en
dan lote zich vrij. zoo woar as ikke Hanneken heite." Manes trok de stevels an. smeerden ze tö es
flink met de pezerik in en hi plettern land
en zand af. moar hi kon zo'n noalde nit krigen. Un hörtjen later wasse
weer bij Hanne. moar zonder noalde. ,,Manes," zei Hanne, ,,goat hen en
zuuk un klčverviere en neit um dęe in de
bledde (=slip) van 't hemp en dan
litte gin las." 't Halve darp was an 't zuuken noa klčverviere en endelik
en ten leste vonnen ze der ok eene en zoowaor ak Derk heite. hi lotten
vrij en den, die klčverviere evonnen hadde, kreeg twee riksdaalder van Maneseume. Moar Manes hef now al lange den hakke eschuddet, zoo as ze dat
hier moar platweg zekt en vďf zondage lank hef et likkleed op zien graf elége n. Zee, want in vrogger tid begroeven ze um en in de karke en dee in
de wekke begraven was. kreeg Sondages zo'n latten geraamte van un
doodkiste op de groeve met un Iďkkleed der oaver en soms wel vďr, vďf zondage
achter mekare, noavenant aj der veur betalen wollen. Moar Smokshanne, foj,
ik worde nog gruwwelig ak der an denke. dęe hef twee dage op starven elčgen. moar ze was zoo toa, dat 't léven der
nit uut wol. En tóo ze zoo
lange veur dood elégen hadden, zei ze an de buurn: ..Goat hen en trek
min 't hemp uut. want das op Zondag eneid." De huurte trok eur 't hemp
van 't lif, 't grize kó'pken vil op sid en van stonden an had ze et
afgelegd.
Bron:
Gelders Sagenboek
p.76 en Driemaandelijkse bladen.
|
Heksenprocessen

Het laatste proces in het gebied der Staten gevoerd, eindigde in 1610 met
vrijspraak, maar in het ambt Bredevoort waar de heer van Anholt
zeggenschap had, werden in dat jaar nog heksen en tovenaars gepijnigd en
ter dood gebracht. Uit processtukken blijkt welk een verschil er in die
tijd bestond tussen dit afgelegen gebied en Holland, waar de rechterlijke
macht met grote voorzichtigheid het bewijsmateriaal in zaken van toverij
hanteerde en professoren der Leidse hogeschool de waterproef, als bewijs
van schuld of onschuld, verwierpen.
Ook hier werd de vooruitgang der
jurisprudentie geleidelijk merkbaar; het volk echter bleef in zijn geloof
aan heksen en tovenaars volharden, zodat de drost van Bredevoort op 24
juli 1644 aan het Hof verzocht om verandering te brengen in het landrecht
van het graafschap Zutphen ten opzichte van het „schelden ende diffimieren
van Toeveners en Hexen", hetgeen werd ingewilligd.
Bron:
Gelders Sagenboek
p.88
|
|

Tussen Aleyd, des papen maghet in Almen, en Aaltje Brouwers uit de
Heerlickheid Borculo, vlecke Eybergen, ligt de grenzeloze ellende van naar
schatting een miljoen onschuldigen die tussen 1500 en 1700 na
afschuwelijke martelingen een vreselijk einde vonden onder de handen van
de beul. Van Duitsland uit heeft deze manie zich verspreid over ons
gewest. Lang voor er elders in Nederland sprake is van doodvonnissen
werden hier al heksenprocessen in optima forma gevoerd. Handig was men er
aanvankelijk niet in. In 491 moesten de rechters van Zutphen hun licht
gaan opsteken bij de collega's in Keulen, die meer ondervinding hadden op
dit gebied. Men zat toen met de handen in het haar over drie vrouwen uit
Lochem, ongetwijfeld tovenaressen, gelijk uit alle getuigenverklaringen
duidelijk bleek. Maar de beul kon er met geen mogelijkheid een bekentenis
uit krijgen. Men had ze gepijnigd en de hakken gebrand. Een van de dames
was zelfs met de voeten in een pan gloeiende kolen gaan zitten om haar
onschuld te bewijzen. Men had ze wijwater
laten drinken en men
had ze zelfs het misgewaad
laten aantrekken waarin 's zondags tevoren nog
de hoogmis was opgedragen. Het had allemaal niet geholpen en dat werd de
rechters te bar. Daarom vroegen ze goede raad aan 'den eirbaren vroemen
inde voirsichtigen
borgemeisteren, scepen inde raide der stait Colne'. De
'tortuur' was in staat de slachtoffers tot de onzinnigste bekentenissen te
brengen. Meestal eindigde de ongelukkige op de brandstapel, waarvoor soms
honderd voer hout werd aangesleept. Velen echter vroegen begenadiging door
het zwaard. Zij meenden dat in het vuur ook de ziel werd vernietigd. De
bekentenissen berustten op de ziekelijkste fantasieën, en toch komt het
telkens op hetzelfde neer: een potje toverzalf met vet van kinderlijkjes,
vleermuizenbloed, varenzaad en dergelijke hocuspocus. Ze hadden de melk in
de buurt blauw of bloederig gemaakt, ze hadden het vee behekst, ze hadden
de dood van deze of gene op hun geweten, en steeds was er sprake van
persoonlijke omgang met de duivel.
