~*~ De winter ~*~



De wonderen zijn de wereld nog niet uit,
maar of dat waar is moet je zelf ontdekken.
Misschien wel aan de trekvogels die trekken,
of aan een klimroos, of het fluitekruid.
Of aan het vliegtuig, sneller dan 't geluid.,
aan de giraffen net hun lange nekken..
De wonderen zijn de wereld nog niet uit,
ontdek het maar en zoek op alle plekken,
de sterrenpracht, je hand, je eigen huid,
de dorre boom waaraan het twijgje ontspruit,
de zon die uit de regen kleur kan wekken.
Luister, en kijk! Ontdek wat het beduidt:
De wonderen zijn de wereld nog niet uit.

Han G. Hoekstra

 

 


 

J A N U A R I Janus werd met twee gezichten afgebeeld: het ene ziet wat zich van binnen afspeelt, het andere wat buiten gebeurt. Voor de Romeinen was Janus de god van al wat begint: het oude gezicht kijkt naar het verleden, het jonge naar de toekomst.
LOUWMAAND In deze maand werden de huiden van de geslachte dieren gelooid. Louw is afgeleid van het woord looien.
JANUARIUS Naar de mythologische god Janus, de bewaker en beschermer van doorgangen en poorten. De feestdag van Janus viel in deze periode. 'Januari' opent het nieuwe jaar.
 

 

F E B R U A R I De maand waarin de Romeinen de reinigings- en verzoeningsfeesten, 'de Februa' hielden. Ze duurden van 11 tot 28 februari. De reinigingsoffers waren bestemd voor de zielenrust van de doden. Als de laatste maand van het jaar was februari voor de Romeinen  ook de periode waarin alle schulden vereffend moesten worden.
SPROKKELMAAND Naar 'sporkellen': sprong, de maand die dus een sprong maakt; of naar 'Spurcalia': Romeinse feesten die met het snoeien van de wijngaarden gepaard gingen.
FEBRUARIUS Naar 'Februae'of februare': reinigen. In deze maand hielden de Romeinen hun reinigingsfeesten, 'de februa'
 

 

M A A R T Als eerste maand van het jaar stond maart voor de Romeinen in het teken van strijd en ommekeer: de winter wordt verslagen en de lente is nieuwe heerser. De dagen worden in maart een uur langer. De natuur herleeft. Maart is bijgevolg een vrolijke maand. De Romeinen vierden dan ook de Hilariusfeesten die enige v\gelijkenis vertonen met ons carnaval.
LENTEMAAND De naam spreekt voor zich. In deze maand begint de lente. De natuur komt weer volop tot bloei.
MAURITIUS Martius komt van de Romeinse oorlogs- en weergod Mars. Mars was ook de god van de natuur.
 
 

De Romeinse kalender
 

De oorspronkelijke Romeinse kalender, die wordt toegeschreven aan Romulus, was volledig gebaseerd op de landbouw. Het jaar bestond uit 10 onregelmatige maanden (van maart tot december) met een totaal van 304 dagen. In de winter, wanneer werk op het land onmogelijk was, had men dus een periode van twee maanden die in de kalender niet werd meegerekend.
 
Waarschijnlijk onder invloed van de Etrusken werd er spoedig overgeschakeld op de maankalender. Het jaar bestond voortaan uit 12 maanden (januari en februari werden toegevoegd) met mogelijk af en toe een schrikkelmaand van 22 of 23 dagen (na februari). Toch bracht ook deze wijziging de kalender niet helemaal in overeenstemming met het zonnejaar. Het hele kalendersysteem raakte danig in de knoop, omdat de pontifices (priesters) zonder enige regelmaat zo nu en dan de kalender aanpasten zoals het hun het best leek.
 
