~*~ Overlijden ~*~

 

TRANEN IN VREUGDE EN VERDRIET
HOREN BIJ DE MENS OP AARDE....
TRANEN HEBBEN WAARDE.

TRANEN VAN WOEDE ANGST EN BEROUW
BEVRIJDEN, VERFRISSEN ALS MORGENDAUW
TRANEN..... HOEVEEL ZIJN ER NIET?

TRANEN KUNNEN PARELS ZIJN
SPOREN VAN GERIJPT VERDRIET.

 

 

Een jaar of 50 geleden waren er nog geen begrafenisondernemers. Mocht iemand in een buurtschap komen te overlijden dan stond ook nu weer de buurt klaar om te helpen. De noadnoabers werden ingelicht en iedereen ging naar de bewuste boerderij.  Bij het sterfhuis werden briefjes getrokken waarop de naam stond van diegene waar waar men moest 'aanzeggen'. Met een beetje mazzel mocht je dicht in de buurt het slechte nieuws brengen. maar als je pech had, dan moest je naar een naburig dorp of nog verder weg. Zonder auto nog wel.... In het oosten van het land werd met een stok op de 'voordeur' geslagen. Dus niet zoals gebruikelijk op de achter of - baanderdeur. Men wachtte tot de heer des huizes naar buiten kwam en vertelde het slechte nieuws, soms in rijmvorm. Pas hierna mocht de aanzegger de drempel over. Deed hij zijn zegje binnen dan kon dat onheil betekenen. Binnen werd hij getrakteerd op koffie, meestal een borrel en kon het nog erg laat, én gezellig ;-) worden.

Symboliek

 

Kaarsen rond opgebaarde dode
Ter afschrikking van 'lichtschuwe’  boze geesten die de macht wilden overnemen van de geest van de overledene.. Het levende licht moest de ziel beschermen tegen geesten, de duivel en de machten van de duisternis.

Stro
De dode werd op stro gelegd, dit had ook weer een geestenwerende kracht.

Zwarte rouwkleding
Om zich tegen geesten te beschermen moest men zich aan de geesten gelijk maken. Om zich onherkenbaar te maken voor de ziel van de overledene ging men zich vermommen. Die ziel van de dode zou nooit naar een plek gaan waar al geesten zijn, zo dacht men. Men was bang voor de geest van de dode, die uit jaloezie om de nabestaanden zou dwalen.Volgens overlevering zou de geest van de dode de mensen niet welwillend  gestemd.

Oorspronkelijk was de rouwkleur wit. Een geest wordt altijd afgebeeld als een witte schim.. In de Achterhoek droeg men tot de tweede oorlog nog zwarte rouwkleding. Later werd alleen nog maar een zwarte band om de arm gedragen. Hier golden bepaalde tijdsperiodes voor.

Sluiten van de ogen
Dit deed men uit angst voor het boze oog.

Dodenwake
Dit gebruik stamt uit de heidense tijd voor de kerstening. In vroegere tijden werden tijdens de wake liederen gezongen, veel gegeten en vooral veel gedronken. De kerk heeft geprobeerd deze gebruiken te verhinderen. Dit lukte niet, want het werd vaak een gezellige boel na verloop van uren. De christenen hebben bedacht dat men het eten en drinken afwisselden met gebed en psalmgezang. De bedoeling van de wake de dode in het oog te houden en de  geest van de gestorvene te verhinderen op aarde terug te keren> Men was bang dat die geest zich zou wreken op hen die nog leefden. Men had angst voor demonen.

Lijkdeur
Tijdens de uitvaart werd de dode met de voeten naar voren naar buiten gedragen, zodat de geest van de gestorvene de weg niet terug kon vinden om onheil aan te richten.. Dit gebeurde niet via de normale deur maar een special lijkdeur. Die lijkdeur werd alleen gebruikt bij bruiloft en overlijden. Vaak aan de noordzijde van het pand, men dacht vroeger dat het dodenrijk aan het noorden lag.  Door via deze deur te gaan en daarna weer goed te sluiten, dacht men de geest van de gestorvene beletten het huis weer binnen te komen..

Handen schudden
Gekruiste handen weerden onheil, dacht men.

