~*~ Geboorte ~*~

 

P A R E L

Jouw hart klopt anders dan het mijne,
  toch pompen we hetzelfde bloed.
  Al zul je eens verdwijnen;

  we gaan elkander tegemoet.
  Jouw eerst nog schuchtere bewegen,
  zoals een vlinder in zijn pop
,
  is nu al lang niet meer verlegen;
  je geeft me af en toe een schop.
  De warmte waar ik je in koester
  is ruim voldoende voor ons twee.
  Jij bent de parel, ik de oester,
  we drijven samen door de zee.
  Maar straks, als je wilt gaan stralen,
  dan zal ik voor je opengaan,
  zoals ik reeds zo vele malen
  in mijn gedachten heb gedaan
  Mijn hart klopt anders dan het jouwe,
  toch pompen we hetzelfde bloed.

  En daarom
kan het me benauwen
  dat je me eens verlaten
moet.
 

  

   


Symboliek
 

Met de helm geboren Baby's waarbij tijdens de geboorte het vlies nog om het hoofdje zat, zouden helderziend zijn.
Dwaallichtjes Zielen van ongedoopte kinderen. Zij huppelen naar voorbijgangers om die naar een poel of plas te leiden om alsnog gedoopt te mogen worden.  Ze werden beschouwd als lichtjes van de duivel om mensen van het rechte pad af te houden.
Beschuit met muisjes Vroeger werden anijszaadjes door van een laagje suiker voorzien. De anijszaadjes hadden een 'staartje'. Waarschijnlijk komt hier de naam 'muisjes' vandaan.
Hansje in de Kelder Tijdens de aankondiging van een zwangerschap werd een drankje uit 'n speciale zilveren beker gedronken. Hierin zat een poppetje dat te voorschijn kwam als het glas leeg begon te raken.
Bakermat Langwerpige rieten mand of houten bak die voor het vuur staande, tot zitplaats diende voor de baakster, wanneer zij 't op haar schoot liggende baby'tje verzorgde.
Ooievaar Na de geboorte brengt de ooievaar de 'ziel' over naar de baby, zodat de baby gelukkig zal worden.
   
 

á naar boven
 

Waar komt toch die
ooievaar vandaan?
 

 

De naam Ooievaar is een samenvoeging van ode (geluk) en baren (brengen). Het huis waar de ooievaar haar nest ging bouwen was gevrijwaard van onheil. De boer zou een grote oogst binnenhalen. De bliksem zou daar niet inslaan. In de Middeleeuwen was men er in Duitse steden van overtuigd dat de ooievaars brand  voorkwamen. Ook zouden de bewoners geen tegenslagen te verwachten hebben en gezond blijven. De ooievaar wordt daarom ook wel de brenger van geluk genoemd. Vandaar dat men in het oosten van het land praktisch altijd een houten ooievaar in de tuin ziet staan. Dit ritueel houden de buren stand, want nadat de ooievaar, met daarbij een bord met de naam van de baby, en waslijn met babykleertjes geplaatst was, wilden alle buren wel even helpen met "het kind laten pissen"........ Met andere woorden.......... feest !
 
   

Kraomschudden !
 

Vroeger meldde 'de ooievaar' zich in veel gezinnen elk jaar wel 'n keer. Families met 13 à 14 kinderen waren absoluut geen uitzondering. Voorbehoedsmiddelen kende men nauwelijks. In katholieke gezinnen mocht men ze bovendien niet gebruiken en werden de ouders zelfs aangemoedigd toch vooral veel kinderen te krijgen. Dit had tot gevolg, dat er geregeld kraamvisites in de buurt afgelegd werden. In de Achterhoek wordt dit 'kraomschudden' genoemd. Het was van oorsprong een ritueel, waarbij de baby officieel in de buurt opgenomen werd, maar daarover straks meer.
 


Het doopfeest

Dit oorspronkelijke heidens gebruik stamt nog uit de oude Germaanse tijd. Zij legden hun baby nl. op een schild, waarna er in een riviertje een rituele wassing plaatsvond en het kindje opgenomen werd in de gemeenschap.

