~*~ De zomer ~*~

 

 





 

 


Mijn Achterhoek


Vlak voor de ramen staat het boomtheater.
Insecten trekken strepen langs de ruit
en vlinders buit'len om elkanders buit.
Een dikke duif vliegt in het groene krater
van blad'ren, een duiker onder water
en komt er aan de and're kant weer uit.
Het leven,tegen dit decor gestuit,
wordt speeltoneel terwijl ik kijk en staat er.
Ik heb van de natuur nog nooit zo genoten
hier krijgt het ogenblik voldoende grootte
en achtergrond. Een eeuwig open doek,
voor de verbeelding van het paradijs
"De Achterhoek"

Gerrit Achterberg

 
J U L I Volgens de Oudromeinse kalender begon het jaar in maart. Quintilus was toen de vijfde maand. Julius Caesar (geboren in 100 en overleden in 44 v. Chr.) liet zijn eigen Juliaanse kalender echter op 1 januari 45 v. Chr. ingaan omdat de Oudromeinse op dat moment zowat drie maanden achterliep op het zonnejaar. Door deze regeling  werd Quintilus de zevende maand, die als eerbetoon naar de keizer genoemd werd.
HOOIMAAND In deze maand werd meestal gehooid op de akkers.
JULIUS  Naar Julius Caesar
 

 

A U G U S T U S Aangezien het jaar volgens de Oudromeinse kalender in maart begon, was Sextilus (de naam vóór Julius Caesar) de zesde maand. Gaius Octavius, achterneef van Julius Caesar, kreeg in 27 v. Chr. van de senaat de titel 'Augustus', wat voor gezegend, geheiligd, verheven' staat. Keizer Augustus (27 v. Chr.- 14 na Chr.) werd in de zesde maand van de Oudromeinse kalender consul en behaalde daarin ook de meeste overwinningen. Daarom liet hij deze maand naar zichzelf noemen.
OOGSTMAAND 'Oogst' is afgeleid van Augustus
AUGUSTUS  Keizer Augustus liet deze maand naar zichzelf noemen.
 

 

S E P T E M B E R In september treedt de herfst in, een periode van oogst, inkeer en zorg. September stond onder de bescherming van Vylcanus, de Romeinde god van het vuur en het smidswerk.
HERFSTMAAND De maand waarin de herfst begint.
SEPTEMBER Septet betekent zeven. September was de  zevende maand tot de Juliaanse kalender werd ingevoerd.
 

 

     

St Jansdag

Sint Jansdag was een belangrijk dag voor de boeren vroeger. Talloze spreuken en gezegden herinneren ons aan al die boerenwijsheden.

Aan dauwwater werden magische krachten toegeschreven. Men ving het op om in een kruik  te bewaren. Het water zou een genezende werking hebben bij oog- en buikkwalen. Door in  het natte gras te rollen, zou men snel weer beter worden.


Sint Jansvuren.
Vroeger werden specaal Sint Jansvuren gestookt. Er werd omheen gedanst.

St.Jacob (25 juli)

St.Jacob is de patroon van de roggebouw. Gedurende de oogsttijd was het werken geblazen. Mannen zowel als vrouwen werden bij dit werk ingeschakeld, want men moest van het goede weer profiteren. Wanneer het koren veilig binnen was, behoefde men al vast een geheel jaar geen honger te lijden. Dat was dan wel een feestje waard. Men geloofde vroeger dat de korenhaan in de rogge school en iemand ongeluk kon bezorgen, door het koren te vernielen. Men maakte op die manier de kinderen bang, opdat ze niet in de rogge zouden lopen. De laatste garf werd op de akker gelaten als een offer. Later nam men deze laatste garf ook wel mee en danste er omheen op het boerenerf. 

Deze garf werd wel "t olle wief" genoemd.De maaier van het "olle wief" zei een versje op: Vrouw van de hof. Uw koren is of.
Met ons hakken, met ons houwen. 
Dat de boer zien land kan bouwen.
Wil de vrouw de fles nou niet kriegen 
Dan zal der geen kool in den hof meer blieven"

Het " Olle wief" krijgt ook iets uit de fles. (pleng offer) Dit gebeurde nog lang in Zelhem en Eibergen. In Hengelo werden de Meistergarven naar de kerk gebracht en voor de ingang geplaatst.(tienden) De oogsthaan heeft in de Achterhoek altijd een grote rol gespeeld. Vroeger bond men een haan vast op het stoppelveld en deze haan werd dan door een jong meisje, de hanenbruid, met  een dorsvlegel dood geslagen. De haan werd dan later opgegeten. Wanneer de gehele oogst binnen was ,ook de aardappels, werd een stoppelhanenfeest gegeven. Het feest is in Raalte nieuw leven in geblazen.  In sommige streken werd de laatste garf als vrouw verkleed.