Bron:
De Achterhoek
|
BREDEVOORT - HEKS MARRY
In Bredevoort woonde in 1675 een zeker Marry, de vrouw van Hendrik Hoemans.
Marry was Hendriks tweede vrouw. Uit zijn eerste huwelijk had Hendrik een
zoon, Jan genaamd. Zoals wel vaker gebeurt kon de stiefzoon niet zo goed
overweg met z’n stiefmoeder en ze kregen dan ook ruzie. Jan zei
voortdurend in het bijzijn van anderen dat zijn schoonmoeder een heks was.
Marry was woest over deze beschuldiging en stapte naar de rechter. Ze
legde het probleem voor, maar voegde er aan toe dat ze niet wilde, dat de
rechter haar stiefzoon voor zijn daad strafte. Daartegenover diende ze wel
een verzoek om een zogenaamde waterproef op haar toe te passen, waarmee ze
het bewijs kon leveren, dat ze geen heks was. De rechter vond dit echter
niet nodig. ‘Iedereen weet toch dat u geen heks bent’, zei hij. ‘uw zoon
heeft het vast niet zo bedoeld en in zijn drift die opmerkingen gemaakt.’
Marry liet zich echter niet van haar stuk brengen. Ze wilde met alle
geweld de proef doorstaan. Door haar aandringen stemde de rechter toe en
op 26 juli 1675 werd de heksenproef afgenomen. Marry werd, zoals
gebruikelijk bij dit soort heksenproeven, geheel uitgekleed. Vervolgens
bond de beul haar handen en voeten aan elkaar en gooide hij haar samen met
zijn knecht tot drie maal toe in het water. Marry zonk als een baksteen en
als men haar niet steeds naar boven had getrokken zou ze zeker zijn
verdronken. Heksen hebben immers geen gewicht en als heks zou Marry dus
zijn blijven drijven. Na de proef, kleedde Marry zich aan, zonder verder
nog een woord te zeggen en ging tevreden naar huis. Bewezen was nu, dat ze
geen heks was en haar stiefzoon een leugenaar.
Bron: Achterhoek en Liemers
|
De eerste heks
waarover, zo ver wij weten, in Gelderland recht gesproken werd was „des paepen maecht van Puiten," die „beruchticht was, dat sy Heren Aelbert van
Pape betovert wolde hebben ende hoer kunste dair-toe besichde."
Dat was in 1423, en de rechter schreef, dat hij haar "gebetert" had. door
haar een boete van negentien rijnsgulden op te leggen.1) Wellicht had deze
vrouw een poppetje van was gemaakt, dat heer Albert moest voorstellen, en
dat met spelden en naalden doorstoken, in de hoop dat heer Albert pijn zou
krijgen op elke plaats, waar zijn wassen evenbeeld gestoken was, en zo
langzaam zou sterven. Dit is het zogenaamd envoűtement dat nog wel in het
geheim wordt toegepast.
Bron:
Gelders Sagenboek
p.93
|

ALMEN DES PAPEN MAGHET
De eerste heks in ons gebied waarvan bekend is dat ze met de brandstapel
kennismaakte was Aleyd, de huishoudster van de pastoor in Almen. Ook zij had
heel wat onrust verwekt, maar toen men haar in het cachot zette, weigerde ze
haar omgang met de duivel te bekennen. Over de angst en de pijn van Aleyd,
die op de brandstapel de eeuwigheid werd ingestuurd, leest men niets. Wel
klaagt de rekening, dat de beul maar elke dag zijn buikje rond wilde hebben
en dat hij van lekker eten en drinken hield.
Bron:
De Achterhoek
p.89 |
BORCULO DE HEKS
AALTJE BROUWERS
Beul at te veel.