In katholieke gezinnen werd de baby enkele dagen na de geboorte gedoopt. Door de doping werd de baby vrijgemaakt van erfzonde. (?) De baby kreeg bij de doop een peter en meter aangewezen.  Dit hield in, dat, mocht de moeder komen te overlijden, zij zich over de baby zouden ontfermen.  Meestal werd voor deze eervolle taak een broer of zus van de vader of moeder gevraagd en werd hun naam ook in de doopnamen verwerkt. Een doopdatum werd zo snel mogelijk na de geboorte vastgesteld. Op de afgesproken dag werd de baby aangekleed door de peettante.  Meestal een mooi wit doopkleed. Zo werd de baby naar de kerk gedragen, waar het gedoopt werd. Men stond gezamenlijk om het doopfont (zonder de moeder) en de pastoor goot tijdens een gebed een beetje wijwater over het hoofdje van de baby.
 

Een baby dat maar kort leefde of levenloos werd geboren en nog niet was gedoopt zou niet in de 'hemel' komen maar in het 'vagevuur' belanden. (wat dat ook betekenen mag). Ik heb me altijd ontzettend geërgerd en gestoord aan het feit dat deze babietjes niet op de gewone begraafplaats tussen de 'gedoopten' begraven mocht worden. Voor hen werd een aparte plek achteraf, grenzend aan de  gewijde grond, gereserveerd (het limbus infantium). "Gemener" kon het volgens mij niet. Werd dit in de r.k. kerk bedoeld met naastenliefde?

 

Als het kind maar een naam heeft ... "  

 

1911/35+1938+1939

1980 1981 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006
maria kim linda sanne sanne sanne sanne sanne emma sophie
johanna marieke marieke fleur anne lisa emma lotte anne sanne
anna linda kim anne lissa anne lisa emma sanne lisa
cornelia esther esther iris fleur fleur iris iris iris anna
wilhelmina wendy ilona anouk iris anna anne anna isa julia
 

1911/35+1938+1939

1980 1981 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006
johannes jeroen jeroen thomas thomas thomas thomas sem daan daan
jan martijn martijn max daan daan daan daan sem sem
cornelis peter peter tim tim tim tim thomas thomas thomas
hendrik patrick jan daan max max lucas tim lars milan
willem dennis mark lars lars lars lars lars milan tim
Bron: www.voornamelijk.nl
 

 

Omdat kraamhulp nog niet bestond, kwam, zo gauw de baby zich aankondigde, meteen de 'baakster' bij de kraamvrouw. Deze baakster was altijd één van de naaste buurvrouwen. Zij hielp de kraamvrouw tijdens de geboorte, de verzorging van moeder en kind en regelde de visites. De volgende ochtend ging de vader met twee van de naaste buren naar 't gemeentehuis, om zijn kind 'in te laten schrijven'. Het gebeurde nogal eens dat men te vroeg bij het gemeentehuis aankwam of dat er vooraf een  paar 'borrels' op gedronken werden in het dorpscafé  In een jolige bui kwam de vader met z'n ' noaste buurman' uit de kroeg en wist door overmatig alcoholgebruik soms niet meer welke naam 'moeder, de vrouw' had opgegeven en gaf een naam op die hem ter plekke te binnen schoot. Bijv. de naam van z'n buurman.'Als het kind maar een naam heeft' dacht hij waarschijnlijk. In katholieke gezinnen gebeurde de naamgeving tijdens het dopen. Meestal werd de baby naar één van de grootouders genoemd. Of het kreeg de naam van de 'peter' of 'meter'.
 

