|
Kaarsen rond
opgebaarde dode
Ter afschrikking van 'lichtschuwe’ boze geesten die de
macht wilden overnemen van de geest van de overledene..
Het levende licht moest de ziel beschermen tegen
geesten, de duivel en de machten van de duisternis.
Stro
De
dode werd op stro gelegd, dit had ook weer een
geestenwerende kracht.
Zwarte
rouwkleding
Om zich tegen geesten te beschermen moest men zich aan
de geesten gelijk maken. Om zich onherkenbaar te maken
voor de ziel van de overledene ging men zich vermommen.
Die ziel van de dode zou nooit naar een plek gaan waar
al geesten zijn, zo dacht men. Men was bang voor de
geest van de dode, die uit jaloezie om de nabestaanden
zou dwalen.Volgens
overlevering zou de geest van de dode de mensen niet
welwillend gestemd.
Oorspronkelijk was de rouwkleur wit. Een geest wordt
altijd afgebeeld als een witte schim.. In de Achterhoek
droeg men tot de tweede oorlog nog zwarte rouwkleding.
Later werd alleen nog maar een zwarte band om de arm
gedragen. Hier golden bepaalde tijdsperiodes voor.
Sluiten van
de ogen
Dit deed men uit angst voor het boze oog.
Dodenwake
Dit gebruik stamt uit de heidense tijd voor de
kerstening. In vroegere tijden werden tijdens de wake
liederen gezongen, veel gegeten en vooral veel
gedronken. De kerk heeft geprobeerd deze gebruiken te
verhinderen. Dit lukte niet, want het werd vaak een
gezellige boel na verloop van uren. De christenen hebben
bedacht dat men het eten en drinken afwisselden met
gebed en psalmgezang. De bedoeling van de wake de dode
in het oog te houden en de geest van de gestorvene
te verhinderen op aarde terug te keren> Men was bang dat
die geest zich zou wreken op hen die nog leefden. Men
had angst voor demonen.
Lijkdeur
Tijdens de uitvaart werd de dode met de voeten naar
voren naar buiten gedragen, zodat de geest van de
gestorvene de weg niet terug kon vinden om onheil aan te
richten.. Dit gebeurde niet via de normale deur maar een
special lijkdeur. Die lijkdeur werd alleen gebruikt bij
bruiloft en overlijden. Vaak aan de noordzijde van het
pand, men dacht vroeger dat het dodenrijk aan het
noorden lag. Door via deze deur te gaan en daarna
weer goed te sluiten, dacht men de geest van de
gestorvene beletten het huis weer binnen te komen..
Handen
schudden
Gekruiste handen weerden onheil, dacht men.
Dwaallicht
Ongedoopte kinderen werden in katholieke kringen in
een strook grond, grenzend aan gewijde grond, een 'ongewijde'
gedeelte
begraven. Deze kinderen 'mochten' niet in de 'hemel'. (zie
ook 'geboorte'). Men dacht dat de zieltjes van deze
ongedoopte baby's zich als witte schim, als
dwaallichtjes manifesteerden boven moerassen en
meertjes .
Liekspier
Vroeger werd in een boerderij de dode ‘onder de
liekspier’ gezet. Dit was een opening in het dak (bij de
kachel) waar de geest naar buiten kon.
Luiken
Vroeger werden de luiken van een boerderij op een kier
na dichtgedaan ten teken in de buurt dat er een dode in
huis was. Dit was om de ziel van de overledene te
beletten weer binnen te komen.
Overluiden
Vanaf 11.30 uur tot 11.45 uur werd op de sterfdag de dode
overluid. Iedereen in het dorp wist dan, dat er iemand
was overleden. Vroeger begon men al te luiden als de
dragers met de kist het sterfhuis uitgingen en duurde zo
lang tot de familie weer terug was. Klokkengelui was
bedoeld als zuivering van de lucht en was tevens bedoeld om
geesten van de overledene te verjagen. Ook tijdens de
begrafenisstoet werden de klokken luid geluid.
In bepaalde gebieden werd de kist ,et de
overledene3x om het
kerkhof, in de richting van de omgang van de zon,
gedragen.
Op deze manier werd er een magische cirkel getrokken die
de dode buiten het leven van de levenden bande en de
levenden beschermd werden tegen de geest van de
overledene.
Verhennekleed
De vrouwen van de noodnaobers zorgden voor het afleggen,
het wassen van het lijk en het verkleden. De dode kreeg
een zgn. 'verhennekleed’ aan. Het was een eigen
gesponnen en geweven linnen kleed. Dit 'doodshemd'
was het eerste stuk dat een bruid voor haar uitzet
kreeg. De initialen van de voornaam werden met zwarte of
rode kruissteekjes op geborduurd. Het kleed mocht niet
over de enkels reiken, omdat de dode er misschien over
zou struikelen op de dag da der Opstanding Christus
tegemoet zou gaan. Ook moest het kleed met één
naald en één draad , zonder knopen er in, genaaid
worden. Van knopen zou een bindende kracht uit gaan, die
de ziel zou verhinderen het lichaam te verlaten.
De naald werd onderin het kleed gestoken of in het vuur
geworpen.
Het vehennekleed werd in de huwelijksnacht gedragen en
daarna in de kabinetkast opgeborgen tot er een
sterfgeval in de familie was. Waarschijnlijk is deze
traditie na de 2e wereldoorlog helemaal verdwenen.
Zwarte band
De naaste familie droeg ten teken van rouw en
…..maandenlang een zwarte band om de schouders.. Voor
echtgenoten, ouders en kinderen 1 jaar en 6 weken, voor
de broers en zusters 3 maanden en voor overige familie 6
weken.
|