 

Het kermisfeest


Oorspronkelijk is het kermisfeest een dankbetuiging voor de goed opbrengst van het land.
Om die reden worden de meeste oogstfeesten (kermissen) in juli en augustus gevierd. De christenen hebben geprobeerd vrijwel alle feesten waar flink gegeten en vooral gedronken werd te kerstenen.  Omdat ook dit drinkfeest niet uit te roeien viel hebben de christenen er een 'kerkmis' van gemaakt.

Het woord 'kermis' is dan ook een verbastering van het woord 'kerkmis'. Deze kerkmis werd opgedragen ter nagedachtenis aan de patroon of patrones van de kerk of aan de wijding van de kerk. Er kwamen veel mensen op af.. Daardoor leek het meer een markt dan een mis. Voor de jongelui een geweldige kans om andere jongeren te leren kennen. Er stond vroeger altijd wel een kraam bij waar je hylikskoeken (= huwelijkskoek) kon kopen. Deze gaf je aan elkaar om te laten merken dat je wel wat in de ander zag. Als het geaccepteerd werd had je goede kans dat je verkering kreeg. Ook de snoepkraam ontbrak nooit. Iedereen kent vast wel de kaneelstokken, wijnstangen en wijnballen.

De ouderen gingen gezellig dansen, spelletjes doen of gewoon even bijkletsen en een glaasje drinken met met dorpsgenoten.
In de loop ter tijd kwamen er steeds meer kraampjes en speeltenten rondom de kerk. Het leek steeds minder op een mis en steeds meer op het eigentijdse kermisfeest.. Het kermisvermaak is door moderne technieken erg veranderd. Kermisattracties kwamen zoals botsauto's griezeltenten, gokautomaten en snel rondswingende attracties. Wat wel is gebleven zijn de kop van Jut, de schiettent. de carrousel en de oliebollenkraam de Ook de volksspelen zoals het bekende zaklopen worden traditiegetrouw nog altijd gehouden voor de kinderen.
De schuttersgilde houdt zich nog steeds bezig met vogelschieten. Degene die het laatste stukje van de houten vogel, geplaatst op een lange paal, schiet mag zich tijdens de kermis koning of koningin kiezen en een partner uitzoeken.

Vroeger waren ook de kwakzalvers van de partij op een kermis. Zij probeerden de menigte er van te overtuigen dat hun wondermiddeltjes tegen allerlei ziekten en kwaaltjes hielpen. Ook waarzeggers probeerden door in hun glazen bol te kijken een duit in het zakje te doen door de mensen wijs te maken hoe hun toekomst er uit zou gaan zien. De enige die er wijzer van werd was de waarzegger zelf.

á naar boven  

 



 

Kermiswafels

Maak een gistbeslag maken van  van:
250 gram bloem
1 pakje vanillesuiker
1 theelepel zout
2 eieren
100 gram gesmolten, afgekoelde, nog vloeibare boter
4 dl lauwwarme melk, waarvan een deel gebruikt om 20 gram gist tot een papje aan te maken
0,5 dl brandewijn


 

Beslag 1 uur laten rijzen. Wafelijzer heet maken, invetten met ongezouten boter of margarine, in de ene helft van het ijzer beslag scheppen, ijzer dichtklappen en wafel ongeveer 3 minuten bakken. Gesmolten boter erover en rijkelijk poedersuiker.
 

De Bielemannen
 

Tijdens de Hummelose kermis en het Zelhemse septemberfeest worden nog steeds oude gebruiken in ere gehouden.  Zelhem viert nog steeds de Kleine Schutterij. Het is een oeroude traditie voor de kinderen van groep 8 van de openbare basisscholen. De jongens zijn tijdens de optocht verkleed als 'bieleman'. Zij moesten in vroegere tijdens de optocht de weg vrij banen voor de schutters en de vaandelzwaaiers. (url Hummelo zie links-pagina)

Bij de dorpsbewoners wordt in de vroege ochtenduurtjes een coniferentakje voor de voordeur gelegd. Het is de bedoeling dat de bewoner er een beetje snoep of fruit voor in de plaats legt. Rond  8.30 uur komt de optocht voorbij met de bielemannen voorop met bolderkar, om de oogst binnen te halen. Daarachter de vaandelzwaaiers en schutters. Daarna de bloemenmeisjes met witte jurken, versierd met fleurige bloemen.

Na het binnenhalen van 'de oogst' wordt voor het gemeentehuis door enkele kinderen het vaandel gezwaaid voor de burgemeester.  Ze worden door de burgemeester toegesproken en bedankt. Hierna gaan de kinderen naar de feesttent. Daar worden wedstrijden gehouden wie de beste buksschieter van het jaar zal worden.

Onderstaande tekst verklaart de symbolische betekenis van dit gebruik.