In ieder geval bestond een jaar uit 355 dagen. Maart, mei, juli en oktober telden 31 dagen, februari had er 28, de overige maanden bestonden uit 29 dagen. Op die manier kwam de kalender noch met de zon noch met de maan overeen. Tegen de 1ste eeuw v.C. liep het burgerlijke jaar reeds drie maanden voor op het zonnejaar.
Bron: http://users.skynet.be/oudheid/geschiedenis/kalender.htm
 
     

Driekoningen
 

Op 6 januari vieren de katholieken het Driekoningen-feest. het herinnert ons aan de 3 wijzen uit het Oosten Caspar, Balthasar en Melchior.  Het waren sterrenkundigen. Volgens de bijbel waren zij op zoek naar de nieuwe koning van het joodse volk. Ze volgden, ieder afzonderlijk van elkaar een heldere schitterende ster aan de hemel. Deze wees hen de weg naar Bethlehem. In een stal vonden ze de pasgeboren baby Jezus, gewikkeld in doeken in een kribbe. Maria en Jozef, de ouders van Jezus zaten er geknield bij.  De wijzen hadden cadeaus voor de 'nieuwe koning' meegebracht. Goud, wierook en mirre, een heerlijk geurende hars, die in zalf wordt gebruikt. In enkele delen van het land halen nog steeds op 6 januari snoep op bij buren en familieleden.  De kinderen zijn dan verkleed als 'de drie koningen'.
 

á naar boven  

Het koningenspel
 

De Romeinen speelden tijdens de viering van Saturnalia een koningsspel. In een vers gebakken koek werd een boon verstopt. Ieder kreeg een stuk van de koek. Degene die de boon kreeg mocht 'de koning' zijn en opdrachten laten uitvoeren. Ook mocht de koning een koningin kiezen. Alle deelnemers trokken hierna een briefje waarop stond welke functie zij die avond hadden in de hofhouding. De bedoeling was de maatschappelijke verhoudingen totaal om te gooien. Saturnus was namelijk niet alleen de god van de akkerbouw maar ook de god van de gelijkheid en de vrijheid. De slaven waren tijdens dit feest voor één keer de heersers en de hogere functionarissen moesten opdrachten van de slaven uitvoeren.
 
Ook wordt nog steeds hier en daar het koningsspel gespeeld.

Het is eigenlijk meer een kinderfeest. Vaak werd er een driekoningenkoek gebakken waarin een boon of een porseleinen Jezusbeeld van een à twee centimeter verstopt zat. Wie de boon of het beeldje op zijn bord kreeg of in zijn mond voelde, mocht de koning spelen.  In praktijk mocht je dan bepalen welke spelletjes er gespeeld gingen worden.
 

Carnaval
 

Geschminckt

En met een kleine streek van m'n penseel
verander ik je lieve snoetje in een bijtje
of in een vlinder, of in een zeepiraat
'k heb alle typetjes en kleuren op een rijtje

Maar 't allermooiste ben je toch als clown
het rode neusje en het zwarte traantje
de omtrek van je mond en ogen wit
en op je wang een zonnetje of maantje.

Het past zo goed bij jou. Je bent het zèlf,
dat blije lachen en dat stille huilen,,
en zo gelukkig ben je met dat kleurig masker
waaronder  je lekker kunt verschuilen.

Maar wat me 's avonds 't allermeest verbaast;
als je onder de douche staat, oogjes dicht,
dan tover ik, gewoon met zeep en water
opnieuw een clowntje op je lief gezicht.

 Magda Jacobs, Zoetermeer (uit Libelle)

 

 
De Germanen vierden tijdens hun joelfeesten de geboorte van de zon. De beeltenis van de god Frey werd op een schip met wielen gezet en hier trok men mee rond in de straten. Deze werd gevolgd door een stoet mensen vermomd als dieren en de mannen waren verkleed als vrouw. Het is niet bekend of het huidige carnavalsfeest hiervan afgeleid is. Sommigen menen, dat het woord komt van Carne Vale wat zoveel betekent als 'Vaarwel vlees'. De katholieken mochten tijdens de de periode van vasten geen vlees eten.

Tijdens de Germaanse feesten werd met dit feest de overwinning van de zomer op de winter gevierd.

 

Er is echter ook een andere versie waar men van uit gaat dat het woord 'blauwe schuit' zou betekenen.
Tijdens de zonnewendefeesten werd een 'carrus navale', een blauwe schuit rondgetrokken. Hier mochten alleen mensen op, die een beetje aan de rand van de samenleving stonden zoals dronkelappen, geestelijken die achter de vrouwen aan zaten en 'verarmde' edelen. Ook trokken reisgezelschappen mee die toneelstukjes e.d. opvoerden over hoe het je ging verging als je de sociale leefregels negeerde. 
 