De "kerkgang"
 

M'n moeder vertelde me, dat het in een katholiek gezin gold, dat een kraamvrouw de eerste 10 dagen onrein was. Ze mocht in die 10 dagen niet buiten komen of naar de winkel gaan en al helemaal niet in de kerk komen. Na deze periode werd ze uitgenodigd de 'kerkgang' doen, zodat ze weer rein zou worden. Dit ritueel hield in, dat de kraamvrouw in haar ene hand een doopkaars en haar andere hand de punt van de stola van de pastoor vast moest houden. Samen liepen zij naar het altaar  alwaar een dankgebed opgezegd werd. Het doel was de baby op te dragen aan Maria. Hierna was zij weer 'rein' verklaard en mocht ze zich weer onder de mensen begeven. Deze vreemde traditie heeft mijn moeder bij de doop van mijn broer meegemaakt, na de geboorte van mijn zus dacht ze wijselijk : "Wat sta ik hier eigenlijk mal te doen? Ik doe niet meer aan deze flauwekul mee hoor!" Een dapper en feministisch besluit voor een vrouw in die tijd, denk ik.
 

Het "kraamschudden"
 

Het "kraamaanzeggen" (het bekendmaken) in de buurt werd door de vader of de buurman gedaan. Alle buurtkinderen kwamen de volgende dag "t kindje kijken". Ook de buurvrouwen kwamen al gauw op kindervisite en brachten een kraamgeschenk mee: iets kleins: koffiebonen of beschuit of zo. Ze werden getrakteerd op brandewijn met rozijnen en koffie met "stoete" en er werd heel wat afgebabbeld. Natuurlijk ging de baby tijdens zo'n visite van schoot tot schoot om zich 's goed te laten bekijken. Meestal gevolgd met een lollige opmerking waar het 't meeste op leek. Elke baby werd met een ceremoniële gebeurtenis "in de buurt opgenomen", ook wel "het kind laten pissen" of 'kinderbier halen' genoemd. Dat hield wel in dat de borrel dus klaar moest staan. De buurt kwam op viste met een krentenbrood van flinke afmeting, de zgn. krintewegge onder de arm. Vaak ook in een rieten mandje. Men noemde het dan ook wel "met de krom'n arm gaon".  Ook tegenwoordig wordt nog steeds door 'de buurt' een ooievaar opgezet. Het was het symbool van de voortplanting en werd als geluksbrenger beschouwd. (Ode of ood staat voor rijkdom, voorspoed en geluk). Een flink welkomstbord met de naam erbij en een waslijn met babykleertjes. Ook nu wordt er van de kersverse ouders verwacht dat de buurt uitgenodigd wordt om... "het kind te laten pissen". Duidelijke taal, lijkt mij.

naar boven á

 

Hoera,
het is een ........ ? 


Ben je in verwachting en wil je graag weten wat je er van gemaakt hebt, dan kun je daar dus heel simpel achter komen. let maar 's op het volgende .............. ;-)

     Je krijgt vast en zeker een meisje als .........
..... de vrouw tijdens de geslachtsgemeenschap een 'muts' opzet
..... je de bewegingen van de baby rond de 50e dag voelt
..... je je trouwring aan een touwtje boven je buik laat pendelen en de ring draait rondjes

      Maar geef je de voorkeur aan een jongetje, let dan op het volgende ......
..... de man moet tijdens de geslachtsgemeenschap een 'muts' opzetten
..... als je linkerborst groter is dan de rechter, dan ............ ;-)
..... als de bevalling bij ' wassende' maan plaatsvindt
..... als je rond de 40e dag bewegingen voelt, dan wordt het een jongetje
..... je je trouwring aan een touwtje boven je buik laat pendelen en de ring gaat heen en weer

 

De kraomschudderswegge

 

Mi´j dunkt, dat geet toch zoo moar nig
  I´j teunt oons eerst het kleine wich
  En as an de eischen zint voloan
  Zöw met di´j noar binnen hen goan.

 

Het hele gebeuren was een duidelijke vorm van opnemingsritueel. Op de drempel van zijn huis van zijn hief de kraamheer vol trots het kleine wicht omhoog. Dit was een zinrijke handeling, waardoor hij niet alleen het kind voor de ogen van de gemeenschap erkende, maar het daardoor tevens opgenomen wist in de vriendschapssfeer van de noaberschap. Daarna gingen de mannen mee naar binnen en allen van het kroamschuddersmoaltien.

