~*~ De woning ~*~



H E I M W E E

Heimwee is een beetje terugzien
naar wat vroeger is geweest.
Heimwee naar de zachte warmte
van je oude knuffelbeest.
Heimwee is je oude huis verlaten
waarin jaren is geleefd.
Lopen door bekende straten
waar je nog om alles geeft.
Heimwee is de dingen missen
waar je zo aan was gehecht.
Heimwee is gevoel, dat is het!
Daar is alles mee gezegd.
 
 

 

 

 

Een meiboom opzetten
 

Als er vroeger een nieuw huis werd gebouwd dan hielpen alle buren elkaar. Het plaatsen van 't gebintswerk en het pannen leggen was een flinke klus. Naoberhulp was noodzakelijk. Ook dit ritueel heeft zijn oorsprong in de heidense tijd.
Na het "richten" dus wanneer het gebintswerk overeind stond, plantte men de meiboom, als zinnebeeld van de vruchtbaarheid. Vroeger werd, bij gebrek aan materieel dit zware werkt door alle 'naobers' gedaan. Dit gebeurde over en weer met gesloten beurs. De enige vergoeding bestond uit het trakteren van koffie en natuurlijk veel bier. De meiboom tref je nu nog steeds aan bij nieuwe schuren, aanbouwen of nieuwbouwwoningen.

 

" Buurt maken "


In de Achterhoek en Liemers wordt er van je verwacht dat je 'buurt' maakt. Het fenomeen ‘ naoberplicht’ geldt tegenwoordig natuurlijk niet meer zo erg, maar het blijft wel traditie.Op een bepaalde dag worden alle buren uitgenodigd om kennis te maken met de nieuwe bewoners. Een 'welkomsmaol' zoals vroeger hoeft niet meer maar een krat bier hoort er toch wel bij. Je leert elkaar wat beter kennen en in geval van nood kun je altijd een beroep doen op je buren. Maak je geen 'buurt' dan hoor je er eigenlijk niet helemaal bij en blijf je een vreemde eend in de bijt. Het hoeft niet meteen, maar binnen 1 jaar wordt een uitnodiging toch wel verwacht. Omdat men vroeger nog niet zo veel spullen in huis had gaf men vaak praktische cadeaus in de vorm van berkenbezems, groenten zoals aardappels of boontjes
 

Wie er precies bij een bepaalde boerschop hoorde, is al sinds eeuwen vastgesteld door de buurt zelf. Het staat nergens zwart op wit, maar nieuwe bewoners worden nog steeds volgens traditie in 'de buurt ‘ opgenomen. Er heerst een bepaalde volgorde. De eerste, meestal ook de ‘grootste’ boer was min of meer de 'leider' van de buurt. Hij bepaalde voor een groot gedeelte hoe de taken werden verdeeld. Toen er nog auto's waren was de boer die 2 paarden en een wagen had de 'lijkboer' ook wel de noodnaober genoemd.. Hij zorgde, in geval van overlijden,voor het vervoer van en naar het kerkhof. Ook werd hij opgetrommeld als er verhuisd moest worden.

Nieuwe bewoners moesten eerst kennis komen maken met de nieuwe buurt. Als de buurt hem niet zag zitten, dan kon hij het wel vergeten.

... februari Sint Petrusdag,  was de dag dat de pacht weer voor een jaar aan de pachtheer moest worden betaald. Was men van plan te verhuizen dan diende men dit voor ....Sint Jacob op te zeggen. De pachtheer had dan even tijd een nieuwe huurder te zoeken. Ook was het de dag om eventueel van baan te wisselen. Men kreeg vroeger een contract voor één jaar aangeboden. De reden, om dat op deze dag te doen was dat het werk op de akkers even stil lag. Men had even tijd om elkaar te helpen bij de verhuizing en het schoonmaakwerk.

Op Sint Petrusdag 22 februari rond de middag moest men het huis uit zijn. De oude bewoners trakteerden voor vertrek vaak op een ‘aovertrekmaol'. De noabers maakten na het vertrek gezamenlijk het huis schoon. Als de klus geklaard was, werd een bezem in het …. gestoken. Ook onder de vuurkoele brandden de houtblokken volop. De bedoeling was, dat eventuele geesten van overleden vorige bewoners werden verjaagd. De nieuwe buren werden vervolgens met paard en wagen 'binnen' gehaald. Ze konden meteen hun intrek in het 'schone' huis nemen. Natuurlijk waren ze, als dank, ‘verplicht’ een intrekkersmoal aan te bieden aan de buurt. Iedereen werd hierbij uitgenodigd. Dat het niet bij één pilsje bleef, ligt voor de hand.  
 