Op 25 september 1694 reisde Aaltje Brouwers, echtgenote van Frans Franssen,
'geboortigh uyt de Heerlickheid Borculo, vlecke Eybergen', naar Oudewater
om zich officieel te laten wegen, zodat voor God en alle mensen kon worden
vastgesteld hoe zwaar ze was. Het was een lange blonde vrouw met blauwe
ogen en een mager postuur. Een echte heks dus, en sinds lang werd ze
beschuldigd van allerlei geheimzinnige zaken en door de buurtgenoten
gemeden. De schepenen, de waagmeesteresse en andere notabele personen,
zegt het certificaat van onschuld uit Oudewater, zetten haar op de
Heksenwaag, blootshoofds, zonder kousen of schoenen, met alleen een
onderrokje over haar hemd, en nadat men zorgvuldig had gecontroleerd of ze
niet clandestien toch nog iets zwaars had meegenomen. Schoon aan de haak
bleek ze 'een hondert pont soodanige oprechte Troyaansche gewigte te
wegen, als men te deser stede ordinaris is gebruyckende'. Dat was meer dan
voldoende, vonden de schepenen, de waegmeesteresse en de andere notabele
personen. Aaltje Franssen geboren Brouwers kon naar de Heerlickheid
Borculo terugkeren als iemand waarvan de onschuld afdoende is bewezen. Met
'een hondert pont oprechte Troyaanse gewichte' is men te zwaar om per
bezemsteel het luchtruim te klieven.
Opgewekt zwaaiend me haar certificaat kwam Aaltje thuis. Maar de gemeente
was nog niet overtuigd. Het gerucht van haar duivelskunsten bleef de ronde
doen. Ten einde raad sprong zij het volgend jaar in Borculo in de Berkel
om te bewijzen dat ze zonk als een baksteen. De kerkenraad ergerde zich
aan zulke ijdele en onnutte proeven en liet haar daarom niet meer toe aan
het Avondmaal. Aaltje was een van de laatsten.
Bron:
De Achterhoek
p.89
|
'S-HEERENBERG -
MECHTELD TEN HAM
In 1605 had in het graafschap Berg nog een heksenproces plaats. Een oude
vrouw, Machteld ten Ham, diende een klacht in tegen een andere vrouw, die
haar van toverij betichtte. Getuigen werden gehoord en hun verklaringen
vielen niet ten gunste van Machteld uit. Een jongetje vertelde onder
anderen dat hij, toen hij eens door het sleutelgat bij Machteld naar
binnen had gekeken, daar een jonker met een grote pluim op zijn hoed bij
haar aan tafel had zien zitten; maar toen hij daarop naar binnen ging, had
hij de vreemde jonker niet meer gezien. Men besloot haar daarop de
waterproef te laten ondergaan. Met de handen en voeten kruiselings
saamgebonden werd zij door de beul in de Laak in de buurtschap
Groot-Azewijn gestoten. Zij dreef en haar lot was beslist. De
scherprechter onderzocht haar net zo lang tot zij bekende, en toen zij
daarop haar bekentenis herroepen wilde, werden de pijnigingen hervat. i
Ten laatste bekende zij boelschap met de duivel te hebben bedreven en ',
mensen en beesten te hebben betoverd en noemde medeplichtigen. Zij i werd
op de 25ste juli van dat jaar tot de brandstapel veroordeeld, i De graaf
van de Berg gebood echter geen verdere vervolgingen meer in j te stellen,
zo dat de door Machteld genoemde vrouwen ongemoeid werden gelaten.
Bron:
Gelders Sagenboek
p.100
|
Heksengeloof
Misschien
herinneren namen als de Kattenbelt te Ruurlo en de Kattenkolk in Barchem
nog aan een
heksensabbat. Maar misschien hebben dergelijke namen en ook de
plaatsen voordien al deel uitgemaakt van griezelverhalen. Heksen
veranderden zich in een zwarte kat of hond, of in een haas. Enkelen
drongen door het sleutelgat binnen. Met een gevonden eggentand of
klavertjevier kon men ze zien. Ze konden niet over een bezem heen stappen,
tegen wijwater waren ze helemaal niet bestand.
Bron:
De Achterhoek
|

AALTEN - DE KATTENPOMP
Aalten is, net als Rome, op heuvels gebouwd en op een van die heuvels, de
Kattenberg, staat altijd nog de kattenpomp. Deze pomp moet al lang in
gebruik zijn en het verwonderlijke ervan is, dat ze, op een van de hoogste
punten van Aalten staande, toch altijd water geeft. Zelfs in de droogste
zomer. Vroeger was het een buurtpomp, waar de buurtbewoners hun water
kwamen halen. Ze moesten de pomp gezamenlijk in bedrijf houden.