Dwaallicht
Ongedoopte kinderen werden in katholieke kringen in  een strook grond, grenzend aan gewijde grond, een  'ongewijde' gedeelte begraven. Deze kinderen 'mochten' niet in de 'hemel'. (zie ook 'geboorte'). Men dacht dat de zieltjes van deze ongedoopte baby's zich als witte schim, als dwaallichtjes manifesteerden  boven moerassen en meertjes .

Liekspier
Vroeger werd in een boerderij de dode ‘onder de liekspier’ gezet. Dit was een opening in het dak (bij de kachel) waar de geest naar buiten kon.

Luiken
Vroeger werden de luiken van een boerderij op een kier na dichtgedaan ten teken in de buurt dat er een dode in huis was. Dit was om de ziel van de overledene te beletten weer binnen te komen.

Overluiden
Vanaf 11.30 uur tot 11.45 uur werd op de sterfdag de dode overluid. Iedereen in het dorp wist dan, dat er iemand was overleden. Vroeger begon men al te luiden als de dragers met de kist het sterfhuis uitgingen en duurde zo lang tot de familie weer terug was. Klokkengelui was bedoeld als zuivering van de lucht en was tevens bedoeld om geesten van de overledene te verjagen. Ook tijdens de begrafenisstoet werden de klokken luid geluid.
In bepaalde gebieden werd  de kist ,et de overledene3x om het kerkhof, in de richting van de omgang van de zon, gedragen. Op deze manier werd er een magische cirkel getrokken die de dode buiten het leven van de levenden bande en de levenden beschermd werden tegen de geest van de overledene.

Verhennekleed

De vrouwen van de noodnaobers zorgden voor het afleggen, het wassen van het lijk en het verkleden. De dode kreeg een zgn. 'verhennekleed’ aan. Het was een eigen gesponnen en geweven linnen kleed.  Dit 'doodshemd' was het eerste stuk dat een bruid voor haar uitzet kreeg. De initialen van de voornaam werden met zwarte of rode kruissteekjes op geborduurd. Het kleed mocht niet over de enkels reiken, omdat de dode er misschien over zou struikelen op de dag da der Opstanding Christus tegemoet  zou gaan. Ook moest het kleed met één naald en één draad , zonder knopen er in, genaaid worden. Van knopen zou een bindende kracht uit gaan, die de ziel zou verhinderen het lichaam  te verlaten. De naald werd onderin het kleed gestoken of in het vuur geworpen. Het vehennekleed werd in de huwelijksnacht gedragen en daarna in de kabinetkast opgeborgen tot er een sterfgeval in de familie was. Waarschijnlijk is deze traditie na de 2e wereldoorlog helemaal verdwenen.

Zwarte band
De naaste familie droeg ten teken van rouw en …..maandenlang een zwarte band om de schouders.. Voor echtgenoten, ouders en kinderen  1 jaar en 6 weken, voor de broers en zusters 3 maanden en voor overige familie 6 weken.

á naar boven   

Zand op kist gooien
Geen idee. Ik denk dat men op deze manier symbolisch 'gezamenlijk' de overledene naar zijn laatste rustplaat brachten en begroeven.

Doodskist
De gestorvene werd stevig opgesloten in een kist, zodat de geest niet kon gaan ‘spoken’.
Vroeger bestond de doodskist uit ‘eiken’planken. Deze planken werden al lang voor het overlijden besteld bij de timmerman, zodat men in geval van overlijden de spullen vast in huis had. Niet altijd had de timmerman namelijk eiken hout op voorraad. Uit praktische overwegingen bestond een buurtschap (boerschop) uit ca. 12 buren. In ieder geval 8 ‘noodnaobers’. Deze 8 buren moesten tijdens de tocht naar de begraafplaats de lijkkist op hun schouders dragen. 
 


Pelen
In de Achterhoek was het een oud gebruik dat buurtkinderen voor de dode, vooral bij kinderen een krans of kruis van bloemetjes maakten. Deze krans werd op het hoofd van de dode of op de kist gelegd.

De mensen van voorbij, zij blijven met ons leven
De mensen van voorbij, ze zijn met ons verweven
in liefde, in verhalen, die wij zo graag herhalen,
in bloemengeuren, in een lied dat opklinkt uit verdriet.

De mensen van voorbij, zij worden niet vergeten.
De mensen van voorbij, zijn in een ander weten.
Bij God mogen ze wonen, daar waar geen pijn kan komen.
De mensen van voorbij, zijn in het licht, zijn vrij.