 

naar bovená

 

Geveltoptekens


Tijdens een autoritje door de Achterhoek zijn je vast wel eens de geveltoptekens bij de nok van de boerderijdaken en schuren opgevallen. Geveltoptekens zijn oorspronkelijk een heidens gebruik en stammen uit de Germaanse tijd. Ze hebben een onheilafwerende betekenis. Bijv. om onweer en bliksem (vaak afgebeeld in de vorm van een bezem) of brand af te wenden. Er zijn verschillende uitvoeringen van zoals o.a. de zon, de donderbezem en de levensboom. De zon symboliseerde het zonlicht, dat de akkers vruchtbaarder moest maken.

De donderbezem is een vertaling naar het huislook, een plantje dat men ook op dakpannen liet groeien, ook al om onheil af te wenden. De donderbezem was een heidens symbool en werd door de kerk gekerstend. Er werd een kruis in verwerkt en werd levensboom genoemd. Deze levensbomen komt men ook tegen in bovenlichten bij boerderijdeuren. Een van de oudst gebruikte motieven zijn de gekruiste paardenhoofden, dienend ter bescherming tegen ziekte en onheil. Mocht je in de buurt van Winterswijk rijden, let dan maar eens op deze tekens.
 

 


 

Vensterluiken in de Achterhoek

vorden

bergh

de wiersse

ampsen

bergh

enghuizen

kieftskamp

onstein

verwolde

ruurlo

In de Achterhoek en Twente kom je veel boerderijen met luiken tegen, beschilderd in een bepaalde kleur en motief. Aan die vensterkleuren kun je zien aan wie deze pachtboerderij toebehoort. Ze staan op het landgoed van een adellijk kasteelheer. Ook in Hummelo tref je veel dezelfde kleuren luiken aan. Ze horen bij het kasteel  Enghuizen De pachter is verplicht deze kleuren in stand te houden. (foto luiken: 't Huus Staring Instituut)

Boerderijnamen in
Hummelo

Waarschijnlijk is het je wel eens opgevallen dat je in het Gelderse Hummelo en omstreken een aantal boerderijen aan treft met merkwaardige namen zoals o.a. Leipzig, Dresden, Maloj Jaros Lawitz, Lützen, Bautzen, Jena en Beresina  Zij herinneren ons aan de veldtochten van Napoleon tegen de Russen. Baron van Heeckeren van Enghuizen, bezitter van kasteel Enghuizen en een aantal boerderijen rondom het kasteel, zou tijdens de franse overheersing een functie hebben bekleed aan het Russische hof. Ter herinnering hieraan zou hij zijn hofsteden benoemd hebben naar deze Russische veldtochtplaatsen.


Volkskunst
 

 

 ZANDTAPIJT

 

KEITJESVLOER


Vloerbedekking kende men nog niet. Om de kamer er toch een beetje ' zondags '  uit te laten zien, strooide de boerin op vrijdagavond gekleurd zand in op de vloer. Dit heb ik jaren geleden gezien in pannenkoekboerderij Erve Brooks in Gelselaar. Ik denk niet dat het de bedoeling was in de 'mooiste kamer' tussen dit fraais rond te lopen, maar het gaf in ieder geval een 'zondaggevoel'. 
 
In de woonkamer in het 'losse hoes' werd ook wel een keitjesvloer aangelegd. Deze keien werden vaak in een bepaald motief verwerkt, bijv. uitgebeeld als jaartal, de initialen van de bewoners of een zonnewiel. Ze werden gevonden bij zandafgravingen of op de akkers. Bij voorkeur gele en witte kwartsiet, zwarte lydiet of jaspis.
 


Maalkruis in de stiepel
 

Ook zie je bij een aantal boerderijen een ander heidens symbool, en wel in de middeler. Dit is de uitneembare paal in de achterdeur, ook ‘nen’deur (of benedendeur) genoemd. Een maalteken werd in het hout gebeiteld of  er op geschilderd, meestal in het wit of, in katholieke streken, in het groen. Ook dit was oorspronkelijk een onheilafwerend symbool. Kinderen maken dit gebaar nog wel eens tijdens het tikkertje spelen. Bijv. dat ze niet ‘getikt’ mogen worden op 't moment dat ze midden en wijsvinger gekruist houden.


Op de plankengevels.zie je soms donkerrode kleur verf, het zgn.'ossebloed'.  Men noemde het 'bonnis'. Oorspronkelijk werd dit gemaakt uit fijngemalen moerasijzererts, vermengd met biestemelk, dit is de eerste melk van een pas afgekalfde koe. Het was nogal kleverig doordat er in deze melk een hoog eiwitgehalte zit. Kastdeurtjes in boerenkeukens werden ook wel met
deze verf bestreken.. Uit gewoonte en traditiegetrouw zijn de plankengevels ook nu nog vaak donkerrood van kleur.