Volgens de overlevering is in 1612 op die plek een put gegraven en
sindsdien hadden de buurtbewoners daar helder en koel water. De heks van
Zieuwent had ook van het wonder gehoord in Aalten, zo wordt verteld. Er
zou water geput kunnen worden uit een van de heuvels, een van de hoogste
plekken. Ze wilde zelf kijken of het verhaal waar was en omdat ze zich met
het grootste gemak in een kat kon veranderen vloog ze op haar heksenbezem
naar Aalten om dit wonder te aanschouwen. Het verhaal vertelt niet, waarom
ze boven die plek, terwijl ze daar zo rondvloog, zo geschrokken is. In elk
geval viel ze midden op de heuvel omlaag, vlak bij de put. Sindsdien heet
dat stuk van Aalten de Kattenberg.
Bron: Sagenboek
|
HEKSENKRINGEN
Ginds, onder die oude dennenboom staat een heel gezelschap rose-achtige
paddestoelen in een grote kring. Die gewoonte hebben er meer, maar de
geur, iets van bitterkoekjes, verraadt, dat we hier waarschijnlijk met de
„ringsteel" te doen hebben. Zojuist bekeken we de kring, waarin de
ringsteeltjesfamilie geschaard stond. Tja, dat is nu de befaamde
„heksenkring" waarover in oude tijden zoveel doen is geweest. Dat die
paddestoelen nu juist in een kring gingen staan, vond men zo wonderlijk,
ja zo verdacht, dat ze in verband met het bovennatuurlijke werden
gebracht, zoals alles wat men niet begrijpen of verklaard kon naar het
rijk van de duivel werd verwezen.
Men dacht, dat op die plaatsen de heksen zich met zalf hadden ingesmeerd en
om gewicht te verliezen. Dan konden ze op een bezemsteel door de lucht
reizen en hun orgieën met de duivels vieren. Bij het zalven vloog een
gedeelte van het helse goedje in het rond en op die plaatsen groeiden
paddestoelen, Het gras binnen de kring, dat er vaak verwelkt uitziet, was
„platgetreden door de gloeiende voeten".
In een oud boekje staat nog vermeld, dat „seeker huysman" een kring vond,
waaromheen een pad liep, dat geheel plat getreden was. De dominee, die het
geval te beoordelen kreeg, bekeek het za akje en verklaarde dat hier een
„satanische dans" was uitgevoerd. Als zo de gestudeerden oordeelden, wat
moest de eenvoudige landman er dan wel van denken. Tegenwoordig heeft men
meer dan één verklaring voor het ontstaan van heksenkringen, maar het
fijne weet men er toch nog niet van. Typisch is wel dat na een paar jaar
in het middelpunt van de cirkel de plantengroei weer begint.
Vroeger wist men niets, totaal niets van de biologie der zwammen, van
grondonderzoek enz., dus alles wat vreemd was, was duivelswerk. De
plaatsen kwamen in een kwade reuk te staan en het landvolk meed deze
plekken.
Bron: De Achterhoek
|
SINT JANSKRUID
Volgens een oude Germaanse sage ontstond St. Janskruid uit het bloed van
Odin, die door een ever gewond was; volgens een andere overlevering uit
het bloed van de lichtgod Balder.
Het Christendom heeft Balder vervangen door St. Jan, een soort van
lichtheilige, wiens feestdag (24 Juni) samenvalt met het oude
Midzomerfeest, waaraan de in het heidendom wortelende en nog niet geheel
uitgestorven St. Jansvuren zo duidelijk herinneren.
In de St. Jansnacht geplukt, bevrijdt dit kruid de mens van ziekten,
toverij en kwade geesten; vandaar de naam jaag-de-duivel. Over die
wonderkracht was de Duivel zo nijdig, dat hij het poogde te vernielen; op
een donkere nacht doorprikte hij met naalden al de bladeren.
Een drank uit St. Janskruid en distelzaad bereid werd de heksen ingegeven
bij de oude heksenprocessen, opdat zij, daardoor aan de macht des duivels
onttrokken, de volle waarheid zouden bekennen.