   
   

Dodenwegen
 

Vroeger volgde men "dodenwegen, kruis- of lijkwegen'. Dat was vaak lang niet de kortste weg naar kerk of kerkhof. Op de zgn. kruiswegen werden 2 bosjes stro gekruisd neergelegd, dit was om de 'ziel' te misleiden en het terugkeren naar de achtergebleven familieleden te beletten. Iedereen respecteerde dit gebruik en niemand haalde deze bosjes stro weg.  Het gebruik van dodenwegen stamt nog uit de tijd van Karel de Grote, die hiermee wilde voorkomen, dat er op de heidense begraafplaatsen werd begraven. Men behoorde rond de christelijke kerk te rusten. Door deze dodenwegen te volgen 'moest' men wel naar een christelijke begraafplaats.

 

   
    Als het rouwrumoer rondom jou is verstomd,
     de stoet voorbij is, schuifelende voeten,
     dan voel ik dat er een diepe stilte komt,
     en in die stilte zal ik jou opnieuw ontmoeten.
     En telkens weer zal ik je tegenkomen,
     we zeggen veel te gauw, het is voorbij.

     Hij heeft alleen je lichaam weggenomen,
     niet wie je was, en ook niet wat je zei.
     Ik zal nog altijd grapjes met je maken,
     we zullen samen door het stille landschap gaan,
     nu je mijn handen niet meer aan kunt raken,
     raak je mijn hart nog duidelijker aan.
   

Doodssymboliek op grafzerken


De zeis
Het is het symbool van de dood. De dood wordt de grote maaier genoemd. In de middeleeuwen werd een skelet afgebeeld met een zeis in de rechterhand.
De fakkel
De, naar de aarde gerichte, toorts symboliseert het doven van het levenslicht.  Het kwam al voor bij de Romeinen en de Grieken
De vlinder
Voor Christenen symboliseert de vlinder de overgang naar een beter leven. Zoals een vlinder uit de pop komt, zo breekt de ziel uit het stoffelijke lichaam.Ook is de vlinder het symbool voor de kortstondigheid van het leven.
De lamp
het teken van het licht, Christus, die het licht van de wereld is.  Ook wel een symbool voor waakzaamheid in donkere uren.
De gevleugelde zandloper
Het symboliseert de kortstondigheid van het leven en op het naderen van het stervensuur. In de late middeleeuwen komt dit symbool het eerst voor. De vleugels symboliseren de vervliegende tijd.  Soms is er een duiven- en een vleermuisvleugel te zien. het betekent dat het leven vervliegt bij dag en nacht, bij goed en bij kwaad. Tijdens oudjaar wordt Vadertje Tijd vaak met een zandloper afgebeeld.
De witte duif met palmtakje in z'n snavel
is het symbool voor vrede, eenvoud, zuiverheid en onschuld. Bij de Christenen is de duif het symbool voor de heilige geest. Op een grafsteen betekent het de hemelse vrede. De palmtak herinnert aan de intocht van Jezus op palmzondag in Jeruzalem.

(bron: Erfenis onzer voorouders van H.L.Kok)
 

 

WAAROM...

Waarom gaan de verkeerde mensen dood?
Waarom blijven er zoveel zeikers leven?
In mijn omgeving weet ik er meer dan zeven.
Ach ik ken er zo een hele sloot.
Waarom gaan de verkeerde mensen dood?
Waarom zit God zich steevast te vergissen?
Hij haalt steeds degenen die ik niet kan missen.
En dat aantal is inmiddels veel te groot.

Youp van 't Hek


Grovenmaal

 

Na de begrafenis vond het begrafenismaal plaats. De genodigden brachten boter of andere etenswaren mee (de offers) en het lijk- of leedmaal werd verzorgd door de buren. De koude maaltijd kon bestaan uit: brood met ham, kaas of suiker, veel boter en koffie met kandij. Ook werd er wel volstaan met thee met een krakeling. De warme maaltijd bestond uit grauwe erwten met spek of ham en als toetje rijstebrij met veel boter en soms suiker. Bij de koffie werden broodjes gegeven in de vorm van een krakeling, vlechtwerk of scheenbeen (de duivekater).
Vaak had het brood de vorm van een vlecht. Dit stamt uit de tijd dat een vrouw haar vlecht afknipte om in het graf te leggen. Het haar symboliseerde het lichaam van de vrouw en had een magische kracht.