Op de elfde dag van de elfde maand begint eigenlijk al het carnavalsfeest. Elf wordt ook wel het 'gekkengetal' genoemd. Om elf over elf wordt 'prins carnaval' gekozen. Samen, met zijn 'raad van elf', de mensen die hem bijstaan, zorgenzij ervoor dat het carnavalsfeest weer een echt vrolijk volksgebeuren gaat worden. Men is niet zeker waar het woord carnaval vandaan komt. Het zou van 'carne vale' afgeleid kunnen worden. Carne vale is het Latijnse woord voor 'vaarwel vlees'.

Elf: Waarschijnlijk afgeleid van het Germaanse woord 'alf' de lucht- of watergeest betekent. In de middeleeuwen kende met het woord alfsch, het betekent zot of dwaas. met  'alfen' wordt bedoeld, iemand in het ootje nemen.

Masker: komt van het Arabische woord maskara. Het betekent grappenmaker of nar.
Men vermoedt dat het dragen van maskers is ontstaan uit het bijgeloof van de mensen. Door te dansen en te zingen probeerde men vroeger geheimzinnige krachten op te roepen uit de natuur, om de winter te laten stoppen en om een goede oogst te verkrijgen. De mensen geloofden dat de ziel van de overledenen in de lange, donkere winternachten op aarde terugkeerden in de vorm van gemaskerde wezens. Door hen met zang en dans te onthalen hoopte men op bescherming. Daarom organiseerden ze zelf maskerades om de gunst van geesten af te smeken. 

Op de dag na carnaval begint voor katholieken de vastentijd; 40 dagen geen vlees eten. Men noemt het 'Aswoensdag'.

Het carnavalsfeest begint zaterdag voor de vastentijd en duurt tot dinsdagavond (vastenavond) klokslag 12.00 uur voorbij.

In de Liemers is de bevolking van oorsprong grotendeels katholiek. Dus net als bij onze Brabantse- en Limburgse zuiderburen weten de Liemersen als geen ander, wat het gezegde 'de bloemetjes buitenzetten' betekent.

Natuurlijk hoor je verkleed te gaan. In groepsverband of in je eentje. Maar gewoon als jezelf naar het feest gaan is uit den boze. Je kunt een mombakkes voordoen zodat en niemand er achter komt wie je bent. In de carnavalsoptocht loopt men in de gekste creaties rond. Ook veel praalwagens zijn er te bewonderen.  Ook is het de gelegenheid bij uitstel om de draak met iemand te steken. Politici en plaatselijke gemeentes worden nogal eens flink in de maling te nemen.
De raad van elf is als hekkensluiter de laatste wagen in de optocht. Rondom springen de kinderen zenuwachtig heen en weer om het snoep, dat uitgestrooid wordt, op te rapen. 
Luid roepend: "alaaf, alaaf, alaaf' brengen ze de toeschouwers een groet door met hun rechterhand tegen de linkerwang te houden.

Ook zijn de 'dansmarietjes' van de partij.  Zij dansen alle 3 dagen vrolijk ronde de raad van elf.
Confetti, serpentines en snippertjes papier worden flink rondgestrooid. De plaatselijke cafés zitten tjokvol carnavalsvierders. Menigeen zit de andere morgen met een flinke kater.

 

Carnaval ontstaan in de landbouwgebieden. 

Sommigen beweren dat de verste oorsprong van carnaval gevonden kan worden in de oudheid. In de landbouwstreken was men ontzettend blij als na de winter weer de lente (en dus ook de zon) terugkeerde en er weer een vruchtbaar seizoen aanbrak. Water zorgde voor vruchtbaarheid en ook vrouwen waren het symbool voor vruchtbaarheid. Daarom werd er een kar uit de zee getrokken, omringd met vrouwen. Deze vrouwen droegen allemaal maskers om de boze geesten te verjagen (wat dus weer te maken kon hebben met de verkleedpartijen tijdens carnaval nu). Op de kar werd een god rondgereden, vaak in de vorm van een symbool. Dat was per land meestal verschillend. In Egypte bijvoorbeeld een houten stier met een zon tussen de horens (symbool van de zonnewende, dus terugkeer van de zon) en het symbool van de god Osiris. In Griekenland de god van de vruchtbaarheid, namelijk Dionysos. Tijdens dat feest ging het er hevig aan toe, de Grieken dronken enorm veel ter ere van Dionysus. Zij vonden dat mensen die hun verstand nooit kwijt willen raken onverstandig. Dus feesten en dronken en dansen ze er maar op los. Dionysus, in de Griekse mythologie de god van de vruchtbaarheid (en god van de wijn), werd later overgenomen door de Romeinen, die hem de naam Bacchus gaven (de Bacchanalia genoemd). Ook op de feesten tijdens carnaval van de Romeinen werd flink gefeest en gedronken. Ook werd er wellustig gezongen en gemusiceerd. Maar ook in andere landen in de oudheid zijn dus dergelijke rituelen te vinden. Hierin zou de oorsprong van de optocht gezien kunnen worden: ‘carrus navalis’ betekent ‘kar uit de zee’ of ‘scheepskar’. Dit zou een mogelijke theorie kunnen zijn. Dan zou carnaval dus als een volksfeest zijn ontstaan. (Bron: werkstuk Digischool)