Bron: Döhnhardt, Naturgeschichtliche Volksmarchen
|
|
Heksen herkennen
Heksen worden ontmaskerd door allerlei proeven te ondergaan. Heel bekend
zijn de gewichtsproef bij de Heksenwaag bij Oudewater. Daar kreeg de
onschuldig verklaarde een certificaat van onschuld mee, om in haar streek
te kunnen aantonen dat ze geen heks was. Heksen zijn in
overleveringsverhalen ook herkenbaar aan hun uiterlijk. Ze hebben vaak
vergroeide wenkbrauwen, druipogen en platvoeten, zij kunnen iemand nooit
vlak in zijn gezicht zien; zij kunnen niet over een bezemsteel stappen en
ook niet over een kruis.
Bron: Folkloristisch Woordenboek p.141
|
|

DE SLEUTELPROEF
Het ging op een Veluws dorp onder een groep mensen om de vraag of Aaltje.
.... een heks was.
Om dat uit te maken werd de Bijbel genomen en opgeslagen op Elimas de
tovenaar. Op die tekst werd een kruissleutel gelegd, de Bijbel werd
gesloten en kruisvormig werd er toen een touw omheen gewonden. Terwijl
iemand van de aanwezigen de uiteinden van het toe geknoopte koord vast
hield, volgde er een tweespraak: Aaltje is een toverheks. Neen, ze is het
niet. Deze woorden werden steeds herhaald, totdat de Bijbel zich begon te
bewegen. Het lot van Aaltje hing af van het ogenblik, waarop het Boek
bewoog; was zij toen schuldig of onschuldig genoemd?')Anderen zeggen dat
men te middernacht met de Bijbel, waarin twee gekruiste sleutels liggen,
door de straten moet gaan. Overal waar de sleutels draaien, wonen
heksen.2)Ook kan men het sleutelkruis op die plaats in Mattheus leggen,
waar gezegd wordt dat de duivel Jezus in de woestijn wil verzoeken (Matth.
IV : 1). Men neemt dan de gesloten Bijbel bij het boveneind van de
sleutel, en plaatst die op de twee voorste vingers, zodat de Bijbel tussen
de handen hangt, en de gehele Bijbel draait, zodra men de naam van de heks
noemt.2)
Bron: Gelders
Sagenboek p.93
|
DE GEWICHTSPROEF
Men dacht in de
middeleeuwen, dat heksen door hun geringe gewicht in staat waren te
vliegen. In Oudewater is nog altijd de heksenwaag. Het werd gebouwd in het
jaar 1482. Na weging van de 'heks' kreeg de hij of zij een certificaat,
waaruit bleek dat het gewicht wel of niet in overeenstemming was met de
natuurlijke proporties van het lichaam. Aangenomen werd, dat men met een
gewicht van minder dan 50 kilo best wel eens een heks zou kunnen zijn.
Vanuit het hele land kwamen de beschuldigden naar Oudewater, om zich te
laten wegen om op deze manier het zo begeerde certificaat van onschuld te
bemachtigen, zodat men kon aantonen dat men geen heks was.
|
DE HAANPROEF
In het jaar 1918 was een ongeveer driejarig kind te Opheusden geruime tijd
ziek; men hield het voor betoverd. Een godsdienstig protestant van de
Veluwezoom zou toen de heks laten verschijnen. Een zwarte kip werd levend
in een pot met kokend water gestopt; op de tafel werd een Bijbel gelegd en
achter de deur stokken gereed ge/et om de eerste, die binnen kwam af te
ranselen, want dat zou de heks zijn. Niemand verscheen echter, maar wie
later wel verscheen was de veldwachter, die van het geval gehoord had. De
schuldige werd toen voor het gerechtshof te Arnhem tot een maand
gevangenisstraf veroordeeld.')
Ook te Herwijnen, Brakel en Zelhem werd deze proef wel eens toegepast.
Bron:
Gelders Sagenboek
p.91
|
DE HAANPROEF
Om een kol te ontdekken, gaat men in Nijkerk aldus te werk. Men neemt een
grote open ketel, doet daar een weinig water in en stopt er vervolgens een
levende zwarte kip in. Daarop maakt men er vuur onder. De kip wordt dan
lastig en tracht te ontsnappen. Daarom staan twee lui op wacht met
vliertakken en slaan de kip telkens terug, zodat het beest tenslotte
gekneusd, geroosterd en gekookt is. De volgende dag gaat men rond om te
zien wie gekneusd, gebrand of geblaard is, en dat is dan de heks.