 

Bereidingswijze:

Zeef de bloem boven een kom en voeg het zout toe, Verwarm de melk lauwwarm en los de gist op in wat lauwe melk. Maak een kuiltje in de bloem, giet er de gistoplossing in, breek de eieren erbij en voeg de suiker, de in stukjes gesneden boter, komijn, kummel, anijs en kaneel toe. Kneed alles, scheutje voor scheutje de rest van de melk bijschenkend, tot een soepel deeg. Laat dit deeg, afgedekt met een vochtige doek, 30 minuten op een warme plek rijzen. Was de krenten en laat ze goed uitlekken. kneed dan de krenten met de klein gesneden oranjesnippers en sukade door het deeg en laat het deeg nog eens 30 minuten rijzen. Beboter een bakplaat en vorm hierop het deeg tot een rechthoekig brood. Klop het ei los met wat melk en bestrijk daar de bovenkant van het krentenbrood mee. Bak de krentewegge in een voorverwarmde oven (200° C) in 40 minuten gaar en bruin.

Bron: Rond het kraambed van toen van Maria van Lamoen


 

500 gram bloem
1 theelepel zout
3 deciliter melk
50 gram gist
2 eieren
25 gram suiker
100 gram boter
½ theelepel komijn
½ theelepel kummel
½ theelepel anijszaad
 theelepel kanee,
750 gram krenten
75 gram oranjesnippers
75 gram sukade
1 ei
1 eetlepel melk

Bakerpraatjes
 

De naam 'baakster' komt van het woord bakeren. Na de bevalling werd de baby in doeken gewikkeld waarbij de armpjes stijf tegen het lichaam werden gedrukt, dit werd bakeren genoemd.

Wil je weten hoeveel kinderen (in totaal) je krijgt en van welk geslacht? hang een naald aan een nylondraadje, steek je linkerarm vooruit met een open hand (duim links), hou de draad vast (met de naald beneden), ga op en neer langs je pols, hou daarna de naald boven je pols en kijk wat de naald gaat doen: elk rondje dat de naald maakt wijst op een meisje, elk streepje dat de naald maakt wijst op een jongen.

Het "voorbeeld" bovenop leggen. Wil je een jongetje dan moet je man tijdens het vrijen bovenop. Wil je een meisje dan moet de vrouw boven.Elk kind kost een tand. Dit hoeft niet waar te zijn. Als je goed eet tijdens de zwangerschap en je je gebit goed verzorgt, gebeurt dit niet. Vroeger ging men er wel vanuit dat door tekorten je gebit tijdens de zwangerschap slechter werd.

Heeft de vrouw een puntige buik, dan wordt het een jongetje. Een ronde buik zou een meisje verbergen. 

Voorspellen door middel van een wichelroede. Hang je trouwring aan een touwtje en houd deze op een paar centimeter boven de buik nadat je plat op je rug op de grond bent gaan liggen. Beweegt de roede van de ene kant naar de andere kant van de heup, dan wordt het vast een jongen. Beweegt hij van de navel naar beneden, dan verwacht je een meisje. Dit is leuk om je partner te laten doen.

Wil je een jongen, vrij dan op het moment van de eisprong. Zaad dat jongetjes wordt, zwemt sneller, maar leeft korter. Meisjes zijn langzamer, maar leven langer. Vrij je dus voor de eisprong, dan krijg je een meisje.

Heb je midden in de nacht opeens zin in zure dingen als zure haring en augurken, dan krijg je een jongen. Van een meisje ga je verlangen naar ijs en chocolade en alles dat heeeel zoet is.
LINKTIP: 
http://www.babybrabbel.org/otheek/bakerpraatjes.html)
 

 

Traditioneel kraamdrankje
 

Dit drankje is bedoeld als versterkend middel voor de verzwakte kraamvrouw. Het werd vaak opgediend met een broodje met geraspt schapenkaas en werd gedronken uit een kandeelglas.
De naam  'kandeel' is een verbastering van het latijnse 'Caldellum' wat warm drankje betekent. Het pijpje kandeel moest de baby kracht geven, de 'boze' geesten te weerstaan.


Kandeel