 
Valentijnsdag
Datum: 14 februari

14 februari is het Valentijnsdag. Een hele belangrijke dag voor romantische verliefde stelletjes.
Op  deze dag kun je, door een anonieme liefdeskaart te sturen, je 'geheime' geliefde te verrassen of een stille wenk of hint te geven. Het zijn drukke tijden voor alle postbodes. Zelfs onder en op de postzegels staat vaak een 'geheime' boodschap. Duidelijk alleen bedoeld voor de ontvanger. Kaarten met hartjes, rozen, kusjes en ook kaartjes zonder een duidelijke afzender. Heel erg spannend voor de ontvanger om uit te vissen wie z'n of haar stille aanbidder is. 

Oorsprong:
Zeker is het natuurlijk niet, maar het vermoeden bestaat dat de oorsprong te zoeken is bij de Romeinen. Op 15 februari werd nl. "Lupercalia", het reinigingsfeest ter ere van de god Pan, gevierd. Bij dit feest bracht het lot jonge mannen en maagden bij elkaar. Onder toeziend oog van Juno, de godin van huwelijk en geboorte, werd de geliefde door haar minnaar met bloemen verrast.  .

Sint Valentinus was in Terni in Italië bisschop. Hij werd geprezen om zijn inzet voor de armen en de zieken. Deze dag is naar hem genoemd. Hij verzorgde de bloementuin van het plaatselijke klooster en nam regelmatig een tuil met bloemen mee om de armen en zieken wat 'op te fleuren'. Ook verliefde paartjes werden blij gemaakt met een mooie bloem, als teken van trouw en genegenheid. Als aanmoediging om een gelukkig leven tegemoet te gaan. In het jaar 269 werd hij op 14 februari gemarteld en gedood. De Romeinen onthoofden hem, vlak voordat het feest van de lente zou beginnen.  De christenen uit die tijd maakten nogal bezwaar tegen de heidense lentefeesten. Ook hier geldt weer dat afschaffen niet lukte, dus men heeft er het Valentijnsfeest voor bedacht. ter nagedachtenis aan de bisschop. Vanaf die tijd is Valentinus de beschermheilige van alle verliefde paartjes.

 

 

Heerlijke arftensoep

1 grote ‘hepsepoot’
naar keuze: 1 vakensstaart
1 kilo erwten
5 aardappelen
water
zout en peper
naar keuze: knolselderij en prei


De erwten (arften) een dag van tevoren in koud en ruim water laten weken. De volgende dag de ‘hepsepoot’en desgewenst de varkensstraat en 4 liter water met zout aan de kook brengen en 2 uur laten trekken. Voeg dan de erwten en de in stukken gesneden aardappelen toe en laat het geheel 1 uur zachtjes doorkoken. Als de erwten zacht worden, de soep regelmatig roeren. De aardappelen fijn wrijven, het vlees er uit halen en de soep afmaken met peper en zout. Het vlees verdelen over de borden. In later tijd werd aan de arftensoep knolselderij en prei toegevoegd. De knolselderij en de prei in stukjes snijden en samen met de erwten laten meekoken. In plaats van erwten kunnen ook spliterwten gebruikt worden; deze hoeven niet te weken.  Achterhoekers weten uit ervaring dat de erwtensoep de tweede dag nog lekkerder is. Men noemt het dan geen arftensoep meer maar 'snert'.