In 1850 vertelde de onderwijzer van een groot dorp bij Arnhem, kwam er
iemand bij mij. die mij tot mijn schrik vertelde, dat ik bijna een duchtig
pak slaag had gekregen. Ik vroeg natuurlijk; „Hoe zo dan'.,,Wel," was het
antwoord, „bent u onlangs ergens op een boerenerf geweest?" „Ja." Welnu. U
heeft toen enige mensen om de haard zien zitten, bezig een duchtig vuur te
onderhouden, onder een grote pot met water." „Dat herinner ik mij
duidelijk; maar wat had dit met mij te maken?" „Dat zal ik u zeggen. De
boer had een ziek beest, waarvan hij geloofde, dat iemand het betoverd
had. Nu heerst bij die mensen het denkbeeld, dat zij een levende zwarte
kip in een ketel met koud water moeten steken en dit vervolgens aan de
kook brengen; dan wordt hij, die het vee betoverd heeft, gedwongen er bij
te komen. Gelukkig kwam ü op dat tijdstip, maar waren er geen mensen
geweest die voor uw onschuld in hadden gestaan, ze zouden u misschien
halfdood geslagen hebben.
Bron: Gelders
Sagenboek p.91
|
A'j un kruusken maakt achter op de stool waor ne hekse op zit, dan kan ze
neet meer loskommen. Met un onwaer mog mien vader met nog wat andern
schulen bi'j ne vrouwe dee as hekse bekend ston. Mien vader was un aos en
den zetten stillekes un kruus op de achterkante van den stool. Later hef e
dat kruusken waer weggeveagd en ton kon ze weer gaon. Maor geleuf maor,
dat dat wief giftug was. A'j met ne klomp un kruus maakt op den diek, daor
könt de heksen ok neet ovverhen.
De oele röp - p.23
|
Hekserijen
De kunst van hek heksen is vaak aangeboren., die vererft van moeder op
dochter. Zo'n heksengezin is vaak in het bezit van een toverboek. Een heks
kan niet sterven, zolang ze geen erfgenaam van haar zwarte kunst heeft
gevonden. Een pastoor kan echter de heks door belezing verlossen. Een heks
beweegt zich door de lucht met een bezem. Zo kan ze naar de
sabbat
vliegen, om onder leiding van de duivel te vergaderen. Tijdens de
vergadering wordt er gedanst en gezongen. De naam van God mag onder geen
voorwaarde genoemd worden
Bron: Folkloristische Woordenboek p.143
|

HET
WISSELKIND OF DE WISSELHEKS
Heksen, dat is raar goed. Ze stelen de boeren de melk en de boter af.
Sommigen maken een lawaai als een oordeel; je kunt er 's nachts niet van
slapen, als je in een behekst huis bent.
't Is wel gebeurd, dat ze het hele huis er om moesten afbreken. Andere
heksen vliegen het huis uit, en dansen op 't veld midden in de nacht.
Maar 't allerergst is 't, als je met een wisselheks te doen krijgt. Die
stelen de kinderen uit de wieg en brengen ze naar een ander.
't Kan ook gebeuren dat ze er een ander kind voor m de plaats brengen,
meestal gebrekkig of scheel of lam. Dat zijn haar eigen kinderen, en zij
willen toch ook liever een kind hebben, dat zonder gebreken is.
Bron: Nederlandse Overleveringen p.48
|
DE HEKSENBEZEM
Hoewel heksen zich vervoeren per bezem, is er toch iets raars mee aan de
hand. Ze kunnen namelijk niet 'over' een bezemsteel stappen. Bij boerderijen
zie je nog wel eens een bezem tegen de muur staan bij de deur. Het is een
afweermiddel tegen boze geesten.
|
|
HEKSENZALF
De heks bestreek zich met heksenzalf als ze op haar bezem door de lucht reed
om naar de vergaderingen met de duivel te gaan. Dat was altijd 's nachts
tussen 12 en 1 uur. De heksenzalf bestond uit vet met daarin sap van
gifplanten: bilzekruid, wolfskers, monnikskap, koningsvaren, ijzerhard,
huislook, venushaar, zwarte nachtschade, doornappel en wolfsmelk. Ook de
hennep diende als bestanddeel.
Bron: Folkloristisch woordenboek p.142
|
DE HEKSENRIT
De heksenrit kan worden opgevoerd als de heks onder de armen strijkt en dan
haar spreuk opzegt: "Duivel, neem mij op, over heggen, over stegen, over alle
wegen, tegen bergen op.
Bron: Folkloristisch Woordenboek p.143
|
|

Terug naar alle sagen
|
|