De vreemde heren waren onder en boven de wet die dag. Voor het huis van iemand, die iets wilde geven, stopte de stoet en ging men het vaandel slaan. De vaandeldrager was hier zeer bedreven in, geen enkele maal mocht het vaandel bij het zwaaien de grond raken. "De Bielemennekes" hadden met hun bijlen intussen het boompje omgehakt en dansten er om heen, nadat ze zich meester gemaakt hadden van het geld. Dr. Westerbeek van Eerten meent dat dit een verdringing is van een Thorprocessie uit vroeger tijd. Hij verklaart dit aldus:

"De commandant en zijn mannen vormen de Druïdenpriesters. Ze betreden het land van de vrije geërfde. Onder het dansen van de  vruchtbaarheidsdemonen (Bielemennekes) wordt door de opperpriester de ban geopend: de meitak zal bewogen worden over het land en tot zegen zijn van de vrije geërfde en zijn familie. De meitak zegent de aarde maar mag deze niet aanraken. De zegenende priester vereenzelvigt zich met de heilige tak door deze om al zijn lichaamsdelen te bewegen. De bijldragers sluiten de vorige oogsttijd af door de symbolische meiboom te verwijderen.

In principe is dit dus een sacrale handeling. De zegen is ten einde en de priesterschaar vertrekt om het vogeloffer te brengen, de sacrale maaltijd te houden en zo de vruchtbaarheid van het te bezaaien land op heilige en doeltreffende wijze te bevestigen. In Laag-Keppel vormt het wegbrengen van de haan, die afgeschoten zal worden, al vast een inzet voor de kermispret. 

De paardenschutterij hield zich bezig met ringsteken.  Het ringsteken en vogelschieten vond tot voor kort nog plaats in vele dorpen in de Achterhoek. Hij die de vogel afschiet is schutterskoning en mag een koningin kiezen. In mijn  geboortedorp Eefde ,werd de koning in open wagen door het dorp gereden, doch in andere plaatsen werd het koninklijk paar ook wel door de velden gevoerd.Vroeger nam de koning zijn gemalin bij zich op het paard. In de heidense tijd leidde men niet alleen beelden door het veld, maar ook levende personen. Personificaties  van mannelijke en vrouwelijke vruchtbaarheid ondergingen een metamorfose en werden schutterskoning en koningin.

De ijzeren ring ,die bij het ringsteken wordt gebruikt is een degeneratie van de mei- of oogstkrans. De krans was ook het symbool van de vegetatieve vruchtbaarheid. We hebben deze krans ook gezien op de palmpasen. In deze palmpasen vinden we ook de drie bestanddelen: stam, krans en haan terug. De meiboom zelf was het symbool van de animale vruchtbaarheid in de vorm van een haan. Deze haan veranderde gaandeweg in een houten vogel. De animistische (geestenvererende) mensheid symboliseerde de strijd tussen winter en zomer en de overwinning van de laatste door de rijkversierde meiboom feestelijk in te halen.

De meiboom werd afgeschild opdat rondvliegende geesten of heksen zich niet konden verschuilen in de bast. De ijzeren ring, welke oorspronkelijk uit een bloemenkrans bestond, behoorde bij de meiboom, omdat deze krans vroeger aan deze boom bevestigd was.
(Bron:  onbekend.)

 

Bron: Volksfeest Hummelo: zie pagina 'links'
De definitie van bielemannen volgens Encarta/Winkler Prins (Microsoft Corporation/Elsevier) luidt als volgt: "bielemannen( 'bijlmannen'), mannen die bij de optocht van een schuttersgilde (zie schutterij), soms ook bij bruiloften, in Limburg en hier en daar in Gelderland en Overijssel (o.a. Hoog- en Laag-Keppel, Hummelo, Drempt) te voet of te paard aan de stoet voorafgaan om met hun bijlen de (vooraf opzettelijk aangebrachte) hinderpalen uit de weg te ruimen. Als beloning vinden zij achter elke versperring een fles bier of wijn. Meestal dragen ze een kolbak, een zware baard, een leren voorschoot en een bijl met een lange steel. In vroeger tijden hadden de bielemannen o.a. het recht de huizen te doorzoeken naar dienstmeisjes, tegenwoordig houden ze het bij het omhelzen van toeschouwsters. Ze vertonen veel overeenkomst met de wildemannen of hommes-sauvages die processies (als die van Sint-Evermarus te Rutten) en optochten (Malmédy) voorafgaan."

 

Karnemelkse sause


½ liter karnemelk
50 gram bloem
100 gram spek
naar keuze: ui of bieslook 

         

 

Deze heerlijke saus werd vroeger uit pure armoede gemaakt, maar ik vond het heerlijk: De bloem bloem met een klein karnemelk tot een glad papje roeren. Dit papje in de overige melk op een laag vuurtje aan de kook brengen en even laten doorkoken. Daarbij voortdurend en goed blijven roeren. Het spek in dobbelsteentjes snijden en uitbakken en hierin desgewenst ook de gesnipperde ui meebakken. Het spek, het vet en de uien al roerende aan de karnemelk toevoegen tot de saus weer kookt. Strooi er desgewenst nu de fijn gesneden bieslook overheen. Karnemelkse sause wordt gegeten bij: sla, bruine bonen, slabonen of andijvie.